IEF 20854

Geslaagd in deel van bewijsopdracht

Rb. Gelderland 13 juli 2022, IEF 20854; ECLI:NL:RBGEL:2022:3549 (eiser tegen gedaagden) In het tussenvonnis van 27 oktober 2021 werd eiser opgedragen te bewijzen dat de rekenmodellen uit de dagvaarding (waarop de vorderingen gebaseerd zijn) dezelfde rekenmodellen zijn (althans er hetzelfde uitzien) als de rekenmodellen die gedaagde 2 bij eiser heeft aangeschaft. Wat betreft rekenmodel ‘Cashflow-matrix’ is eiser volgens de rechtbank niet geslaagd in de bewijsopdracht. De rechtbank is van oordeel dat wat betreft rekenmodel ‘Cashflow-matrix’ ervan uit moet worden gegaan dat dit model nog geen onderdeel uitmaakte van de rekenmodellen die gedaagde 2 bij eiser heeft aangeschaft. Wat betreft rekenmodellen ‘Financieringsplan’, ‘Middeling’ en ‘Vaste activa en afschrijvingen’ is eiser wel geslaagd in de bewijsopdracht. Er is vast komen te staan dat deze modellen nagenoeg hetzelfde zijn als de modellen die gedaagde 2 bij eiser heeft aangeschaft. Al met al komt de rechtbank tot de conclusie dat gedaagden inbreuk hebben gemaakt op de auteursrechten van eiser.

2.30. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat [eiser] met betrekking tot de rekenmodellen ‘Financieringsplan, ‘Middeling’ en ‘Vaste activa en afschrijvingen’ is geslaagd in de opgedragen bewijsopdracht. Immers is vast komen te staan dat deze modellen, waaraan de gelijknamige modellen van [gedaagde 2] , behoudens de opmaak, inhoudelijk nagenoeg identiek zijn, reeds door [eiser] werden aangeboden op het moment dat [gedaagde 2] het boekhoudpakket bij ESF aanschafte. Alleen met betrekking tot het rekenmodel ‘Cash-Flow matrix” is [eiser] niet geslaagd in de opgedragen bewijsopdracht. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] inbreuk hebben gemaakt op de auteursrechten van [eiser] met betrekking tot de teksten van de modellen en onrechtmatig hebben gehandeld door de rekenmodellen van [eiser] te betrekken, om deze vervolgens vrijwel ongewijzigd als afkomstig van [naam bedrijf gedaagde 1] te verkopen.

2.31. Gelet op hetgeen in rechtsoverweging 4.23 van het tussenvonnis is overwogen staat aldus vast dat de rekenmodellen ‘Financieringsplan’, ‘Middeling’ en ‘Vaste activa en afschrijvingen’ van [naam bedrijf gedaagde 1] voor wat betreft de teksten inbreuk maakt op het exclusieve verveelvoudigingsrecht van [eiser] / [naam bedrijf eiser] en dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onrechtmatig handelen jegens [eiser] / [naam bedrijf eiser] . Dit betekent dat de in het tussenvonnis opgenomen vordering onder 3.1 sub II. voor toewijzing gereed ligt, zij het slechts zover betrekking hebbend op de teksten van deze rekenmodellen van [naam bedrijf gedaagde 1] . De onder 3.1 sub III. opgenomen vordering zal met inachtneming van rechtsoverweging 4.23 en 4.24 van het tussenvonnis worden afgewezen. De vorderingen sub II. en IV. zullen worden afgewezen nu [eiser] geen zelfstandig belang heeft bij deze verklaringen voor recht.