16 jul 2026,
Kopieer citeerwijze ||
Team Beverage tegen EUIPO en Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung)
Gerecht: te late onderbouwing verzoek tot nietigverklaring TEAM blijft buiten beschouwing
Gerecht EU 16 juli 2026, IEF 23701; IEFbe 4264; ECLI:EU:T:2026:477 (Team Beverage tegen EUIPO en Zurich Deutscher Herold Lebensversicherung). Team Beverage verzoekt het EUIPO om nietigverklaring van het Uniewoordmerk TEAM, dat is ingeschreven voor verzekeringsdiensten in klasse 36. Zij beroept zich op artikel 59 lid 1 onder a, gelezen in samenhang met artikel 7 lid 1 onder b en c, UMVo, maar vermeldt bij de indiening dat de onderbouwing nog zal volgen. Het verzoek is ontvankelijk, omdat de feiten, argumenten en bewijzen niet noodzakelijk al bij de indiening hoeven te worden overgelegd. Het EUIPO informeert Team Beverage echter dat de merkhouder tot 15 juli 2024 opmerkingen kan indienen en dat bij het uitblijven daarvan de contradictoire fase wordt gesloten en op basis van de beschikbare stukken wordt beslist. Nadat de merkhouder niet reageert, sluit het EUIPO die fase op 22 juli 2024. De pas op 16 augustus 2024 ingediende memorie met argumenten en bijlagen wordt daarom niet in aanmerking genomen. De nietigheidsafdeling wijst het verzoek vervolgens als ongegrond af wegens het ontbreken van tijdig ingediende feiten, argumenten en bewijzen. De Kamer van Beroep bevestigt deze beslissing.
Het Gerecht verwerpt het beroep bij een met redenen omklede beschikking als kennelijk rechtens ongegrond. Het recht van Team Beverage om te worden gehoord is niet geschonden. Hoewel een nietigheidsverzoek zonder onmiddellijke onderbouwing ontvankelijk kan zijn, moeten de ondersteunende feiten, bewijzen en argumenten op grond van de artikelen 16 en 17 van Gedelegeerde Verordening 2018/625 vóór de sluiting van de contradictoire fase worden ingediend. Team Beverage is uitdrukkelijk gewaarschuwd voor het risico van een beslissing op basis van de beschikbare stukken en kent dit risico bovendien uit een eerdere, om dezelfde reden afgewezen nietigheidsprocedure. De te late indiening is daarom aan haar eigen nalatigheid toe te rekenen; van toeval, overmacht of een verschoonbare vergissing is niet gebleken. Ook hoeft het EUIPO de memorie van 16 augustus 2024 niet ambtshalve aan te merken als een verzoek om voortzetting van de procedure op grond van artikel 105 UMVo. Daarvoor zijn een uitdrukkelijk verzoek en betaling van de voorgeschreven taks vereist, terwijl aan geen van beide voorwaarden is voldaan. Team Beverage wordt veroordeeld in de kosten van de merkhouder; het EUIPO draagt zijn eigen kosten.
28 In dit verband heeft de Afdeling Nietigverklaring, overeenkomstig de toepasselijke regelgeving, de verzoekster de gelegenheid geboden haar standpunten op een nuttige en effectieve wijze kenbaar te maken tijdens de administratieve procedure. Het was daarom aan de verzoekster om, indien zij wilde garanderen dat de Afdeling Nietigverklaring rekening zou houden met feiten, bewijsmateriaal en ondersteunende argumenten bij de beoordeling van haar verzoek tot nietigverklaring, deze vóór de afsluiting van de procedurefase te verstrekken. Deze fase kon, bij afwezigheid van opmerkingen van de interveniënt, al op 15 juli 2024 plaatsvinden. Door deze mededeling uit te stellen, liep de verzoekster zelf het risico haar recht op hoorzitting niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn te kunnen uitoefenen, zoals bepaald in artikel 16, lid 1, van Gedelegeerde Verordening 2018/625.
29 Bovendien is het, met betrekking tot het niet naleven van de voorgeschreven termijn, belangrijk te benadrukken dat de strikte toepassing van de EU-regels inzake procedurele termijnen volgens de jurisprudentie voldoet aan de eis van rechtszekerheid en de noodzaak om discriminatie of willekeurige behandeling in de rechtsbedeling te voorkomen. Afwijkingen van deze regels zijn alleen toegestaan in werkelijk uitzonderlijke omstandigheden. Of dergelijke omstandigheden nu worden gekarakteriseerd als toevallige gebeurtenissen, overmacht of verschoonbare vergissing, ze omvatten in ieder geval een subjectief element dat verband houdt met de verplichting van een procespartij die te goeder trouw handelt om de waakzaamheid en zorgvuldigheid te betrachten die van een redelijk geïnformeerde partij wordt vereist om de voortgang van de procedure te volgen en de voorgeschreven termijnen na te leven [zie arrest van 23 september 2020, Seven tegen EUIPO (7Seven), T-557/19, EU:T:2020:450, punt 34 en de daarin aangehaalde jurisprudentie].
30 In de onderhavige zaak had de Afdeling Nietigverklaring de aanvrager uitdrukkelijk gewezen op de te respecteren termijn om ervoor te zorgen dat alle feiten, bewijsstukken en ondersteunende argumenten die hij zou kunnen indienen, in aanmerking konden worden genomen bij de beoordeling van zijn verzoek tot nietigverklaring. Bovendien was de aanvrager zich, zoals de Raad van Beroep terecht opmerkt in paragraaf 22 van de bestreden uitspraak, volledig bewust van het risico dat hij liep door deze feiten, bewijsstukken en argumenten niet binnen de door het EUIPO gestelde termijn voor de interveniënt in te dienen, in te dienen, aangezien zijn eerdere verzoek tot nietigverklaring in zaak 50195 C reeds op die grond was afgewezen.
31 Zoals de interveniënt terecht opmerkt, is de late mededeling van deze elementen in de gegeven omstandigheden uitsluitend toe te schrijven aan de nalatigheid van de verzoeker, die bovendien noch een beroep heeft gedaan op, noch a fortiori heeft aangetoond dat er sprake was van een toevallige gebeurtenis, overmacht of een verschoonbare fout om de late mededeling van de in het memorandum van 16 augustus 2024 opgenomen elementen.
32 Hieruit volgt dat het eerste verweer, betreffende een schending van het recht van de verzoeker om gehoord te worden door de nietigverklaringscommissie, moet worden verworpen omdat het kennelijk geen enkele rechtsgrondslag heeft.