Gepubliceerd op woensdag 18 maart 2026
IEF 23356
Gerecht EU (voorheen GvEA) ||
21 jan 2026
Gerecht EU (voorheen GvEA) 21 jan 2026, IEF 23356; ECLI:EU:T:2026:38 (HTG GmbH tegen EUIPO), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-weigering-van-het-merk-deins-wegens-gebrek-aan-onderscheidend-vermogen

Gerecht bevestigt weigering van het merk DEINS wegens gebrek aan onderscheidend vermogen

Gerecht EU 21 januari 2026, IEF 23356; IEFbe 4133; ECLI:EU:T:2026:38 (HTG GmbH tegen EUIPO). In dit arrest staat de aanvraag centraal voor het woordmerk DEINS voor diverse waren en diensten in de klassen 10, 20, 24, 25, 27 en 35, waaronder medische steunkousen, meubels, textiel, kleding, vloerbedekkingen en detailhandelsdiensten voor die producten. De examinator had de aanvraag geweigerd op grond van art. 7 lid 1, onder b, UMVo, gelezen in samenhang met art. 7 lid 2 UMVo, en de Vijfde Kamer van Beroep had die weigering bevestigd. Het Gerecht laat die beslissing in stand. Het stelt voorop dat onderscheidend vermogen ontbreekt wanneer het relevante publiek het teken niet als aanduiding van commerciële herkomst opvat, maar slechts als een promotionele of informatieve boodschap. Het relevante publiek bestaat hier uit zowel het grote publiek als professionals, waarbij voor de beoordeling met name is gekeken naar het Duitstalige publiek in Duitsland en Oostenrijk. Volgens het Gerecht zal dat publiek het woord DEINS onmiddellijk begrijpen als een informele vorm van “deines”, dus als een bezittelijk voornaamwoord in de betekenis van “van jou”. In de context van de betrokken waren en diensten zal dat woord uitsluitend worden opgevat als een eenvoudige wervende boodschap, bijvoorbeeld dat het product of de dienst voor de consument bestemd is, bij hem past of op zijn behoeften is afgestemd. Het teken mist daarom de originaliteit, pregnantie en interpretatieve inspanning die nodig zijn om, naast die promotionele functie, ook als merk te kunnen functioneren.

Het Gerecht verwerpt ook de overige argumenten van HTG. Dat de Kamer van Beroep verschillende concrete associaties heeft genoemd die het woord DEINS kan oproepen, betekent niet dat sprake is van meerdere onderscheidende betekenissen of van een cognitief proces dat onderscheidend vermogen schept; al die associaties vloeien voort uit dezelfde, onmiddellijk herkenbare promotionele kernboodschap. Evenmin hoefde de Kamer van Beroep voor iedere waar of dienst afzonderlijk een aparte motivering te geven, omdat het gebrek aan onderscheidend vermogen op dezelfde wijze gold voor alle betrokken waren en diensten. DEINS blijft in al die sectoren een algemene, lovende aanduiding die suggereert dat de betrokken producten of diensten bijzonder geschikt of bestemd zijn voor de consument. Ook het argument dat diensten niet iemands eigendom kunnen worden, slaagt niet, omdat het woord in die context niet noodzakelijk op eigendom ziet, maar ook eenvoudig kan uitdrukken dat de dienst speciaal voor de consument bedoeld is. Verder acht het Gerecht irrelevant dat in correct Duits in combinatie met een zelfstandig naamwoord eerder andere vormen zoals dein of deine zouden worden gebruikt, omdat het aangevraagde merk uitsluitend uit het woord DEINS bestaat en het publiek dat woord ook zonder grammaticale context onmiddellijk als promotionele boodschap zal begrijpen. Het Gerecht komt daarom tot de slotsom dat DEINS door het relevante publiek niet als herkomstaanduiding zal worden opgevat, maar uitsluitend als een promotionele boodschap. Het beroep wordt afgewezen. Omdat het EUIPO alleen om een proceskostenveroordeling had verzocht voor het geval een zitting zou plaatsvinden en geen zitting is gehouden, draagt iedere partij haar eigen kosten.

28       De Raad van Beroep oordeelde ten eerste dat het aangevraagde merk onmiddellijk zou worden opgevat als een aanbod van de producent of dienstverlener om de betreffende producten of diensten aan de klant ter beschikking te stellen en bij de klant de wens te wekken om het betreffende product te kopen of de betreffende dienst te gebruiken. Ten tweede legde de Raad uit dat de term "deins" de belofte inhield dat de consument het product in bezit kon nemen. Bovendien oordeelde de Raad dat het bezittelijke voornaamwoord de bestaande commerciële relatie tussen de leverancier en de klant benadrukte in de zin van "uw vertrouwde fabrikant" of de hoop uitdrukte dat een dergelijke commerciële relatie spoedig zou worden gevestigd. Ten slotte concludeerde de Raad dat de term "deins" ook uitdrukte dat het aangeboden product of de aangeboden dienst precies aan de behoeften van de klant voldeed.

29       In tegenstelling tot wat de aanvrager lijkt te beweren, heeft de Kamer van Beroep echter niet geoordeeld dat het aangevraagde merk, met betrekking tot de betreffende goederen en diensten, meerdere verschillende betekenissen kan hebben. Integendeel, zoals het EUIPO aangeeft, baseerde het zijn redenering op de betekenis van het woord 'deins' als een bezittelijk voornaamwoord dat eigendom uitdrukt, een betekenis die onmiddellijk en duidelijk wordt begrepen door het gehele relevante publiek. In dit verband stelt het EUIPO terecht dat alle gedetailleerde toelichtingen van de Kamer van Beroep, zoals samengevat in paragraaf 28 hierboven, slechts dienen ter illustratie van de concrete associaties die deze betekenis bij consumenten kan oproepen.

30       Bovendien kan het argument van de aanvrager dat het cognitieve proces wordt geactiveerd door de verwijzing van de Raad van Beroep naar een mogelijke toekomstige bezitsrelatie, waarvoor het woord "deins" volgens de aanvrager niet in de dagelijkse taal wordt gebruikt, geen stand houden. Zoals het EUIPO stelt, is er immers geen reden om aan te nemen dat het gebruik van dat woord tot het heden beperkt is. Aangezien de bewering van de aanvrager volstrekt ongegrond is, kan deze het onderscheidend vermogen van het aangevraagde merk niet aantonen.

31       In deze context impliceert het feit dat het woord "deins", in zijn betekenis als bezittelijk voornaamwoord, diverse associaties kan oproepen met betrekking tot de betreffende producten en diensten, waaronder een mogelijke relatie van toekomstig bezit, in tegenstelling tot wat de aanvrager lijkt te beweren, niet dat er een cognitief proces wordt geactiveerd wanneer het relevante publiek het aangevraagde merk waarneemt.

32       Integendeel, het relevante publiek hoeft geen enkele moeite te doen om het woord ‘deins’ te begrijpen als een puur lovende aanduiding, die zich rechtstreeks tot de consument richt en hen uitnodigt de betreffende producten en diensten aan te schaffen. Er zij opgemerkt dat het aangevraagde merk geen enkel element bevat dat het, afgezien van zijn promotionele functie, in staat zou stellen de genoemde producten en diensten te onderscheiden van producten en diensten met een andere commerciële oorsprong.