15 jul 2026,
Gerecht bevestigt verwarringsgevaar tussen beeldmerk go VEGE en woordmerk végé’
Gerecht 15 juli 2026, IEF 23693; IEFbe 4262; ECLI:EU:T:2026:469 (Desimo, Lda. tegen EUIPO en Topas GmbH). Het Gerecht verwerpt het beroep van Desimo tegen de beslissing van de vijfde kamer van beroep van het EUIPO, waarbij de inschrijving van het beeldmerk go VEGE gedeeltelijk is geweigerd wegens verwarringsgevaar met het oudere Uniewoordmerk végé’ van Topas. De betrokken waren en diensten bestaan onder meer uit vegetarische en plantaardige voedingsmiddelen in de klassen 29 en 30 en detailhandelsdiensten voor voedingsmiddelen in klasse 35. Desimo betwistte niet dat het relevante publiek bestaat uit het algemene en professionele publiek in de Europese Unie, met een laag tot gemiddeld aandachtsniveau, dat de betrokken waren en diensten deels identiek en deels, ten minste in geringe mate, soortgelijk zijn en dat het oudere merk een zwak onderscheidend vermogen heeft. Volgens het Gerecht mocht de kamer van beroep oordelen dat het woordelement ‘VEGE’ het dominante bestanddeel van het aangevraagde merk vormt. Dit element trekt door zijn centrale positie en omvang in de eerste plaats de aandacht van de consument. Het kleinere woord ‘go’ heeft voor het Engelstalige publiek een zwak onderscheidend karakter, omdat het kan worden opgevat als een aansporing om een vegetarische levensstijl aan te nemen. De groene cirkel en de tak met bladeren zijn hoofdzakelijk decoratief en verwijzen in de context van de betrokken waren en diensten naar een ecologisch of milieuvriendelijk karakter. Een element met een zwak onderscheidend vermogen kan niettemin dominant zijn wanneer het door zijn positie of omvang de totaalindruk van het merk bepaalt.
De conflicterende tekens stemmen overeen in het element ‘vege’. De accenten en de apostrof in het oudere merk, het aanvullende woord ‘go’ en de figuratieve elementen van het aangevraagde merk zijn onvoldoende om deze overeenstemming op te heffen. De tekens zijn daarom visueel en fonetisch bovengemiddeld overeenstemmend. Voor het Engelstalige deel van het relevante publiek bestaat bovendien een begripsmatige overeenstemming van ten minste gemiddelde omvang, omdat beide tekens verwijzen naar het vegetarische karakter van de betrokken waren en diensten. De aansporende betekenis van het woord ‘go’ doet aan dat gedeelde begrip niet af. Gelet op de identiteit of soortgelijkheid van de waren en diensten, het lage tot gemiddelde aandachtsniveau van het relevante publiek en de visuele, fonetische en begripsmatige overeenstemming tussen de tekens, mocht de kamer van beroep concluderen dat verwarringsgevaar bestaat. Het zwakke onderscheidend vermogen van het oudere merk staat daaraan in het kader van deze globale beoordeling niet in de weg. Het Gerecht is niet bevoegd om zelf de inschrijving van het aangevraagde merk te gelasten, omdat ook de kamers van beroep van het EUIPO geen formele beslissing tot registratie kunnen nemen. Het beroep wordt volledig verworpen en iedere partij draagt haar eigen proceskosten.
36 In the present case, in view of its size and central position within the mark applied for, the Board of Appeal was entitled to find that the word ‘vege’, despite its weak distinctive character in relation to the goods and services at issue, constituted the dominant element of the mark applied for. In addition, it must be stated that the figurative elements of the mark applied for are not so large in size, nor are they arranged in such a specific, original or elaborate manner, as to be capable of significantly influencing the overall impression conveyed by the mark applied for. Furthermore, as regards the word ‘go’, it must be held, as the Board of Appeal found, that, in the context of the mark applied for, it has a weak distinctive character given that, for the English-speaking part of the relevant public, it may be understood as an invitation to take up a vegetarian lifestyle. Moreover, that element is smaller than the element ‘vege’ in the mark applied for.
41 In the present case, it must be observed that the signs at issue coincide in the word ‘vege’. The accents on the letters ‘e’ and the apostrophe at the end of that word in the earlier mark are not sufficient to offset the similarity found. Moreover, since the figurative elements of the mark applied for will be perceived as decorative, the difference resulting from those elements must be minimised. Lastly, in view of the fact that the word ‘go’ in the mark applied for is written in a smaller font than that of the word ‘vege’ and that it is weakly distinctive – a point which the applicant does not dispute – it is unlikely that it will be perceived by the relevant public. Accordingly, the public’s attention will focus on the word ‘vege’, which dominates the overall impression of the mark applied for. Thus, the presence of the word ‘go’ and of the figurative elements of the mark applied for is not sufficient to offset the similarity created by the overall impression given by the signs at issue.
56 Second, it follows from paragraphs 42, 47 and 51 above that the signs at issue have an above-average degree of visual and phonetic similarity and a degree of conceptual similarity which is at least average for the English-speaking part of the relevant public. The Board of Appeal was therefore entitled to find that, overall, there existed a likelihood of confusion on the part of the relevant public in respect of the goods and services at issue.