Gepubliceerd op dinsdag 31 maart 2026
IEF 23417
Gerecht EU (voorheen GvEA) ||
25 mrt 2026
Gerecht EU (voorheen GvEA) 25 mrt 2026, IEF 23417; ECLI:EU:T:2026:211 (Implementing Technologies, SL tegen EUIPO en M2Linx Design, SL), https://www.ie-forum.nl/artikelen/gerecht-bevestigt-vervallenverklaring-van-uniemerk-ossa-since-1940-wegens-niet-normaal-gebruik

Gerecht bevestigt vervallenverklaring van Uniemerk OSSA SINCE 1940 wegens niet-normaal gebruik

Gerecht EU 25 maart 2026, IEF 23417; 4167; ECLI:EU:T:2026:211 (Implementing Technologies, SL tegen EUIPO en M2Linx Design, SL). Het Gerecht verwerpt het beroep van de merkhouder en bevestigt daarmee dat het figuratieve Uniemerk OSSA SINCE 1940 terecht vervallen is verklaard op grond van artikel 58, lid 1, onder a, UMVo wegens niet-normaal gebruik. De relevante periode loopt van 15 juni 2017 tot en met 14 juni 2022, dus de vijf jaren vóór het vervalverzoek van 15 juni 2022. Het Gerecht wijst het betoog af dat Spaanse nationale uitspraken en de exclusieve licentie met Cool Bikes tot een andere berekening van die periode moeten leiden. Het Uniemerkenstelsel is autonoom, zodat nationale uitspraken EUIPO en het Gerecht niet binden. Ook als een omstandigheid mogelijk een rechtvaardiging voor niet-gebruik zou kunnen zijn, verandert dat de berekening van die vijfjaarsperiode niet.

Volgens het Gerecht levert Implementing Technologies geen concreet en objectief bewijs dat het merk in die periode normaal wordt gebruikt voor de ingeschreven waren. Voor klasse 12 (motorfietsen) tonen de overgelegde stukken, zoals licentieovereenkomsten, businessplannen, intentieverklaringen, e-mails, foto’s, dealerverklaringen en enkele facturen uit eind 2022 en 2023, vooral plannen en voorbereidingen, maar geen daadwerkelijke en voldoende marktgerichte verkoop van motorfietsen onder het merk OSSA SINCE 1940 in de relevante periode. Een licentieovereenkomst op zichzelf bewijst geen normaal gebruik, en de exclusieve licentie met Cool Bikes vormt ook geen geldige reden voor niet-gebruik, omdat dit voortkomt uit een eigen commerciële keuze van de merkhouder. Ook het beroep op COVID-19 slaagt niet, omdat niet concreet genoeg wordt uitgelegd welke beperkingen het gebruik van dit merk precies verhinderen; bovendien duurt de aangevoerde verstoring slechts 82 dagen. Voor de waren in klasse 9 en 25 faalt het beroep bovendien al omdat de merkhouder daartegen geen specifieke argumenten aanvoert. Het Gerecht laat de vervallenverklaring daarom volledig in stand: Implementing Technologies draagt haar eigen kosten en die van M2Linx Design, terwijl EUIPO de eigen kosten draagt.

59       De Raad van Beroep oordeelde in paragraaf 72 van de bestreden uitspraak dat, hoewel de licentieovereenkomst wellicht daadwerkelijke voorbereidingen voor de marketing van de motorfietsen inhield, dergelijke voorbereidingen op zich niet konden worden beschouwd als daadwerkelijk gebruik van het betwiste merk. Dit omdat, ten eerste, de daadwerkelijke marketing van de producten niet onmiddellijk daarop volgde en, ten tweede, er geen bewijs was dat de producten waarop de licentieovereenkomst betrekking had, daadwerkelijk waren gefabriceerd of op de markt gebracht. Bovendien merkte de Raad van Beroep in paragraaf 73 van de bestreden uitspraak op dat dezelfde licentieovereenkomst geen specifieke informatie bevatte over het merk dat op die producten moest worden aangebracht.

60       Deze beoordeling is foutloos. Het is immers duidelijk uit de in paragraaf 19 aangehaalde jurisprudentie dat daadwerkelijk gebruik van een handelsmerk vereist dat het publiek en extern wordt gebruikt, en niet alleen binnen de onderneming van de merkeigenaar of een derde die daartoe gemachtigd is. Het gebruik van het handelsmerk moet betrekking hebben op goederen en diensten die reeds op de markt zijn of waarvan de marketing, voorbereid door de onderneming met het oog op het aantrekken van klanten, met name via reclamecampagnes, aanstaande is. Dergelijk gebruik kan worden gedaan door de merkeigenaar of een derde die daartoe gemachtigd is.

61.       Bijgevolg kan de licentieovereenkomst met Cool Bikes, bij gebrek aan bewijs dat de motorfietsen daadwerkelijk of op het punt staan ​​op de markt te worden gebracht onder het betwiste handelsmerk, op zichzelf geen bewijs vormen van daadwerkelijk gebruik van dat handelsmerk. Dit geldt des te meer omdat, zoals het EUIPO terecht opmerkt, daadwerkelijk gebruik van een handelsmerk niet kan worden aangetoond door waarschijnlijkheden of vermoedens (zie de in paragraaf 22 hierboven aangehaalde jurisprudentie).