29 jan 2018,
Geen verplichting tot vervolgopdrachten en geen opschortingsrecht wegens gevreesde auteursrechtinbreuk
Rb. Amsterdam 29 januari 2018, IEF 23695; ECLI:NL:RBAMS:2018:409 (Agendum tegen Dutchlabel). Agendum gaf reclamebureau Dutchlabel opdracht een communicatieconcept te ontwikkelen, dat Dutchlabel presenteerde met een daarbij ontworpen logo en huisstijl. Vervolgens sloten partijen een afzonderlijke overeenkomst voor het maken van drie foto’s en het gebruik daarvan gedurende één jaar. Nadat Agendum had meegedeeld geen verdere uitwerkingen door Dutchlabel te willen laten verzorgen, weigerde Dutchlabel de reeds betaalde foto’s te leveren. Zij stelde dat Agendum verplicht was vervolgopdrachten te verstrekken of het gestelde auteursrecht op het communicatieconcept af te kopen en dat zij de levering mocht opschorten uit vrees dat Agendum het concept door een andere vormgever zou laten uitwerken. De kantonrechter verwerpt dit verweer. Gesteld noch gebleken was dat partijen bij de opdracht tot conceptontwikkeling vervolgopdrachten waren overeengekomen. Ook indien op het concept auteursrecht rustte, volgde daaruit niet dat Dutchlabel zonder uitdrukkelijke afspraak vervolgopdrachten of afkoop van dat auteursrecht kon afdwingen. Als professioneel reclamebureau had Dutchlabel Agendum bij het aangaan van de overeenkomst duidelijk moeten informeren over de door haar gestelde auteursrechtelijke beperkingen. Omdat zij dat onvoldoende had gedaan, mocht zij er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat Agendum zich ook tot vervolgopdrachten had verbonden.
Ook de enkele vrees dat Agendum na ontvangst van de foto’s mogelijk inbreuk op het auteursrecht zou maken, vormde zonder nadere onderbouwing geen grond voor opschorting. Op dat moment stond niet vast dat het gebruik van de foto’s of de verdere uitwerking van het concept daadwerkelijk auteursrechtinbreuk zou opleveren. Evenmin kon worden vastgesteld dat Agendum was tekortgeschoten in een verplichting tegenover Dutchlabel. Door de foto’s niet volgens de overeengekomen planning te leveren, schoot Dutchlabel daarom zelf tekort. Die tekortkoming rechtvaardigde uitsluitend de ontbinding van de afzonderlijke opdracht voor de foto’s en niet van de reeds naar tevredenheid uitgevoerde opdracht tot ontwikkeling van het communicatieconcept. Dutchlabel moest het voor de foto’s en de bijbehorende gebruiksrechten betaalde bedrag van € 3.751 terugbetalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de ontbindingsdatum van 19 mei 2017. De wettelijke handelsrente werd afgewezen, omdat de terugbetalingsverplichting een uit de ontbinding voortvloeiende ongedaanmakingsverbintenis is en geen contractuele betalingsverplichting. Dutchlabel werd daarnaast in de proceskosten veroordeeld en het overige deel van de vordering werd afgewezen.
5. Tussen partijen is niet in geschil dat Agendum Dutchlabel opdracht heeft gegeven om een communicatieconcept te ontwikkelen. Dutchlabel heeft op 15 februari 2017 een presentatie gehouden en de daarvoor op 24 februari 2017 verstuurde factuur, met daarin vermeld de post “communicatieconcept” heeft Agendum ook betaald. Verder is niet in geschil dat Agendum vervolgens aan Dutchlabel, na onderhandeling hierover, een tweede opdracht heeft gegeven om drie foto’s te maken, dat zij het gebruik daarvan voor een jaar heeft afgekocht en dat zij het geoffreerde bedrag daarvoor heeft betaald. Agendum stelt dat Dutchlabel door vervolgens de foto’s niet te leveren tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Dutchlabel voert echter aan dat Agendum gehouden was om vervolgopdrachten aan haar te verstrekken ter uitvoering van het concept. Nu Agendum deze opdrachten niet wenste te verstrekken, is Dutchlabel van mening dat zij het leveren van de foto’s mocht weigeren c.q. opschorten.
6. Gesteld noch gebleken is echter dat bij het aangaan van de opdracht om een communicatieconcept te ontwikkelen Dutchlabel het overeenkomen van vervolgopdrachten heeft bedongen. De omstandigheid dat op het concept (zoals gepresenteerd op 15 februari 2017) auteursrecht rust, zoals Dutchlabel stelt, als gevolg waarvan alleen Dutchlabel bevoegd zou zijn om het concept uit te werken, maakt nog niet dat zij kan afdwingen dat Agendum, zonder daarmee expliciet ingestemd te hebben, deze vervolgopdrachten ook aan haar dient te verstrekken, dan wel het auteursrecht dat op het concept rust van haar dient af te kopen. Uit de stellingen van Agendum blijkt dat Agendum niet is geïnformeerd over de volgens Dutchlabel op het concept rustende auteursrechtelijke bescherming. Dit blijkt ook uit het e-mailbericht van 17 maart 2017. Agendum verkeerde kennelijk in de veronderstelling dat zij het door Dutchlabel ontwikkelde concept, zonder nadere kosten, zelf verder kon (laten) uitvoeren. Het had op de weg van Dutchlabel gelegen om als professioneel reclamebureau Agendum bij het aangaan van de opdracht over het volgens haar toepasselijke auteursrecht te informeren. Nu gesteld noch gebleken is dat zij dit voldoende heeft gedaan, mocht Dutchlabel er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat Agendum bij het verstrekken van de aanvankelijke opdracht voor een communicatieconcept ook de bedoeling heeft gehad om Dutchlabel verdere opdrachten te verstrekken en kan dan ook niet worden geconcludeerd dat dit tussen partijen is overeengekomen.
7. De vrees dat Agendum bij het verstrekken van de foto’s in strijd zou gaan handelen met haar auteursrechtelijke bescherming is evenmin grond om de levering van de foto’s op te schorten. Vrees voor inbreuk, is daarvoor, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onvoldoende. Op dat moment stond bovendien niet vast dat gebruik door Agendum van de foto’s ook daadwerkelijk strijd met haar auteursrecht zou opleveren. Niet kan dan ook worden vastgesteld dat Agendum is tekortgeschoten in haar verplichtingen, zodat voor Dutchlabel geen grond bestond om haar verplichting tot levering van de foto’s op te schorten. Dutchlabel is dan ook tekort geschoten in haar (vervolg) opdracht om deze foto’s (op 27/28 maart 2017) te leveren (zie e-mailbericht met planning van 20 maart 2017).
8. Deze tekortkoming rechtvaardigt echter niet ook ontbinding van de opdracht met betrekking tot het communicatieconcept, maar enkel ontbinding van de (vervolg) opdracht ten aanzien van de foto’s. De opdracht tot het ontwikkelen van een communicatieconcept is immers naar tevredenheid uitgevoerd. De omstandigheid dat Agendum door het niet leveren van de foto’s niets kon doen met het communicatieconcept en uiteindelijk een andere huisstijl heeft (moeten) laten ontwikkelen, maakt dit niet anders en kan dus ook niet leiden tot een grotere terugbetalingsverplichting dan hetgeen is betaald voor de foto’s.
Conclusie is dan ook dat de (vervolg)opdracht ten aanzien van de foto’s rechtsgeldig op 19 mei 2017 is ontbonden, ten gevolge waarvan voor Dutchlabel een ongedaanmakingsverplichting is ontstaan ten aanzien van het reeds voor de foto’s betaalde bedrag van € 3.751,00. Dutchlabel zal daarom worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag. De gevorderde handelsrente is niet toewijsbaar, het betreft hier immers geen contractuele betalingsverplichting. De wettelijke rente is echter vanaf de datum van ontbinding, te weten 19 mei 2017, toewijsbaar.
9. Dutchlabel zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Nu Agendum geen gebruik heeft gemaakt van een professioneel gemachtigde, zal geen salaris gemachtigde worden toegewezen.