IEF 15743

Geen rectificatie voor bericht over in scene gezette televisieroof

Vzr. Rechtbank Amsterdam 4 maart 2016, IEF 15743; ECLI:NL:RBAMS:2016:1320 (Plasmavisie tegen SSPOMN)
Mediarecht. Plasmavisie is een speciaalzaak voor visuele en audiovisuele apparatuur. Vennoten van Plasmavisie hadden aangifte gedaan van een gewapende roofoverval waarbij honderden televisies zouden zijn gestolen. Later blijkt dat deze overval in scène was gezet door de eigenaren. Plasmavisie vordert onder andere Rtv Utrecht te bevelen om een rectificatie te plaatsen onder de kop "rectificatie televisieroof elektronicawinkel te Barneveld" en dat Rtv Utrecht publicaties over de overval verwijdert uit de zoekresultaten van online zoekmachines omdat Rtv Utrecht volgens Plasmavisie geen hoor-en wederhoor heeft toegepast en zich schuldig maakt aan onzorgvuldige journalistiek. De rechter oordeelt dat het rectificeren en aanschrijven van de zoekmachines een beperking zal vormen van artikel 10 lid 1 EVRM en dat de publicaties van Rtv Utrecht rechtvaardig waren omdat het bericht afkomstig was van een overheidsorgaan (de politie) en dan hoeft er geen zelfstandig onderzoek gedaan te worden naar de juistheid van dat bericht. Overigens rust er bij Rtv Utrecht geen rechtsplicht om de berichtgeving aan te passen omtrent Plasmavisie, deze verplichting zou een te erge inbreuk vormen op haar journalistieke vrijheid. De voorzieningenrechter weigert de gevraagde voorzieningen van Plasmavisie c.s.

4.1 Toewijzing van de vorderingen van Plasmavisie c.s. tot rectificatie en aanschrijving van de zoekmachines zou een beperking vormen van het in artikel 10 lid 1 EVRM neergelegde grondrecht op vrijheid van meningsuiting van Rtv Utrecht. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de uitlatingen van de Rtv Utrecht onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW. Voor het antwoord op de vraag welk recht - het recht op vrije meningsuiting of het recht ter bescherming van eer of goede naam - in dit geval zwaarder weegt, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen. 

4.5 Plasmavisie c.s. heeft allereerst gesteld dat het bericht onrechtmatig is, omdat het zou berusten op leugens en suggesties. Rtv Utrecht heeft echter aangevoerd dat publicatie gerechtvaardigd was, aangezien het bericht (onder meer) was gebaseerd op een politiebericht. Op dit punt wordt de visie gedeeld van Rtv Utrecht, dat in beginsel op een bericht dat afkomstig is van een overheidsorgaan zoals de politie, mag worden afgegaan, zonder dat naar de juistheid daarvan een zelfstandig onderzoek wordt uitgevoerd. Het stond Rtv Utrecht dan ook vrij om op basis van dit politiebericht te vermelden dat betrokkenen waren aangehouden op verdenking van poging tot oplichting, valsheid in geschrifte en het doen van valse aangifte, alsook dat die conclusie was getrokken op basis van 'recherchewerk', nu in het bericht melding wordt gemaakt van rechercheurs die 'met de zaak bezig waren'. Dat de politie haar bevindingen in werkelijkheid alleen maar zou hebben gestoeld op een onderzoek door de verzekeraar, zoals Plasmavisie c.s. heeft gesteld - wat daarvan ook zij, nu de juistheid daarvan in dit kort geding niet kan worden vastgesteld - maakt dat niet anders. 

4.10 Anders dan Plasmavisie c.s. kennelijk meent, rust op Rtv Utrecht geen rechtsplicht om over een aanpassing van haar berichtgeving in overleg te treden met Plasmavisie c.s., waarbij het haar niet zou zijn toegestaan om daarbij uit eigener beweging te handelen. Een dergelijke verplichting zou immers een (te) vergaande inbreuk vormen op haar journalistieke vrijheid.