IEF 18081

Geen rectificatie artikel Consumentenbond over zonnebrandspray, geen verstrekking stukken

Vzr. Rechtbank Den Haag 6 november 2018, IEF 18081; ECLI:NL:RBDHA:2018:13142 (Australian Gold tegen Consumentenbond) Mediarecht. De Consumentenbond heeft een artikel '1 op de 5 zonnebrandsprays biedt niet beloofde bescherming' gepubliceerd over zonnebrandsprays, waarin staat vermeld dat de zonnebrandspray van Australian Gold in plaats van de beloofde bescherming van 30 maar een bescherming biedt van 15. De voorzieningenrechter oordeelt dat de Consumentenbond dit artikel niet hoeft te verwijderen of rectificeren en ook geen nadere stukken hoeft te verstrekken aan eiseres over het verrichte onderzoek dat aan de publicatie ten grondslag ligt.

4.7. Het gebrek aan transparantie is volgens AG gelegen in de omstandigheid dat de Consumentenbond haar voorafgaand aan de publicatie geen gedetailleerde informatie heeft gegeven over de wijze van uitvoering van het onderzoek binnen een samenwerkingsverband en niet de naam van het laboratorium noemt dat het onderzoek heeft uitgevoerd. Dit laatstgenoemde onderdeel zal hierna apart worden beoordeeld, omdat de Consumentenbond ook stelt dat zij thans nog steeds aanspraak kan maken op verstrekking van dat gegeven, waartoe zij ook een vordering heeft ingesteld op grond van artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De eerstgenoemde informatie is inmiddels door de Consumentenbond verstrekt. De omstandigheid dat zij die informatie niet eerder heeft gedeeld, maakt naar het oordeel van de voorzieningenrechter nog niet dat de Consumentenbond onzorgvuldig heeft gehandeld. Dit betreft naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen informatie die de Consumentenbond uit oogpunt van transparantie voorafgaand aan de publicatie met AG had behoren te delen. Dat verenigt zich niet met de vrijheid die de Consumentenbond heeft als vermeld onder 4.3.

 4.10. De voorzieningenrechter overweegt dat voor een geslaagd beroep op artikel 843a Rv AG een rechtmatig belang dient te hebben bij de verstrekking aan haar van het gewenste stuk, zijnde in dit geval het onderdeel van het rapport waarop de naam van het laboratorium staat vermeld. Daarvan is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake. Het volgende is hiervoor redengevend.

4.11. De door het laboratorium gebruikte methodieken en de gehanteerde normen, waar AG stelt inzicht in te willen hebben, staan vermeld in de door de Consumentenbond (inmiddels) overgelegde delen van het rapport. AG heeft niet geconcretiseerd dat en waarom deze methodieken en normen – zijnde volgens de Consumentenbond de voorgeschreven standaarden – ondeugdelijk zouden zijn. AG heeft ook niet toegelicht welke van de door haar in de dagvaarding opgenomen vragen over de uitgevoerde onderzoeken zij nog beantwoord wil zien. Dat had wel op haar weg gelegen nu zij in de dagvaarding stelt dat zij de betreffende informatie nodig heeft om de resultaten van het onderzoek op juistheid te kunnen laten toetsen en een contra-test te kunnen laten uitvoeren. Die contra-test heeft AG echter inmiddels – nadat de Consumentenbond nadere stukken heeft overgelegd – laten uitvoeren en deze betreft volgens haar producten uit exact dezelfde batch als die waarover de Consumentenbond heeft gerapporteerd in de publicatie. De voorzieningenrechter gaat er dan ook vanuit dat AG na de dagvaarding door de overlegging door de Consumentenbond van de nadere stukken inmiddels over voldoende informatie beschikt.

4.12. AG heeft voorts geen concrete punten uit het rapport genoemd die zouden moeten leiden tot de conclusie dat het rapport ondeugdelijk is. Alleen haar opmerkingen over de omstandigheid dat de test kennelijk “blind” is uitgevoerd zouden als zodanig kunnen worden aangemerkt. Gezien de toelichting van de Consumentenbond wat daarmee wordt bedoeld (uiteraard niet zijnde dat er willekeurig wordt gesmeerd en dat daarna niet meer duidelijk is wat waarop is gesmeerd) en bij gebreke van een verwijzing door AG naar andersluidende voorschriften, gaat de voorzieningenrechter hieraan voorbij.

4.13. De overige opmerkingen die AG heeft gemaakt betreffen met name de vragen of het onderzoek wel betrekking heeft gehad op de door AG geproduceerde spray, of er in het geheel wel onderzoek is gedaan en of het rapport wel door een deskundige is opgesteld. Deze opmerkingen en (impliciete) verdachtmakingen vormen naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter onvoldoende aanknopingspunt om te twijfelen aan hetgeen de Consumentenbond uitdrukkelijk heeft verklaard over het uitgevoerde onderzoek en de deskundigheid van het laboratorium. Bij dit laatste heeft de voorzieningenrechter ook nog acht geslagen op de door de Consumentenbond overgelegde certificering, die volgens zijn uitdrukkelijke stelling het laboratorium betreft, en de certificaten van de gebruikte apparatuur.