Gepubliceerd op donderdag 16 april 2026
IEF 23481
Rechtbank Amsterdam ||
13 apr 2026
Rechtbank Amsterdam 13 apr 2026, IEF 23481; ECLI:NL:RBAMS:2026:3786 (Accuraat tegen FTM), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-preventief-publicatieverbod-tegen-follow-the-money-bij-voorgenomen-nog-onbekende-publicatie

Uitspraak ingezonden door Otto Volgenant, Boekx

Geen preventief publicatieverbod tegen Follow the Money bij voorgenomen, nog onbekende publicatie

Rb. Amsterdam 13 april 2026, IEF 23481; ECLI:NL:RBAMS:2026:3786 (Accuraat tegen FTM). In dit kort geding vorderde Accuraat Begeleid Wonen B.V. dat Follow the Money (FTM) zou worden verboden een voorgenomen artikel over haar te publiceren. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam wees die vordering af. Vooropgesteld werd dat toewijzing van die vordering een inbreuk zou maken op de vrijheid van FTM om zich als journalistiek medium kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend uit te laten over kwesties die in de publieke belangstelling staan. Zo’n beperking van de persvrijheid is alleen toelaatbaar als het belang van Accuraat om niet lichtvaardig te worden blootgesteld aan verdachtmakingen en onterechte aantasting van haar goede naam zwaarder weegt. De bijzonderheid in deze zaak was echter dat het ging om een voorgenomen publicatie, waarvan de inhoud nog niet vaststond. Een publicatieverbod vooraf komt neer op censuur en is in een democratische samenleving slechts in zeer uitzonderlijke gevallen mogelijk, namelijk wanneer publicatie tot onherstelbare schade zal leiden en die schade niet meer kan worden weggenomen door een maatregel achteraf, zoals rectificatie.

Volgens de voorzieningenrechter had Accuraat niet aannemelijk gemaakt dat van zo’n uitzonderlijk geval sprake was. Wel achtte de rechter de verwachting gerechtvaardigd dat de publicatie voor Accuraat ongunstig zou zijn, mede omdat het artikel onder de kop “Zorgcowboys” zou verschijnen, maar op basis van die kop en de door Accuraat overgelegde vragenlijst, het enige concrete inzicht in de mogelijke inhoud, kon niet worden vastgesteld dat de gevolgen van publicatie onmiddellijk zó ernstig en onherstelbaar zouden zijn dat een preventief verbod gerechtvaardigd was. Daarom strandde de primaire vordering, nog los van het feit dat die volgens de rechter zeer ruim was geformuleerd. Ook de subsidiaire vordering werd afgewezen, omdat FTM voldoende gelegenheid voor wederhoor had geboden en geen recht bestaat op voorafgaande inzage in een journalistieke publicatie. Accuraat werd als in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van FTM, begroot op € 2.690 inclusief nakosten, te vermeerderen met € 98 en betekeningskosten indien niet tijdig wordt betaald en het vonnis daarna moet worden betekend.

1.1.

De toewijzing van de vordering van Accuraat betekent een inbreuk op de vrijheid van FTM om zich als journalistiek medium kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend te kunnen uitlaten over kwesties die in de publieke belangstelling staan. Zo’n beperking van de persvrijheid is alleen toelaatbaar als het belang van Accuraat, dat er met name in is gelegen dat zij niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan verdachtmakingen en dat haar goede naam niet onterecht wordt aangetast, zwaarder moet wegen.

1.2.

De bijzonderheid is hier dat het gaat om een voorgenomen publicatie, waarvan niet bekend is wat er in komt te staan. Een dergelijk publicatieverbod vooraf komt neer op censuur en is in een democratische samenleving alleen in zeer uitzonderlijke gevallen mogelijk. Er moet dan sprake van zijn dat publicatie tot onherstelbare schade zal leiden en dat de nadelige gevolgen van de openbaarmaking niet meer kunnen worden hersteld door een veroordeling tot rectificatie achteraf.

1.3.

Accuraat zegt in essentie dat dit zich voordoet en dat zij na publicatie haar onderneming wel kan staken. De verwachting lijkt wel gerechtvaardigd dat de publicatie niet gunstig zal zijn voor Accuraat, gelet op het feit dat de publicatie onder de kop “Zorgcowboys” komt te staan, maar mede gelet op de vragenlijst van productie 1 – en dat is het enige inzicht dat we hebben over de mogelijke inhoud van de publicatie – kan niet worden vastgesteld dat de gevolgen van publicatie onmiddellijk zo ernstig zijn dat deze ook niet hersteld kunnen worden na publicatie.

1.4.

Hierop stuit de primaire vordering af, nog los ervan dat die vordering wel heel ruim is geformuleerd. De subsidiaire vordering is ook niet toewijsbaar, want er is voldoende gelegenheid gegeven voor wederhoor, en een recht op inzage vooraf is er niet.