IEF 19355

Geen opheffing beslag door merkenrecht

Vzr. Rechtbank Rotterdam 9 juni 2020, IEF 19355; ECLI:NL:RBROT:2020:6776 (TPL tegen EXE) Kort geding. Merkenrecht. TPL is producent en verkoper van zonnepanelen, EXE is handelaar in zonnepanelen. EXE heeft bij TPL orders geplaatst voor de productie en levering van zonnepanelen. Na ontvangst van order 3 wil EXE de orders ontbinden vanwege de slechte kwaliteit van de panelen. Als TPL probeert zonder toestemming van EXE de zonnepanelen te verkopen aan een derde, laat EXE beslag leggen op de partijen. Omdat de panelen zijn voorzien van EXE-merken, mogen de panelen niet zonder toestemming van EXE binnen de EER op de markt gebracht worden. TPL vordert opheffing van het beslag. Opheffing van het beslag wordt niet toegewezen, omdat de vordering waarvoor het beslag is gelegd niet summierlijk ondeugdelijk te achten is.

4.4. Op grond hiervan is de vordering waarvoor het beslag is gelegd niet summierlijk ondeugdelijk te achten. Zolang TPL de EXE-merken niet heeft verwijderd en/of geen zekerheid biedt dat de merken voorafgaand aan de verhandeling worden verwijderd, kan het leggen en handhaven van het beslag niet als onnodig of als onrechtmatig worden beschouwd. Dit wordt mogelijk anders indien EXE gehouden is tot nakoming van de overeenkomst en tot afname van de zonnepanelen.

4.5. De voorzieningenrechter merkt hierbij op dat het ongelukkig is indien contractspartijen elkaar betichten van merkinbreuk waarbij het, zoals hier, zaken betreft die in opdracht van de merkhouder zijn geproduceerd. In dat geval is het geschil immers meer een contractueel geschil dan een klassieke merkinbreuk. Aangezien aannemelijk is dat TPL heeft geprobeerd zonder toestemming van EXE zonnepanelen te verkopen aan een derde, is het geschil hier van kleur verschoten. Het inroepen van het merkenrecht is in dit geval daarom niet als oneigenlijk te beschouwen.