IEF 20862

Geen onrechtmatige verwerking persoonsgegevens

Raad van State 27 juli 2022, IEF 20862, IT 4005; ECLI:NL:RVS:2022:2173 (AP tegen VoetbalTV)  De AP heeft bij besluit van 16 juli 2020 een boete opgelegd aan VoetbalTV voor het onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens. De rechtbank verklaarde bij uitspraak van 23 november 2020 [IEF 19608] het tegen de besluit ingestelde beroep van VoetbalTV gegrond en vernietigde het besluit. De rechtbank oordeelde in haar uitspraak van 23 november 2020 dat de AP in het onderzoek dat ten grondslag ligt aan de boete, is gestopt bij de vaststelling dat VoetbalTV geen gerechtvaardigd belang heeft. De AP is niet ingegaan op de noodzakelijkheid. Daarnaast is er volgens de rechtbank geen afweging gemaakt tussen de tegengestelde rechten en belangen. De rechtbank oordeelde daarom dat het besluit niet voldoende zorgvuldig is genomen en het dus in strijd is met artikel 3:2 Awb. De rechtbank kwam om deze redenen tot de conclusie dat de boete niet in stand kan blijven. De AP stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.

De Afdeling gaat niet mee in het betoog van de AP dat de rechtbank het beroep ten onrechte niet heeft terugverwezen voor behandeling als bezwaar. Daarnaast wordt door de Afdeling geoordeeld dat de AP ten onrechte de door VoetbalTV gestelde belangen niet heeft meegewogen. Gezien de aard van de activiteiten van VoetbalTV is de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk voor meer dan alleen de commerciële belangen van VoetbalTV. De Afdeling meent daarom dat de AP onjuist heeft geconstateerd dat VoetbalTV in strijd heeft gehandeld met artikel 6 lid 1 aanhef en sub f AVG. De Afdeling komt tot de conclusie dat het hoger beroep van de AP ongegrond is en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

4. De rechtbank heeft geoordeeld dat VoetbalTV geen belang meer heeft bij een beoordeling van haar beroep tegen het niet-tijdig beslissen.

De rechtbank heeft verder geoordeeld dat het opnemen van de voetbalwedstrijden en het uitzenden daarvan aan het publiek, in dit geval niet uitsluitend een journalistiek doel dient. De journalistieke exceptie geldt dus niet voor de gegevensverwerkingen waar deze procedure over gaat.

Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat de toetsing van de AP in dit geval uitgaat van een verkeerde interpretatie van het begrip 'gerechtvaardigd belang' en daarom in strijd is met artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f, van de AVG. In de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie wordt geen duidelijke omschrijving gegeven wat een gerechtvaardigd belang precies is en de interpretatie van de AP dat het - kort gezegd - zou moeten gaan om een rechtsbelang, is in die jurisprudentie dan ook niet als zodanig terug te vinden. Deze uitleg strookt ook niet met de opinie van de Werkgroep artikel 29 (WP29, de voorloper van de European Data Protection Board) uit 2014, en met de visie van Advocaat-Generaal M. Bobek, die in zijn conclusie bij het arrest inzake Fashion ID van 29 juli 2019, nr. C-40/17, ECLI:EU:C:2019:629, stelt dat dit een open flexibel begrip is. Bovendien volgt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat het lidstaten niet vrijstaat om een beroep op het gerechtvaardigd belang voor bepaalde categorieën verwerkingen op voorhand of categorisch uit te sluiten. De rechtbank is mede op basis van buitenlandse vertalingen van dit begrip van oordeel dat er een negatieve toets geldt. Deze toets komt erop neer dat de verwerker geen belang mag nastreven dat in strijd is met de wet; het moet een legitiem belang zijn. Volgens de rechtbank moet VoetbalTV zelf haar gerechtvaardigd belang stellen en moet zij daarnaar ook feitelijk handelen. De verwerking mag niet in strijd zijn met de wet en ook niet buiten haar statutaire doel omgaan, oftewel: niet in strijd zijn met het recht. De AP zal met inachtneming van overweging 47 van de AVG (vb. direct marketing), aan de hand van de door VoetbalTV gestelde doelen, moeten beoordelen of het noodzakelijk is om daarvoor persoonsgegevens te verwerken. Dat is niet gebeurd. In het onderzoek dat ten grondslag ligt aan de boete is gestopt bij de vaststelling dat VoetbalTV geen gerechtvaardigd belang heeft en is niet ingegaan op de noodzakelijkheid. Ook is er geen afweging gemaakt tussen de aan de orde zijnde tegengestelde rechten en belangen. Gelet hierop is het besluit voor het overige niet voldoende zorgvuldig genomen en is het daarmee in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De boeteoplegging kan daarom niet in stand blijven. De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:72a van de Awb aanleiding gezien om zelf in de zaak te voorzien, in die zin dat zij geen ander besluit neemt in de plaats van het vernietigde besluit. Daarmee is de boete geheel van tafel, aldus de rechtbank.