IEF 16041

Geen inzage in scenario VPRO-serie over Moszkowicz

Vzr. Rechtbank Noord-Nederland 17 juni 2016, IEF 16041; ECLI:NL:RBNNE:2016:2878 (Moszkowicz tegen RAAF)
Bij tussenvonnis [IEF 15979] werd DigiJuris opgedragen te onderzoeken of in de laatste versie van het in beslaggenomen scenario is opgenomen dat de persoon in een slaapkamer heroïne krijgt aangeboden door zijn vriendin/vrouw. Gelet op het deskundigenbericht heeft eiser in het kader van artikel 1019a Rv niet voldoende aannemelijk gemaakt dat hij mogelijk een onderliggende vordering heeft op gedaagden uit hoofde van (een dreigende) schending van het auteursrecht van eiser. De vordering ex 843a Rv voor inzage in het scenario wordt afgewezen.

1.2. Bij deskundigenbericht van 10 juni 2016 heeft DigiJuris de uitkomst van haar hiervoor bedoelde onderzoek aan de voorzieningenrechter doen weten.

In dat deskundigenbericht is terzake van de werkwijze onder meer het volgende opgenomen:

‘Om te kunnen beoordelen of de onder 4.11.2 (van het vonnis van 27 mei 2016, vzr) beschreven scene/gebeurtenis voorkomt in het scenario c.q. de deelscenario’s, heeft DigiJuris de scenario’s van de vier afleveringen doorgelezen en beoordeeld op de gestelde vraag. Daarbij is er door ons geen scene aangetroffen waarin de persoon die [A] in de serie speelt in een slaapkamer heroïne krijgt aangeboden door zijn vriendin/vrouw.

Naast visuele controle is als additionele controle de tekst van de scenario’s van de vier afleveringen

met zoekwoorden op gelijkenis doorzocht. De woorden heroïne en/of slaapkamer en/of [A] en/of

Theo’ gaven geen aanleiding onze bevinding aan te passen.’

De conclusie van het deskundigenbericht is de volgende:

‘In de laatste versie van het scenario c.q. de deelscenario’s is door ons geen scene aangetroffen waarin de persoon die [A] in de serie speelt in een slaapkamer heroïne krijgt aangeboden door zijn vriendin/vrouw.’
1.3. De voorzieningenrechter neemt het deskundigenbericht over en maakt de daarin opgenomen overwegingen tot de zijne.

Gelet op dit deskundigenbericht – met inachtneming van het onder 4.10. van het vonnis van 27 mei 2016 overwogene – heeft eiser in het kader van artikel 1019a Rv niet voldoende aannemelijk gemaakt dat hij mogelijk een onderliggende vordering heeft op gedaagden uit hoofde van (een dreigende) schending van het auteursrecht van eiser.
1.4. De vordering wordt dan ook afgewezen.

Op andere blogs:
Mediareport