Gepubliceerd op donderdag 22 oktober 2026
IEF 23951
Hof Amsterdam ||
13 okt 2026,
Hof Amsterdam 13 okt 2026,, IEF 23951; ECLI:NL:GHAMS:2026:3006 (Disney tegen Buma/Stemra), https://www.ie-forum.nl/artikelen/geen-inzage-in-concrete-svod-tarieven-buma-stemra-wel-geanonimiseerde-criteria-via-registeraccountant

Geen inzage in concrete SVOD-tarieven Buma/Stemra, wel geanonimiseerde criteria via registeraccountant

Hof Amsterdam 13 oktober 2026, IEF 23951; ECLI:NL:GHAMS:2026:3006 (Disney tegen [geïntimeerde 2] / [geïntimeerde 1]). In deze zaak beslist het hof op het verzoek van Disney om op grond van artikel 843a (oud) Rv inzage te krijgen in licentieovereenkomsten en tariefgegevens van Buma/Stemra. Disney heeft deze gegevens opgevraagd ten aanzien van andere aanbieders van *subscription video on demand* (SVOD) op de Nederlandse markt om te kunnen controleren of Buma/Stemra bij het bepalen van de licentietarieven voor muziekauteursrechten de gelijkebehandelingsplicht van artikel 21 van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties (WTCBO) heeft nageleefd. In eerdere tussenbeschikkingen had het hof al geoordeeld dat het verzoek van Disney voor een klein deel toewijsbaar is [IEF 23678]. Disney heeft namelijk een rechtmatig belang bij kennisname van de gehanteerde criteria, factoren en omstandigheden bij het bepalen van de tarieven, evenals de redenen voor eventuele kortingen of afslagen. Disney heeft echter geen recht op inzicht in concrete tarieven of de specifieke voorwaarden per individuele concurrent. In de onderhavige beschikking maakt het hof de groep vergelijkbare marktpartijen concreet en stelt het de exacte wijze van inzage vast. Disney stelde dat de inzage betrekking zou moeten hebben op zeventien SVOD-aanbieders. Het hof oordeelt echter dat de relevante groep aanbieders voldoende homogeen moet zijn. Partijen die SVOD-diensten uitsluitend aanbieden als onderdeel van een breder pakket (zoals in combinatie met lineaire televisie of shopping-diensten) zijn onvoldoende vergelijkbaar met zuivere SVOD-diensten zoals Disney+. Na uitsluiting van deze vijf zogeheten bundelaanbieders resteert een groep van elf relevante SVOD-aanbieders waarop het bevel betrekking heeft. Gegevens over lopende onderhandelingen en aanbieders die geen licentieovereenkomst hadden op of na 1 december 2018 vallen buiten de reikwijdte van de inzage.

Ten aanzien van de bescherming van bedrijfsgeheimen oordeelt het hof dat het niet nodig is om alle overige SVOD-aanbieders als belanghebbenden in de procedure op te roepen. De vertrouwelijkheid van hun concurrentiegevoelige informatie wordt gewaarborgd door de gekozen wijze van verstrekking. Buma/Stemra dient alle documenten te verzamelen en daarin alle gegevens zwart te maken, behalve de gehanteerde criteria en kortingsredenen. Deze informatie mag bovendien niet worden gesorteerd of uitgesplitst per concrete aanbieder. Eventuele anderstalige gegevens moeten door een beëdigd vertaler naar het Engels worden vertaald. Voor de controle op de juistheid en volledigheid van de geanonimiseerde lijst stelt het hof een neutraal protocol vast. Buma/Stemra moet de zwartgemaakte stukken en de opgestelde lijst binnen drie maanden nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden aanleveren bij een door Disney aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant. Deze accountant voert een louter feitelijke controle uit om vast te stellen dat alle criteria op de lijst staan en dat de vertaling juist is. De accountant verstrekt geen assurance of inhoudelijk juridisch oordeel. Na deze controle ontvangt Disney uitsluitend de gecontroleerde, geanonimiseerde lijst van criteria. Het hof bepaalt dat de kosten voor het verstrekken van het uittreksel, waaronder de kosten voor de accountant en de beëdigd vertaler, volledig voor rekening van Disney komen. De proceskosten in beide instanties worden gecompenseerd, met uitzondering van een terugbetalingsverplichting van Buma/Stemra voor eerder door Disney betaalde proceskosten. Het bevel wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3.2.3. Tot uitgangspunt wordt genomen dat de Andere SVOD-aanbieders een voldoende homogene groep is van aanbieders die SVOD-diensten aanbieden. Partijen gaan allemaal ervan uit dat een SVOD-dienst inhoudt dat aan abonnees on demand toegang wordt verschaft tot een catalogus met audiovisuele content. Volgens haar onweersproken toelichting biedt Disney aan abonnees de keuze tot een abonnement zonder reclame en een abonnement met reclame (en een lagere prijs). Die keuzemogelijkheid is niet relevant voor de vraag wie als Andere SVOD-aanbieder geldt, aangezien tot de Andere SVOD-aanbieders onbetwist ook aanbieders van SVOD-diensten behoren die een dergelijke keuze (nog) niet bieden aan hun abonnees, zoals Netflix.

3.2.4. De door andere partijen gemaakte kanttekeningen bij de manier waarop Disney tot de zeventien door haar genoemde aanbieders is gekomen, staan niet eraan in de weg dat deze zeventien aanbieders tot uitgangspunt worden genomen bij de bepaling van de Andere SVOD-aanbieders. Onder de zeventien aanbieders zijn ook aanbieders die SVOD-diensten aanbieden in een bundel met andere diensten, zoals shopping-diensten, lineaire televisie of een UGC-platform (user-generated content) (hierna: de Bundelaanbieders). Partijen zijn het niet eens over de vraag of de Bundelaanbieders ook moeten worden aangemerkt als Andere SVOD-aanbieders. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend. Disney biedt met Disney+ geen SVOD-diensten aan als onderdeel van een bredere bundel. De Bundelaanbieders die dat wel doen zijn daarmee onvoldoende vergelijkbaar met Disney. Met de Bundelaanbieders erbij is de groep Andere SVOD-aanbieders onvoldoende homogeen.

3.5 Het is niet nodig dat de Opdracht, die een louter feitelijke controle inhoudt, door een (gespecialiseerd) jurist wordt uitgevoerd, zoals Disney bepleit, overigens uitgaande van een controle die meer omvat dan wat het hof voor ogen heeft. De Opdracht sluit aan bij de werkzaamheden die een deurwaarder pleegt uit te voeren bij inzage in een bewijsbeslag. Geen van partijen stelt echter een deurwaarder voor als Persoon. Aansluiting zoekend bij de uit de uitlatingen van partijen blijkende voorkeur in het geval de Persoon geen jurist is, zal worden bepaald dat de Persoon een registeraccountant moet zijn. Daarbij wordt opgemerkt dat de Opdracht niet inhoudt dat assurance wordt geboden. Het is niet nodig dat de Persoon aan een bepaald (soort) kantoor is verbonden. Wel moet de Persoon volledig onafhankelijk zijn van Disney, [geïntimeerde 2] / [geïntimeerde 1] , Apple, Netflix en de Andere SVOD-aanbieders en geen huidige of recente adviesrelatie hebben met een van deze partijen of hun groepsmaatschappijen. Ook moet de Persoon voorafgaand aan de benoeming een volledige belangenconflictcontrole uitvoeren, waaruit blijkt dat het de Persoon (en diens kantoor) vrijstaat de Opdracht te aanvaarden en zich schriftelijk onderwerpen aan geheimhouding over wat hij te weten komt bij de uitvoering van de Opdracht. Dat laatste dient te gebeuren in een verklaring die ook inhoudt dat aan de voorgaande drie eisen is voldaan. Het is aan Disney om binnen een maand na het onherroepelijk worden van deze beschikking de Persoon uit te zoeken, de Opdracht te geven aan de Persoon en aan [geïntimeerde 2] / [geïntimeerde 1] door te geven wie de Persoon is, met verstrekking van de Opdracht en de vereiste verklaring van de Persoon.