IEF 19423

Geen inbreuk sterk gelijkende domeinnaam als handelsnaam

Vzr. Rechtbank Limburg 3 september 2020, IEF 19423, IT 3244; ECLI:NL:RBLIM:2020:6611 (Terhagen tegen Witran) Kort geding. Handelsnaamrecht. De domeinnaam “[domeinnaam 1]” staat sinds 2009 geregistreerd bij de SIDN op naam van een (voormalige) eenmanszaak van de bestuurder en enig aandeelhouder van Terhagen. Terhagen heeft met Witran in 2015 een overeenkomst gesloten op grond waarvan Witran tot juni 2020 het alleenrecht heeft op exploitatie van [domeinnaam 1]. Witran heeft in juni 2020 [domeinnaam 2] laten registreren bij de SIDN en voert tevens de handelsnaam "[domeinnaam 2]". Terhagen vordert veroordeling van Witran om de handelsnaam [domeinnaam 2], dan wel [domeinnaam 1], te verwijderen van al haar bedrijfsuitingen en deze naam op geen enkele wijze meer te bezigen op grond van art. 5 Hnw. Centraal staat de vraag of Witran met het gebruik van [domeinnaam 2] en de handelsnaam “[domeinnaam 2]” inbreuk maakt op het handelsnaamrecht van Terhagen. Terhagen heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij het handelsnaamrecht op [domeinnaam 1] heeft verworven, noch heeft zij aangetoond dat de handelsnaam ooit door haar zelf is gevoerd, zodat de vorderingen worden afgewezen.

4.5. Omdat Terhagen de handelsnaam “ [domeinnaam 1] ” niet zelf voerde in het economisch verkeer, maakt Witran geen inbreuk op enig bestaand handelsnaamrecht van Terhagen door per 1 (dan wel 9 dan wel 29) juni 2020 met de handelsnaam “ [domeinnaam 2] ” naar buiten te treden.

4.7. Terhagen heeft geen feiten of omstandigheden gesteld dan wel enige juridische grondslag aangedragen terzake het beweerdelijk onrechtmatig gebruik van een domeinnaam en/of logo c.q. (beeld)merk door Witran die sterk op “ [domeinnaam 1] ” lijkt. Voor zover Terhagen een vordering bedoeld heeft in te stellen ter beëindiging van dergelijk onrechtmatig gebruik van een domeinnaam en/of logo c.q. (beeld)merk moet deze aldus worden afgewezen.

4.8. Al met al heeft Terhagen in dit geding niet aannemelijk weten te maken dat zij de domeinnaam “ [domeinnaam 1] ” zelf vóór 1 juni 2020 in het handelsverkeer heeft gebruikt als haar handelsnaam, zodat de vorderingen worden afgewezen met veroordeling van Terhagen als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure.

Afbeelding: 377053 via PixaBay.