IEF 19864

Geen inbreuk op voortbrengsel- en werkwijzeconclusies

Hof Den Haag 23 maart 2021, IEF 19864, ECLI:NL:GHDHA:2021:492 (Plantlab tegen Certhon) Bosch Inveka en Wilk van der Sande waren gelieerde vennootschappen die zich bezighielden met bouw en verwarming voor de tuinbouw, nu gefuseerd tot Certhon. PlantLab heeft voor Croppings een methode voor Vertical Farming ontwikkeld, dit werd in het vakblad Onder Glas toegelicht in september 2008. Op 13 oktober 2008 is een octrooi-aanvraag gedaan. Het hof deelt het eindoordeel van de rechtbank [IEF 17725] dat Certhon geen inbreuk maakt op de octrooien en dat Certhon ook niet onrechtmatig betrokken is bij inbreuken. De op die inbreuken gebaseerde verbodsvorderingen en nevenvorderingen van PlantLab worden afgewezen. Dat geldt ook voor de inzagevordering van PlantLab. De behandeling van het beroep tegen de beslissing van de rechtbank in de nietigheidszaak (17-176) en de vordering tot vernietiging van EP 814 wordt geschorst afwachting beslissing van de Technische Kamer van Beroep.

 4.25. Op grond van het voorgaande moet worden geconcludeerd dat het hof het eindoordeel van de rechtbank deelt dat Certhon geen inbreuk maakt op de octrooien en dat Certhon ook niet onrechtmatig betrokken is bij inbreuken. De op die inbreuken gebaseerde verbodsvorderingen en nevenvorderingen van PlantLab moeten dus worden afgewezen. Dat geldt ook voor de inzagevordering van PlantLab. In het licht van wat hiervoor is overwogen heeft PlantLab de gestelde inbreuk ook onvoldoende aannemelijk gemaakt voor toewijzing van een inzagevordering. Daarbij weegt mee dat PlantLab wel al inzage heeft gehad in het bij [VOF c.s.] in beslag genomen bewijsmateriaal met betrekking tot de door Certhon geleverde klimaatcel en de door de deurwaarder opgemaakte gedetailleerde beschrijving van die klimaatcel. PlantLab heeft dus al veel bewijsmateriaal over de klimaatcel van Certhon en heeft niet gesteld, laat staan voldoende aannemelijk gemaakt dat Certhon aan andere afnemers dan [VOF c.s.] andere klimaatcellen aanbiedt of levert. Het hof ziet ook geen aanleiding een deskundige te benoemen om nader bewijs te leveren van de gestelde inbreuk, mede gelet op het feit dat PlantLab al rapporten van deskundigen heeft overgelegd. De grieven tegen het vonnis voor zover gewezen in de inbreukzaak (14-250) zijn dus ongegrond of treffen geen doel. Het hof zal het vonnis in zoverre daarom bekrachtigen.

4.26. De behandeling van het beroep tegen de beslissing van de rechtbank in de nietigheidszaak (17-176) en de vordering tot vernietiging van EP 814 zal het hof schorsen totdat de Technische Kamer van Beroep uitspraak heeft gedaan in de beroepsprocedure tegen de beslissing van de Oppositieafdeling over EP 814. Op die manier worden eventuele tegenstrijdige beslissingen voorkomen over de geldigheid van EP 814 en het vrijwel gelijkluidende NL 091 conform het hoofdverzoek of een van de hulpverzoeken. De aanhouding is overeenkomstig de wens van PlantLab, die uitdrukkelijk heeft verzocht de procedure te schorsen als het hof zou menen dat de octrooien mogelijk ongeldig zijn of zou twijfelen over de wijze waarop EP 814 in stand zal worden gehouden door de Technische Kamer van Beroep. Gegeven de uitkomst in de inbreukzaak valt ook niet in te zien welk belang Certhon heeft bij een beslissing op haar nietigheidsvorderingen vooruitlopend op de beslissing van de Technische Kamer van Beroep.

4.27. Voor toewijzing van de provisionele bevelen die PlantLab vordert bij schorsing van de procedure, bestaat geen grond. Ook die provisionele vorderingen zijn namelijk gebaseerd op het hiervoor al verworpen betoog dat Certhon inbreuk maakt op de octrooien of onrechtmatig betrokken is bij inbreuken op die octrooien.