IEF 20027

Geen inbreuk op moederoctrooi en divisional

Vzr. Rechtbank Den Haag 15 juni 2021, IEF 20027; ECLI:NL:RBDHA:2021:6085 ( Belparts tegen Belimo) Kort geding. Eiser Belparts is actief in de ontwikkeling, productie en verkoop van apparatuur die kan worden gebruikt voor het automatisch reguleren van systemen in gebouwen. Zij richt zich in het bijzonder op HVAC-systemen (Heating, Ventilation, Air Conditioning/Cooling). Belparts is houdster van het octrooi EP 938, het moederoctrooi “Flow control system” dat ziet op de beïnvloeding van de stroomsnelheid van het medium binnen een debietregelsysteem. Gedaagde Belimo c.s. is actief op het gebied van de ontwikkeling en verkoop van onderdelen voor (onder andere) HVAC-systemen. Belfarts verwijt Belimo cs inbreuk op haar octrooien door productie en verhandeling van regelkleppen. De voorzieningenrechter heeft grensoverschrijdende bevoegdheid ten aanzien van de Zwitserse gedaagde op grond van artikel 6 lid 1 Lugano II enkel voor Nederland en België. Er is geen sprake van inbreuk op het moederoctrooi en op de divisional. Daarnaast is er gerede kans dat het moederoctrooi niet inventief is.

4.20.
Dat betoog komt geenszins onlogisch voor. Ten eerste heeft Belimo c.s. gewezen op ANSI en ISO-normen waar dit uit blijkt. De omstandigheid dat er volgens die normen bij een technische weergave van een ‘quieting section’ er in de regel ook nog een kader omheen wordt getekend, maakt niet dat een gemiddelde vakman niet minst genomen op het duidelijke spoor van een ‘quieting section’ wordt gezet, waarbij de sensor (22) alsdan ook logischerwijs buiten de ‘flow chamber’ is gelegen. Ten tweede is niet logisch dat een gemiddelde vakman dan maar (zoals Belparts kennelijk wil) de 4 horizontale streepjes zou wegdenken of negeren. Dat in WO 086 geen toelichting op de horizontale streepjes valt te ontwaren, maakt dit onvoldoende anders. Ten derde heeft Belimo c.s., anders dan kennelijk bij de TKB, in dit geschil onderbouwd gewezen op algemene vakkennis, in de vorm van handboeken van Liptak (GP15, 2003) en Thorn (GP14) waarin een dergelijke ‘quieting section’ na een kraan om turbulentie bij de flow sensor te voorkomen, beschreven staat. De door Belparts opgeworpen vraag of deze handboeken tot de algemene vakkennis behoren, vergt nader onderzoek en bewijs. Daarvoor is in de bodemprocedure wel maar in dit kort geding niet voldoende plaats, althans is naar voorlopig oordeel onvoldoende.

Inbreuk EP 425

4.21. Naar voorlopig oordeel is er evenmin sprake van indirecte inbreuk op EP 425. De conclusie vereist dat de karakteristieke curve van de regelklep softwarematig wordt beïnvloed van lineair naar niet-lineair of vice versa. Volgens conclusie 3 heeft het ‘orifice adjusting system’ een equiprocentuele curve.17 Het is door Belimo c.s. met de rapporten van prof. [A] en dhr. [B] voldoende aannemelijk gemaakt dat in haar product niet de karakteristieke curve van de klep wordt beïnvloed maar de zogenaamde ‘flow set point’. Dat laatste is de waarde die de stroomsnelheid van het hele systeem moet krijgen en ziet dus niet op (enkel) de karakteristieke curve van de klep. Ook in het octrooi is er een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de (gemiddelde) flow set point (die eventueel handmatig kan worden ingesteld, zie [0034] en [0035]) en de karakteristieke curve van de klep. Niets in het octrooi suggereert een softwarematige aanpassing van de ‘flow set point’. De voorzieningenrechter realiseert zich dat misschien het uiteindelijke effect van de regelklep van het octrooi (volgens conclusie 3) en die van Belimo c.s. mogelijk hetzelfde is (lineair gedrag van het systeem bij een warmtewisselaar bij de consument met een parabolische curve), maar de wijze waarop is voorshands niet dezelfde. Bij Belimo c.s. wordt de streefwaarde van de uiteindelijke stroomsnelheid die door de regelklep moet worden bereikt softwarematig aangepast, bij het octrooi wordt door softwarematige manipulatie van de actuator in wezen een klep met een andere karakteristiek nagebootst. Van equivalentie is om die reden ook geen sprake.