IEF 19844

Geen inbreuk op handelsnaam en woordmerk, wel inbreuk op beeldmerk

Vzr. Rechtbank Gelderland 18 maart 2021, C/05/383354 / KG ZA 2 l-29 (Welson tegen gedaagde) Welson is een bedrijf dat zich hoofdzakelijk bezighoudt met het verkopen, plaatsen en onderhouden van zwembaden. Welson is tevens als woord- en beeldmerk geregistreerd bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE). Gedaagde drijft eveneens een onderneming die zich bezighoudt met het plaatsen en onderhouden van zwembaden. Sinds december 2020 opereert zijn onderneming onder de naam 'Wellux'. Welson ziet dit als inbreukmakend op haar handelsnaam, woordmerk en beeldmerk en vordert van gedaagde om haar onderneming niet meer onder deze naam te drijven. De voorzieningenrechter oordeelt dat er van te weinig overeenstemming tussen de namen 'Welson' en 'Wellux' sprake is om een inbreuk op de handelsnaam en het woordmerk van de eerstgenoemde te constateren. Wel verklaart deze dat er sprake is van inbreuk op het beeldmerk, wegens een grote mate van overeenstemming tussen de logo's.

4.9. Dat het woordmerk van Welson is ingeschreven voor waren en diensten die identiek zijn aan de waren en diensten die [gedaagde] aanbiedt, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in het licht van de hiervoor besproken (zeer) beperkte mate van overeenstemming tussen woordmerk en teken en het gemiddeld onderscheidend vermogen van dat woordmerk, onvoldoende om tot het oordeel te komen dat verwarring bij het in aanmerking komende publiek kan ontstaan, althans dat de indruk wordt gewekt dat enig verband bestaat tussen het woordmerk 'Welson' en het teken 'Wellux'.

4.22. Dat op grond van voornoemde omstandigheden verwarring valt te duchten bij het normaal oplettende publiek kan daarmee echter nog niet worden aangenomen. Daarvoor is meer nodig. Welson stelt in dit verband niet meer dan dat toen [gedaagde] slechts een paar weken handelde onder de naam Wellux zij daarover al berichten ontving uit verschillende hoeken. Volgens Welson kan hieruit worden afgeleid dat er in die korte tijd dus al daadwerkelijk een link is gelegd tussen Wellux en Welson·. Welson verwijst daarbij naar drie overgelegde whatsapp-berichten (productie 10). [gedaagde] heeft echter onweersproken gesteld dat het hierbij gaat om drie whatsapp-berichten van personen die zeer nauw zijn verbonden aan Welson, dan wel aan [directeur Welson], directeur van Welson. Bovendien is de voorzieningenrechter met [gedaagde] van oordeel dat deze berichten niet veel zeggen. Zo wordt in die berichten onder een afbeelding van het logo 'Wellux' alleen maar aangegeven, achtereenvolgens: "deed ons best wel denken aan welson", ''probeert ook iemand na te apen" en "betere jatwerk''. Hieruit volgt op geen enkele wijze dat het normaal oplettende publiek dat gebruik wenst te maken van de waren en diensten van Welson daadwerkelijk de onderneming van [gedaagde] voor die van Welson houdt, dan wel dat dat publiek aanneemt dat beide ondernemingen economisch met elkaar zijn verbonden. Welson heeft geen andere concrete feiten en omstandigheden gesteld waaruit dit wel blijkt.

4.13. Gelet op de grote mate van overeenstemming tussen beeldmerk en logo, het meer dan gemiddeld onderscheidend vermogen van dat beeldmerk en het feit dat het beeldmerk is ingeschreven voor waren en diensten die identiek zijn aan de waren en diensten die [gedaagde] aanbiedt, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter ten aanzien van het beeldmerk wél sprake van verwarringsgevaar bij het in aanmerking komende publiek.