IEF 19511

Geen handelsnaaminbreuk advocatenkantoor

Vzr. Rechtbank Den Haag 20 oktober 2020, IEF 19511; ECLI:NL:RBDHA:2020:10633 (Vangoud Advocaten tegen Goud Advocaten) Handelsnaamrecht. Kort geding. Vangoud Advocaten is in 2011 opgericht en in Arnhem gevestigd. Het advocatenkantoor is gespecialiseerd in het vastgoed en de overheid. B drijft sinds 2020 de handelsnaam ‘Goud Advocaten’ en voert in Gorinchem een voornamelijk lokale praktijk. Het advocatenkantoor van B is gespecialiseerd in het contractenrecht, arbeidsrecht, familierecht en ondernemingsrecht. Vangoud Advocaten heeft B gesommeerd het gebruik van de handelsnaam Goud Advocaten te staken en gestaakt te houden. B heeft aan deze sommatie geen gehoor gegeven. Voorshands oordelend is geen sprake van een handelsnaaminbreuk. De kans op verwarring is, gelet op de verschillen tussen de handelsnamen, de zwakke bescherming die het overeenstemmende woord ‘goud’ kan worden toegekend, de verschillen in praktijkgebieden en de afstand tussen de plaatsen van vestiging, verwaarloosbaar te achten. De vorderingen worden afgewezen.

4.3.1. [B] gebruikt niet dezelfde handelsnaam als Vangoud Advocaten. Door toevoeging van het woordje ‘van’ of Van’ in de handelsnamen van Vangoud Advocaten, heeft deze eerder het karakter van een verwijzing naar een familienaam zoals dat in de advocatuur zeer gebruikelijk is. Dat aan het kantoor van Vangoud Advocaten geen advocaat verbonden is met die achternaam doet daar niet aan af omdat dit bij vele kantoornamen het geval is. In elk geval krijgt ‘goud’ doordat het wordt voorafgegaan door ‘van’ of ‘Van’ en aan elkaar is geschreven, aanzienlijk minder aandacht bij de handelsnamen van Vangoud Advocaten. [B] gebruikt goud’ daarentegen losstaand.

4.3.2. Voorts merkt [B] terecht op dat haar handelsnaam onmiskenbaar refereert aan het aanprijzende karakter van de term ‘goud’. Met [B] kan voorshands worden aangenomen dat de aanduiding ‘goud’ in het algemene spraakgebruik en in de commerciële praktijk een gebruikelijke aanprijzende term is, die tot uitdrukking brengt dat de betrokken waren en/of diensten van (zeer) goede kwaliteit of anderszins erg waardevol zijn dan wel volop voordelen bieden. Zo wordt in de commercie bijvoorbeeld steeds vaker onderscheid gemaakt in serviceniveaus, waarbij de klant kan kiezen uit brons, zilver en goud en soms zelfs nog platina en diamant. Daarbij valt onder meer te denken aan het aanbod van creditcards of frequent flyer arrangementen. De aanduiding ‘goud’ duikt bovendien veel op in handelsnamen, waaronder in de (zakelijke) dienstverlening, zoals de horeca. Voorts bestaat er een onderneming die zich Goud Kwadraat noemt en ‘Legal Management & Consultancy’ diensten verleent. Daarbij wordt op de website van die onderneming de link gelegd met hoogwaardige dienstverlening en dat men ‘altijd voor goud gaat’. Voorshands is de term ‘goud’ zo al onderscheidend dan op zijn best zwak onderscheidend.

4.4. De kans op verwarring is, gelet op de verschillen tussen de handelsnamen, de (op zijn best) zwakke bescherming die het overeenstemmende woord ‘goud’ kan worden toegekend, de verschillen in praktijkgebieden en de afstand tussen de plaatsen van vestiging, alles afwegende daarom verwaarloosbaar te achten. Deze conclusie wordt gesteund door de omstandigheid dat in de praktijk zich nog geen relevante gevallen van verwarring hebben voorgedaan. Uit het voorgaande is eveneens duidelijk dat, indien en voor zover bijkomende omstandigheden vereist zijn, deze in deze zaak gesteld noch gebleken zijn.