IEF 20140

Geen bezwaar mogelijk tegen advies tot vernietigbaarheid octrooi

Rechtbank Den Haag 22 juli 2021, IEF 20140; ECLI:NL:RBDHA:2021:8532 (Eiser tegen Octrooicentrum Nederland) Eiser is octrooihouder van een tweetal octrooien. Op 18 juli 2019 heeft de RDW een verzoek ingediend bij verweerder om een advies uit te brengen over de toepasselijkheid van de vernietigingsgronden op de octrooien van eiser. Eiser heeft hierop verweerschriften ingediend. Het Octrooicentrum heeft vervolgens tot vernietigbaarheid van beide octrooien geadviseerd, wegens gebrek aan inventiviteit. Eiser heeft vervolgens bezwaar gemaakt, maar verweerder is van mening dat er geen bezwaar open staat. Ze voert daartoe aan dat de adviezen geen besluiten zijn en dus niet voor bezwaar in aanmerking komen. De rechtbank is het hiermee eens en oordeelt dat het uitbrengen van deze adviezen geen rechtsgevolgen met zich meebrengt. De octrooien blijven immers na dit advies nog steeds geldig. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard. 

5.3 De rechtbank is van oordeel dat de adviezen waartegen eiser bezwaar heeft gemaakt, geen besluiten zijn zoals bedoeld in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Zoals verweerder terecht heeft gesteld, hebben de adviezen geen rechtsgevolg, omdat de octrooien waarop de adviezen zien ook na afgifte van het advies van kracht blijven. Dit geldt ook als wordt geadviseerd tot nietigheid van de octrooien, zoals in dit geval is gebeurd. Het feit dat de verzoeker van het advies (RDW) door het uitbrengen van het advies ontvankelijk is in een vordering tot vernietiging van de betreffende octrooien4, brengt op zichzelf nog geen verandering in de rechtspositie van eiser mee. De verandering in rechtspositie ontstaat namelijk pas nadat een uitspraak op een ingediende vordering is gedaan. Dat een advies van verweerder vaak zou worden gevolgd in een uitspraak op een vordering, zoals eiser betoogt, doet aan het voorgaande niets af.