IEF 16074

Geen bewijsbeslag Moszkowicz: verzuim melding andere (afgewezen) rekesten en geen auteursrechtinbreuk

Het verlof voor bewijsbeslag wordt verzocht voor alle audiovisuele opnames van de televisieserie die zich (mogelijk) bevinden onder Dutch Mountain Film, regisseur en editor. Dit wordt geweigerd. Ex 21 Rv heeft verzoeker verzuimd om, zoals in de Beslagsyllabus vermeld, melding te maken van eerder ingediende beslagrekesten. Zoals bij de Rechtbank Amsterdam is gedaan en is afgewezen [IEF 16076]. Anders dan de Vzr. Rechtbank Noord-Nederland [IEF 15979], wordt een dreigende auteursrechtinbreuk op deze grond onvoldoende aannemelijk geacht.
3.3.1. Uit de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 29 juni 2016 (610893 / KG RK 16-1430) blijkt tevens dat verzoeker ook bij die rechtbank verzuimd heeft melding te maken van deze eerdere beschikking, maar ook dat verzoeker verzuimd heeft melding te maken van het op 6 juni 2016, respectievelijk 13 juni 2016 bij deze rechtbank (Midden-Nederland, locatie Lelystad) ingediende verzoek en de nadien ontvangen (telefonische) mededeling dat het verzoek niet voor toewijzing in aanmerking zou komen.
 
3.4. Voorts geldt dat verzoeker wel stelt dat er een dreigende auteursrechtinbreuk is omdat te verwachten is dat in de televisieserie scènes zullen worden vertoond die zijn ontleend aan belangrijke passages in het boek van verzoeker, maar anders dan de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen heeft geoordeeld, wordt een dreigende auteursrechtinbreuk op deze grond onvoldoende aannemelijk geacht. Het in een televisieserie over een advocatenfamilie, die gelijkenis vertoont met de familie van verzoeker, mogelijk vertonen van enkele scènes die zijn gebaseerd op passages uit het boek van verzoeker rechtvaardigt nog niet de conclusie dat zodanige auteursrechtelijke trekken uit het boek van verzoeker zijn overgenomen dat de indrukken van het boek en de televisieserie zodanig overeenkomen dat van een auteursrechtelijke inbreuk moet worden gesproken.
 
3.5. Ook vormt een eventuele dreiging van auteursrechtinbreuk onvoldoende grond voor een bewijsbeslag op voorhand, voordat de uitzendingen hebben plaatsgevonden. Het beslag zal immers moeten worden gevolgd door een procedure, waarin naar moet worden aangenomen zal worden gevorderd een uitzendverbod en/of een voorschot op schadevergoeding, voorafgaand aan de uitzending van de televisieserie. Voor een procedure die pas wordt gevoerd na de uitzending is een bewijsbeslag immers niet meer nodig. Niet aannemelijk is dat deze vorderingen op voorhand zouden worden toegewezen: voor een uitzendverbod is in het algemeen een dreigende auteursrechtinbreuk onvoldoende (tegenover het recht op uitingsvrijheid van degenen die de uitzending verzorgen) en zonder dat de uitzending al heeft plaatsgevonden ligt het niet voor de hand dat al een voorschot op schadevergoeding wordt toegekend.