IEF 18315

Geen auteursrecht natuurgetrouwe kopie van De Nachtwacht inclusief de tegenwoordig ontbrekende delen

Nachtwacht Expo-Madrid

Hof Arnhem-Leeuwarden 19 maart 2019, IEF 18315; ECLI:NL:GHARL:2019:2423 (Weduwe tegen Café-restaurant Expo-Madrid) Auteursrecht. Contractenrecht. Derdenbescherming 1:92 en 3:86 BW. Geen auteursrecht op een natuurgetrouwe kopie van de oorspronkelijke Nachtwacht van Rembrandt van Rijn. De rechtbank [ECLI:NL:RBOVE:2016:4164] heeft geoordeeld dat de bijdrage van appellante aan het schilderij niet van dien aard is dat er sprake is van een gemeenschappelijk auteursrecht en het daarop gebaseerde verbod afgewezen. De vraag is of met het maken van een weergave van het (niet meer door auteursrecht beschermde) werk “De Nachtwacht” van Rembrandt van Rijn, een nieuw werk is gecreëerd, wordt ontkennend beantwoord. Het onderzoek om de oorspronkelijke Nachtwacht inclusief de tegenwoordig ontbrekende delen zo getrouw mogelijk na te schilderen, zijn slechts relevant indien dit tot keuzes leidt waarin het persoonlijk stempel is te herkennen. Na het overlijden van de kunstschilder geldt dat de verkrijgers van de kopie te goeder trouw zijn en worden op de voet van artikelen 1:92 en 3:86 BW beschermd tegen eventuele bestuurs- en beschikkingsbevoegdheid van de maker van de kopie. Het Hof bekrachtigt het vonnis en wijst het gevorderde af.

2.5 [B] was kunstschilder. Hij heeft in de periode van 1984 tot 1990 onder andere een kopie van de Nachtwacht van Rembrandt van Rijn geschilderd. De Nachtwacht, tentoongesteld in het Rijksmuseum te Amsterdam, is kleiner dan het werk dat Rembrandt oorspronkelijk schilderde; van de zijkanten en de bovenkant van de oorspronkelijke Nachtwacht is in de loop der tijd een gedeelte verwijderd. De door [B] geschilderde kopie van de Nachtwacht is op ware grootte van ongeveer 4m x 5m, waarbij een reconstructie is gemaakt van de oorspronkelijke, verwijderde boven- en zijkanten.

2.6 Het schilderij is sinds 1 juli 1992 met de overige werken van [B] geëxposeerd bij Expo Madrid. De familie [C] heeft in verband met de afmetingen van het schilderij een speciale expositieruimte laten bouwen.

4.6 Het betoog van [appellante] dat [B] met haar hulp veel tijd in onderzoek heeft gestoken om de oorspronkelijke Nachtwacht inclusief de tegenwoordig ontbrekende delen zo getrouw mogelijk na te schilderen en daarbij talrijke persoonlijke keuzes heeft gemaakt met betrekking tot de compositie, de opbouw en het kleurgebruik kan auteursrechtelijk slechts relevant zijn indien de gestelde keuzes ook in het schilderij tot uitdrukking zijn gebracht. Van belang is vervolgens of in die keuzes, indien het schilderij wordt vergeleken met De Nachtwacht in het Rijksmuseum en de kopie van [F] , het persoonlijk stempel van [B] is te herkennen.

4.7 Door [appellante] zijn geen afbeeldingen van de betrokken schilderwerken in het geding gebracht, zodat het hof de betrokken werken niet kan vergelijken. Het hof kan dus niet vaststellen of [B] met de door [appellante] genoemde interpretatie van het hondje (staart tussen de benen of omhoog), de rode vlekjes en de donkere bolletjes bij de schutters, de oude sinaasappel dan wel de prop papier, de naam in de kazuifel en de benen van enkele figuren, een eigen invulling aan de Nachtwacht heeft gegeven. Mede in het licht van de herhaalde uitlatingen van [B] dat het hem erom ging een zo getrouw mogelijke kopie te maken van de oorspronkelijke Nachtwacht in de oorspronkelijke afmetingen, had op de weg van [appellante] gelegen haar stellingen verder toe te lichten. Dit heeft zij echter nagelaten. Gesteld en niet betwist is dat [B] zijn kopie van de oorspronkelijke Nachtwacht met eigen naam heeft ondertekend en het oog van een van de figuren heeft vervangen door zijn eigen oog. Het enkele vervangen van de naam getuigt in deze context niet van (vrije) creativiteit. Met het vervangen van een oog wordt kennelijk bedoeld het aanpassen van de kleur van een oog. Het hof kan echter niet vaststellen wat de visuele impact van deze wijziging is op het gehele werk, maar aan te nemen valt dat deze van onvoldoende belang is om te kunnen spreken van een eigen persoonlijk stempel van [B] .