IEF 18256

Gedaagde mag geen foto's van het ANP gebruiken zonder vergoeding te betalen

Rechtbank Midden-Nederland 31 oktober 2018, IEF 18256, ECLI:NL:RBMNE:2018:6655 (ANP tegen X). Auteursrecht. Eerste aanleg. Bodemzaak. Gedaagde heeft uitsneden van foto’s uit de beeldbank die het ANP exploiteert zonder toestemming en zonder vermelding van het ANP op zijn website geplaatst. Gedaagde is er van op de hoogte gesteld dat zijn handelen een inbreuk op de auteursrechten van het ANP vormt en is in de gelegenheid gesteld om een licentie te kopen. Hierop heeft gedaagde de foto’s verwijderd maar niet betaald. Het ANP vordert schadevergoeding van gedaagde voor de schade die zij heeft geleden door het gebruik van de foto’s. De rechtbank stelt eerst vast dat de foto’s een werk zijn in de zin van de Aw, en dat het ANP de rechten op deze foto’s toekomt. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het verweer van gedaagde dat hem geen verwijt treft omdat dergelijk gebruik van het werk veelvuldig voor kwam niet op gaat nu gedaagde zelf onderzoek had kunnen en moeten doen naar de herkomst van de foto. De foto’s zijn opgenomen in een beeldbank en voor het gebruik daarvan moet gewoonlijk een licentievergoeding worden betaald. Dit alles overwegend stelt de rechtbank vast dat er sprake is van een inbreuk en dat er dus een schadevergoeding moet worden betaald. Deze schadevergoeding moet worden vastgesteld op de wijze die het meest in overeenstemming is met de aard van de geleden schade. Dat is volgens de rechtbank in dit geval de gederfde licentievergoeding.

4.4. [gedaagde] heeft de foto’s zonder toestemming van ANP in gewijzigde vorm en zonder naamsvermelding op zijn website openbaar gemaakt. Door zo te handelen heeft [gedaagde] inbreuk gemaakt op de hiervoor genoemde auteurs- en persoonlijkheidsrechten en daarmee onrechtmatig gehandeld op grond waarvan [gedaagde] schadeplichtig is jegens ANP. De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in zijn betoog dat hem geen verwijt valt te maken, omdat de foto’s destijds veelvuldig in deze “afgeknipte” vorm zonder bronvermelding op verschillende websites voorkwamen. Ook het onbewust schenden van auteursrechten komt voor rekening en risico van de inbreukmaker. [gedaagde] had onderzoek behoren te doen naar de herkomst van de door hem op internet gevonden afbeeldingen en vervolgens toestemming moeten verkrijgen van de rechthebbende voor het gebruik van de foto’s. Dit heeft hij nagelaten.

4.5. ANP heeft voldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan kan worden aangenomen dat als gevolg van de geconstateerde inbreuken schade is geleden. De foto’s zijn opgenomen in een beeldbank en voor het gebruik daarvan moet gewoonlijk een licentievergoeding worden betaald, zodat er sprake is van commercieel gebruik van de foto’s. De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in zijn betoog dat hij geen commercieel voordeel heeft nagestreefd met het gebruik van de foto’s en de inbreuk daarom niet met een commercieel oogmerk is gepleegd. [gedaagde] heeft destijds een eenmanszaak opgestart en is websites gaan ontwikkelen om daarmee in zijn levensonderhoud te kunnen gaan voorzien. De door hem ontworpen website http:// […] .nl, waarop de foto’s zijn geplaatst, is ook daadwerkelijk online gegaan met de bedoeling om deze verder te gaan exploiteren. Hieruit blijkt van een commercieel motief. Dat [gedaagde] zijn onderneming eind 2016 heeft beëindigd wegens onvoldoende resultaten, doet hier niet aan af.

4.6. Nu de schade niet exact is vast te stellen, zal deze begroot moeten worden op een wijze die het meest in overeenstemming is met de aard van de geleden schade. Uitgangspunt bij deze begroting is dat de auteursrechthebbende ten minste aanspraak kan maken op een schadevergoeding gelijk aan de licentievergoeding die verschuldigd zou zijn geweest, als er wel toestemming voor de veelvoudiging zou zijn gevraagd. ANP stelt dat voor de tarieven aansluiting moet worden gezocht bij de tarievenlijst 2015 van de Stichting Foto Anoniem. Dit is door [gedaagde] niet weersproken, zodat de kantonrechter daarvan uit zal gaan. Omdat onduidelijk is hoe lang de foto’s op de website van [gedaagde] hebben gestaan, is ANP voor wat betreft het toepasselijke tarief uitgegaan van het gemiddelde van de tarieven die gelden voor het gebruik van een foto in de verschillende pixelmaten voor de kortste plaatsing, te weten tot één week, op een website met een internationale domeinnaam of niet Nederlandstalig, een Nederlandstalige website met een .nl domeinnaam en een website zonder eigen domeinnaam. Zij becijfert aan de hand daarvan dat [gedaagde] minimaal € 215,00 per foto verschuldigd zou zijn geweest. Nu de website van [gedaagde] een .nl domeinnaam heeft valt, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien waarom de tarieven van de andere categorieën bij deze berekening moeten worden betrokken. De kantonrechter gaat daarom uit van het gemiddelde van de tarieven die gelden voor gebruik van een foto in de diverse pixelmaten tot één week op een website met een .nl domeinnaam. Dit gemiddelde bedraagt € 198,75 per foto. De door [gedaagde] te betalen vergoeding komt daarmee op € 397,50 (2 x € 198,75).