IEF 17964

Gedaagde maakt inbreuk op MISS UNIVERSE ARUBA door gebruik van MISS TEEN ARUBA UNIVERSE

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 5 september 2018, IEF 17964; ECLI:NL:OGEAA:2018:514 (IMG Universe tegen gedaagde) Merkenrecht. IMG is wereldwijd en ook in Aruba rechthebbende van het dienstmerk MISS UNIVERSE. IMG is in Aruba ook rechthebbende van het dienstmerk MISS UNIVERSE ARUBA. Die dienstmerken (hierna: de merkrechten) zijn op 8 augustus 2008 ingeschreven bij het Bureau Intellectuele Eigendom Aruba (hierna: BIE). Gedaagde heeft een beeldmerk en woordmerk: MISS TEEN ARUBA UNIVERSE ingeschreven bij de BIE. IMG vordert dat gedaagde de tekens te gebruiken en beveelt dat de inschrijving in de BIE wordt verwijderd. Het merkteken van gedaagde stemt in hoofdzaak (zowel visueel als auditief als qua betekenis) overeen met de aan IMG toebehorende merkrechten, en wel zodanig dat bij het in missverkiezingen geïnteresseerde Arubaanse publiek gemakkelijk verwarring kan ontstaan. De toevoeging van het woord “Teen” in of aan het woordelement van het merkteken en de toevoeging aan dat element van een afbeelding van een jonge dame maken dat niet anders.

4.1 Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat IMG niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van [gedaagde] wordt daarom verworpen.
4.2 Niet in geschil is tussen partijen dat IMG exclusief rechthebbende is van de merkrechten. Dat onderdeel van het onder a. verzochte zal daarom worden toegewezen.
4.3 De in dit geschil centraal te beantwoorden vraag is of het door [gedaagde] gebruikte en/of te gebruiken merkteken inbreuk maakt op de merkrechten in de zin van het eerste lid van artikel 10 van de merkenverordening. Met IMG is het Gerecht van oordeel dat daarvan sprake is. Het merkteken stemt in hoofdzaak (zowel visueel als auditief als qua betekenis) overeen met de aan IMG toebehorende merkrechten, en wel zodanig dat bij het in missverkiezingen geïnteresseerde Arubaanse publiek gemakkelijk verwarring kan ontstaan, in die zin dat als [gedaagde] met gebruikmaking van het merkteken een missverkiezing voor tienermeisjes organiseert bij dat publiek al snel de gedachte kan ontstaan dat IMG - die blijkens het hiervoor onder 2.3 vermelde zowel nationaal alsook internationaal als gerenommeerd organisator van missverkiezingen bekend of te boek staat - de (al dan niet achterliggende) organisator van dat evenement is. De hiervoor onder 2.6 weergegeven toevoeging van het woord “Teen” in of aan het woordelement van het merkteken en de toevoeging aan dat element van een afbeelding van een jonge dame maken dat niet anders. Die toevoegingen aan bedoeld woordelement hebben onvoldoende onderscheidende werking ten opzichte van (de betekenis van) de aan IMG toebehorende merkrechten.
4.4 Vorenstaande brengt reeds mee dat de vorderingen van IMG zullen worden toegewezen als na te melden, en dat alle overige stellingen van partijen onbesproken kunnen blijven. Dwangsommen zullen gematigd en wat betreft het onder c. verzochte tevens gemaximeerd worden opgelegd aan [gedaagde], omdat ook daarvan voldoende prikkel uitgaat naar [gedaagde] toe tot nakoming van dit vonnis.