IEF 20808

Gedaagde kan partijen in vrijwaring dagvaarden

Rb. Gelderland 22 juni 2022, IEF 20808, IT 3980; ECLI:NL:RBGEL:2022:3082 (eiseres tegen gedaagden) Eiseres (licentiegever) en gedaagden (licentienemers) hebben voor de periode 1 maart 2011 t/m 31 december 2013 een licentieovereenkomst gesloten voor gebruik van door eiseres ontwikkelde software. Deze overeenkomst is vervolgens door gedaagden opgezegd. Eiseres vordert onder meer inzage in de in beslag genomen bescheiden. Zij stelt dat het voldoende aannemelijk is dat gedaagden inbreuk maken op een intellectueel eigendomsrecht. De rechtbank acht het wenselijk om deze incidentele vordering te bespreken met partijen en zal daarom een mondelinge behandeling gelasten. De gedaagden willen op hun beurt ECI en een medewerker van GNB (de partij die het softwarepakket aan gedaagden heeft geleverd) in vrijwaring dagvaarden. Dit kan alleen als de gedaagden menen hiertoe gronden te hebben. Indien hetgeen gedaagden hebben gesteld juist is, kunnen zij de nadelige gevolgen van een eventuele auteursrechtinbreuk (geheel of ten dele) afwentelen op ECI en/of de medewerker. Hierdoor hebben gedaagden de benodigde grond voor het in vrijwaring dagvaarden van ECI en de medewerker.

5.8. De incidentele conclusie tot vrijwaring is tijdig genomen. Artikel 210 lid 1 Rv bepaalt dat de gedaagde iemand in vrijwaring kan oproepen indien hij meent hiertoe gronden te hebben. Voldoende is dat gedaagde in de hoofdzaak genoegzaam stelt, dat tussen hem en de derde een rechtsverhouding bestaat krachtens welke de derde verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van gedaagde in de hoofdzaak geheel of gedeeltelijk te dragen.

5.9. De rechtbank overweegt dat indien hetgeen [gedaagden] heeft gesteld juist is, zij de nadelige gevolgen van een eventueel in de hoofdzaak vast te stellen auteursrechtinbreuk geheel of ten dele kan afwentelen op ECI en/of [medewerker] . Daarmee is aan de onder r.o. 5.8 genoemde voorwaarde voldaan. De incidentele vordering van [gedaagden] kan in zoverre worden toegewezen. Mede om redenen van doelmatigheid zal de rechtbank iedere beslissing in het vrijwaringsincident aanhouden totdat ook kan worden beslist in het 843a-incident.