IEF 18672

Gebruiksvergoeding foto's niet-professionele fotograaf

Hof Arnhem-Leeuwarden 3 september 2019, IEF 18672; ECLI:NL:GHARL:2019:7104 (X tegen Drent) Auteursrecht. Appellante houdt zich bezig met design van websites en het maken van foto’s. Geïntimeerden zijn de vennoten van Drent Schilderwerken en Binnenhuis. Partijen hebben in 2013 gesproken over een samenwerking. Appellante heeft in die periode onder meer de Facebookpagina voor Drent opgezet en hiervoor interieur-/stylingfoto’s gemaakt met een niet-professioneel fototoestel. Deze foto's zijn zonder toestemming van de maakster op de website en Facebookpagina geplaatst/blijven staan. De rechtbank oordeelde op 30 augustus 2017 dat Drent er vanuit mocht gaan dat een stilzwijgende licentie tot het gebruik van de foto’s was toegekend. Hiertegen is appellante onder aanvoering van 10 grieven in hoger beroep gekomen. Het eerdere vonnis wordt vernietigd. Iedere inbreuk op het auteursrecht op de litigieuze foto’s van appellante wordt verboden. De tarieven van Stichting Foto Anoniem bieden in dit geval onvoldoende aanknopingspunten. Dit wordt compenseerd door een redelijke gebruiksvergoeding.

6.10
Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de foto’s zijn aan te merken als werken in vorenbedoelde zin en neemt de overwegingen die de rechtbank hieraan ten grondslag heeft gelegd over. Het hof voegt hieraan toe dat de foto misschien geen blijk geeft van opvallende artistieke keuzes, maar dat de foto’s niet ontleend zijn aan een ander werk en evenmin zo triviaal zijn dat daarachter geen creatieve arbeid van welke aard ook valt aan te wijzen. Zoals hiervoor is overwogen, staat de omstandigheid dat de foto’s niet met een professioneel toestel zijn gemaakt er niet aan in de weg om auteursrechtelijke bescherming aan te nemen.

6.11
Niet in geschil is verder dat [appellante] de foto’s heeft gemaakt en dat zij als maker van die foto’s als auteursrechthebbende is aan te merken. [geïntimeerde2] heeft aangevoerd dat zij op grond van haar inbreng als mede-auteursrechthebbende kan worden beschouwd. Het hof onderschrijft ook hetgeen de rechtbank over dit verweer heeft overwogen. Dit verweer faalt dus reeds, omdat in het geval van een gemeenschappelijk auteursrecht openbaarmaking door een van de auteursrechthebbenden de toestemming van de mede-auteursrechthebbende vereist is. Niet (voldoende) is gesteld dat partijen een van dit uitgangspunt afwijkende afspraak hebben gemaakt.

6.22 Het hof overweegt over de schade het volgende. Dat [appellante] ten tijde van het maken van de foto’s heeft beoogd om deze commercieel aan te bieden en dat zij zich destijds als professioneel fotograaf profileerde, is het hof niet gebleken. De overlegde tarievenlijst van de stichting Foto Anoniem biedt in de gegeven omstandigheden dan ook onvoldoende aanknopingspunten om tot een redelijke schadeberekening te komen.

De door de inbreuk veroorzaakte schade wordt in een geval als dit in beginsel volledig gecompenseerd door een redelijke gebruiksvergoeding. Dat [appellante] exposure is misgelopen als gevolg van het ontbreken van naamsvermelding en daarvoor een afzonderlijke vergoeding en/of opslag, is door haar niet onderbouwd. Het hof zal de schade van [appellante] aan misgelopen gebruiksvergoeding schattenderwijs begroten en wel op € 1.500,- voor het zonder toestemming van [appellante] gebruik (blijven) maken van de foto’s op de facebookpagina en de website van [geïntimeerden] c.s. Daarbij neemt het hof in aanmerking het aantal en de soort foto’s, die op verschillende dagen in verschillende maanden door [appellante] zijn gemaakt, en de samenwerking die partijen ten tijde van het maken van de foto’s voor ogen stond (zie rov 3.4). Verder slaat het hof acht op het feit dat geen commercieel belang is gemoeid met de foto’s - dat is althans gesteld noch gebleken - en op de tijd die de foto’s tegen de wil van [appellante] op de facebookpagina en de Nederlandse website van [geïntimeerden] c.s. hebben gestaan. Dit bedrag zal worden toegewezen. Voor het meerdere dat door [appellante] is gevorderd bestaat geen aanleiding.