IEF 18929

Gebruik stemgeluid in theatershow is rechtmatig

Rechtbank Midden-Nederland 9 januari 2020, IE 18929, IT 2997; ECLI:NL:RBMNE:2020:24 (Eiseres tegen Artiest) Verweerder heeft in zijn theater-show een fragment van Opsporing Verzocht laten zien waarin de stem van eiseres te horen was. Eiseres stelt dat verweerder haar portretrecht heeft geschonden, onrechtmatig gebruik heeft gemaakt van haar persoonsgegevens en haar persoonlijke levenssfeer ex artikel 8 EVRM heeft geschonden. Het portretrecht ziet op een afbeelding van (een deel van) het gelaat van een persoon, zodanig dat de geportretteerde kan worden herkend. De stem valt hier niet onder, waardoor het beroep op het portretrecht in de zin van artikel 21 Auteurswet niet slaagt. De stem is wel te kwalificeren als biometrisch persoonsgegeven en is in dit geval ook te herleiden naar de identiteit van eiseres. De huidige verwerking van dit biometrisch persoonsgegeven valt echter onder de vrijheid van de artistieke uitdrukkingsvorm. Hierdoor kan eiseres geen beroep doen op het vergeetrecht in de zin van artikel 17 Algemene verordening gegevensbescherming. Ten slotte slaagt het beroep op een schending van haar persoonlijke levenssfeer ook niet, omdat dit niet opweegt tegen het recht op vrijheid van meningsuiting in de zin van artikel 10 EVRM. Bepalend hiervoor was het feit dat eiseres geen bezwaar had gehad als er een andere stem werd gebruikt bij dezelfde beelden, terwijl eiseres dan nog steeds wordt geconfronteerd met de herinneringen van de overval.

4.1 Met betrekking tot het beroep van [eiseres] op het portretrecht als bedoeld in artikel 21 Aw geldt het volgende. Het portretrecht ziet op een afbeelding van (een deel van) het gelaat van een persoon, zodanig dat de geportretteerde, al dan niet door de combinatie met andere factoren, kan worden herkend. De stem is geen afbeelding van het gelaat. Ook als [eiseres] wordt gevolgd in de door haar gestelde (en naar het oordeel van de rechtbank hoogst onwaarschijnlijke) omstandigheid dat zij tijdens een vakantie op basis van haar stem (bij het bestellen van een broodje op een boot in Egypte in april 2018) door een derde is herkend, betekent dit nog steeds dat de stemopname niet valt onder het bereik van het portretrecht in de zin van art. 21 Aw. [eiseres] kan zich dan ook niet beroepen op het portretrecht. Om deze reden kan [eiseres] zich ook niet beroepen op de door haar gestelde schending van de exploitatierechten van haar portretrecht en de schending van haar persoonlijkheidsrechten op grond van een bewerking van haar portret.

4.5 [eiseres] heeft ter zitting gemotiveerd - en door [verweerders c.s.] onvoldoende weersproken - gesteld dat met het op internet zoeken van elementen uit hetgeen in de show ten gehore wordt gebracht en wordt verteld (het noemen van de naam van het programma Opsporing verzocht, het geluidsfragment zelf waarin wordt meegedeeld dat het gaat om een laffe overval van een bloemenzaak in [woonplaats] op maandag 10 januari en het ten gehore brengen van de niet- vervormde vrouwenstem van [eiseres] ) redelijk eenvoudig de identiteit van [eiseres] kan worden achterhaald. In deze procedure moet er dan ook van uit worden gegaan dat de op deze wijze ter beschikking staande gegevens door hun onderlinge combinatie dusdanig uniek zijn dat ze maar op één persoon, zijnde [eiseres] , betrekking kunnen hebben.

4.6 Het voorgaande betekent echter niet anders dan [eiseres] stelt - dat de verwerking van het stemfragment van [eiseres] daarmee niet rechtmatig jegens [eiseres] te achten is. Het gebruik van het stemfragment in het theaterprogramma van [verweerder] is namelijk een verwerking ten behoeve van een uitsluitend artistieke uitdrukkingsvorm. Deze verwerking valt, mede gelet op artikel 85 AVG, art. 43 Uitvoeringswet AVG en art. 7 Grondwet en hetgeen hierna onder 4.8 e.v. wordt overwogen, onder een rechtmatige verwerking op grond van het bepaalde in art. 6 lid 1 onder f van de AVG. De omstandigheid dat [verweerder] als theatermaker, zoals door [eiseres] is betoogd, een andere stem had kunnen gebruiken maakt dit niet anders. De keuze om het oorspronkelijke geluidsfragment te gebruiken valt onder de vrijheid van de artistieke uitdrukkingsvorm. Bovendien geldt dat [verweerders c.s.] ter zitting heeft aangeboden om alsnog de stem van [eiseres] te laten vervangen door een andere vrouwenstem, maar dit aanbod heeft [eiseres] , zonder dat [verweerders c.s.] ook een schadevergoeding betaalt, niet willen aannemen.

4.13 Het is daarentegen wel aannemelijk dat het voor [eiseres] vervelend en pijnlijk is wanneer zij direct of indirect wordt geconfronteerd met een herhaling van het bewuste onderdeel uit de show van [verweerder] . Zij wordt daarmee herinnerd aan de gewapende overval in 2011 en zoals zij zelf stelt – met de (destijds) ophef veroorzakende uitlating over [verweerder] (‘degene die praatte, eh ja, had een [naam] accent’). Haar stellingen op dit punt zijn echter wel tegenstrijdig. Ter zitting heeft [eiseres] namelijk ook gesteld dat, indien [verweerders c.s.] in zijn theatershow de door haar uitgesproken tekst uit het programma Opsporing Verzocht door een andere vrouwenstem had laten inspreken, zij weinig tot geen bezwaar zou hebben gehad tegen het bewuste item in de theatershow van [verweerder] . Omdat [eiseres] ook dan wordt geconfronteerd met de situatie van de overval en de door haar uitgesproken tekst, beperkt het verwijt zich alsdan kennelijk alleen op het gebruik van de eigen stem van [eiseres] .