IEF 19965

Gebrek aan leemte in overeenkomst leidt niet tot een hogere royaltyvergoeding

Rechtbank Midden-Nederland 19 mei 2021, IEF 19965; ECLI:NL:RBMNE:2021:2233 (Eiseres tegen Unieboek) Eiseres heeft een Engelstalig boek naar het Nederlands vertaald en hier een vergoeding voor gekregen. Vanwege het succes van het boek is eiseres echter van mening dat de vergoeding niet in verhouding staat tot de opbrengsten van het boek. De rechter gaat mee in het argument van Unieboek (gedaagde), dat het succes voorzienbaar was en er dus geen sprake is van onvoorziene omstandigheden. Er is volgens de rechtbank geen sprake van een leemte in de overeenkomst en de destijds afgesproken vergoeding was marktconform. Het beroep van eiseres slaagt niet.

3.7. Uit artikel 6:248 lid 1 BW volgt dat een overeenkomst niet alleen de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen heeft, maar ook die welke naar de aard van de overeenkomst uit de wet, gewoonte of eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien. Een partij kan een beroep doen op dit artikel om een overeenkomst te laten aanvullen. Het beroep van eiseres daarop slaagt echter niet, omdat er in dit geval geen sprake is van een leemte in de overeenkomst, die moet worden aangevuld. Daarvoor is het volgende redengevend.

3.8. Eiseres heeft ook hier aangevoerd dat zij bij het sluiten van de overeenkomst met Uitgeverij Unieboek niet kon voorzien dat titel A en titel B zo'n verkoopsucces zouden worden en dat zij toen nog niet wist dat het gebruikelijk is om een royaltyvergoeding overeen te komen. Zij stelt zich op het standpunt dat de overeenkomst op dit punt een leemte bevat en dat er daardoor een wanverhouding is ontstaan tussen de vergoeding die zij heeft ontvangen en de opbrengsten die Uitgeverij Unieboek mede dankzij haar vertaling en bewerking heeft behaald. De eisen van de redelijkheid en billijkheid brengen daarom mee dat de overeenkomst met terugwerkende kracht moet worden aangevuld met een royaltyvergoeding, aldus eiseres. Uitgeverij Unieboek heeft dit bestreden. Volgens haar is er geen sprake van een zeer nadelige/onredelijke overeenkomst, die op deze grond en wijze zou moeten worden aangevuld. De overeengekomen vergoeding was meer dan marktconform, het was niet gebruikelijk om aan vertalers van non-fictie boeken een royaltyaanspraak te verlenen en het succes van beide titels kan ook niet aan worden toegeschreven.