IEF 18416

Eredivisiewedstrijden mogen niet zonder licentie in café worden getoond

Vzr. Rechtbank Amsterdam 18 april 2019, IEF18416; ECLI:NL:RBAMS:2019:2694 (Eredivisie Media en Marketing tegen X) Auteursrecht. Immateriële openbaarmaking. Inbreuk. Eredivisie Media en Marketing (EMM) houdt zich bezig met de exploitatierechten van auteursrechten op live uitzendingen van wedstrijden in de eredivisie. Eiseressen hanteren voor de wedstrijdbeelden een gesloten exploitatiesysteem via de televisiezender FOX Sports. Gedaagde exploiteert een café en heeft een zakelijke licentie afgesloten voor het uitzenden van voetbalwedstrijden. Deze licentie is ingetrokken vanwege een betalingsachterstand. Hierna heeft gedaagde toch nog een voetbalwedstrijd uitgezonden. Nadat zij hierop is aangesproken heeft zij een regeling getroffen om de betalingsachterstand te voldoen, maar niet om wedstrijden uit te zenden. Gedaagde heeft echter opnieuw toch eredivisiewedstrijden uitgezonden. Dat zij niet op de hoogte was van het feit dat dit een inbreuk oplevert, doet niet ter zake. De vorderingen van EMM worden toegewezen.

4.2. [gedaagde] beschikt niet (langer) over een zakelijke licentie. Gezien de processen-verbaal van de deurwaarder is voldoende aannemelijk dat zij desondanks meerdere keren wedstrijdbeelden in haar café heeft vertoond. Zij heeft hierdoor inbreuk gepleegd op de auteursrechten van eiseressen. Zij is hierop meerdere keren aangesproken, zowel per e-mail als per aangetekende brief. Dat zij brieven en/of e-mails niet zou hebben ontvangen of gelezen en dat zij (om die reden) in de veronderstelling verkeerde de wedstrijdbeelden te mogen uitzenden, doet niets af aan de door haar gepleegde auteursrechtinbreuk. Ook de door haar gestelde afbetalingsregeling doet hieraan niets af. Vaststaat immers dat het telefonisch afgesproken bedrag van € 250,- per maand nooit door haar is voldaan.

4.4. De gevorderde dwangsom zal worden verbonden aan iedere overtreding van het uit te spreken gebod en zal dus niet per dag worden opgelegd. De termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv zal worden bepaald op zes maanden, te rekenen vanaf de datum van dit vonnis.