IEF 19235

Eén bron is onvoldoende voor ernstige beschuldigingen op Facebook

Vzr. Rechtbank Amsterdam 27 mei 2020, IEF 19235, IT 3156; ECLI:NL:RBAMS:2020:2692 (Video grootste diamantroof) Kort geding. Onrechtmatige publicatie. Vrije meningsuiting tegenover bescherming van eer en goede naam. Gedaagde heeft een video op haar Facebookpagina geplaatst met de titel ‘De Grootste Diamantroof in de geschiedenis van Suriname’. Zij beschuldigt daarin eiseres ervan betrokken te zijn geweest bij onder meer diefstal van een zwarte diamant met een waarde van US$ 80 miljoen, bedreiging, mishandeling, afpersing en gijzeling van de directrice van een diamantenhandel. Haar enige bron is echter de directrice van de diamantenhandel, op wie alle documenten direct of indirect zijn terug te voeren, en die zelf alleen vermoedens heeft geuit. Dat is onvoldoende om het uiten van dergelijke ernstige beschuldigingen te rechtvaardigen. De beschuldigingen vinden onvoldoende steun in de feiten en zijn daarom onrechtmatig jegens eiseres, die in haar eer en goede naam is aangetast. De gedaagde moet de video verwijderen van haar Facebookpagina en een rectificatie plaatsen op Facebook en op een nieuwssite.

4.6.
De eigen aantekeningen van [gedaagde] over de gesprekken met [directeur] kunnen weinig steun bieden aan haar beschuldigingen, want dit is niet meer dan haar eigen verhaal. Volgens die aantekeningen heeft [directeur] haar ook verteld dat zij de dag nadat zij uit haar bedrijf werd gezet werd gebeld door [eiseres] , die vroeg ‘om 45% te zetten in het bedrijf’, dan kon het weer draaien, maar [eiseres] moest de nieuwe directeur worden. In de stukken van [directeur] zelf komt deze beschuldiging echter niet voor. [directeur] zou verder van drie verschillende mannen hebben gehoord dat de first lady er achter zat. Eén man wist te vertellen dat zij die steen in Dubai heeft verkocht voor 45 miljoen. Dit zijn echter slechts verhalen uit de derde hand van personen van wie de identiteit niet kan worden vastgesteld.

4.7.
Dan de collectieve aangifte. Als dat inderdaad een formele aangifte is – er staat niet bij wie die aangifte heeft opgenomen en het wordt door [eiseres] betwist – dan heeft [directeur] in ieder geval geen aangifte gedaan tegen [eiseres] . [directeur] suggereert ook in die aangifte dat [eiseres] meer zou weten van de verdwijning van de zwarte diamant, omdat zij alleen met de first lady over de waarde daarvan zou hebben gesproken. Dat is weer dezelfde veronderstelling.

4.9.
[gedaagde] heeft zich opgeworpen als klokkenluidster, maar heeft voor haar beschuldigingen maar één bron: [directeur] . Voor zover het verhaal van [directeur] kan worden geverifieerd in van haar zelf afkomstige stukken blijft het bij veronderstellingen en vermoedens als het om de betrokkenheid van [eiseres] gaat, en zelfs daarvan heeft [directeur] later in de WhatsApp- gesprekken en het interview afstand genomen. Dat is onvoldoende om het uiten van deze ernstige beschuldigingen te rechtvaardigen. Die zijn dan ook onrechtmatig jegens [eiseres] , die daarmee wordt aangetast in haar eer en goede naam en een spoedeisend belang heeft dat dit ophoudt en wordt rechtgezet.

Afbeelding: ColiNOOB, Pixabay.