IEF 17954

DSM is veroordeeld tot rectificatie en betaling van proceskosten van 300.000 euro na herroeping octrooi door de TKB

Hof Den Haag 4 september 2018, IEF 17954; ECLI:NL:GHDHA:2018:2155 (Novozymes en Univar tegen DSM) Octrooirecht. DSM houdster EP1954808B1 met als titel 'Enzyme preparation yielding a clean taste', te vertalen als ‘Enzympreparaat dat geen bijsmaak oplevert’. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de UHT-melk van Novozymes niet verkocht mag worden in de landen waar het octrooi geldt (zie IEF  16488)DSM heeft recall brieven gestuurd naar de klanten van Novozymes. Op 20 september 2017 heeft TKB EP 808 volledig herroepen. Niet in geschil is dat met de beslissing van de TKB tot herroeping van EP 808 de grondslag voor de vorderingen van DSM is verdwenen, dat het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 6 januari 2017 moet worden vernietigd en dat, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van DSM alsnog moeten worden afgewezen. Novozymes vordert rectificatie en vergoeding van alle proceskosten. De gevorderde rectificatie moet worden toegewezen. Gelet op het feit dat DSM ervoor heeft gekozen het bij het vernietigde vonnis opgelegde bevel tot het versturen van recall brieven te executeren, heeft Novozymes een rechtmatig belang dat DSM de klanten van Novozymes bevestigt dat het vonnis is vernietigd en dat Novozymes geen inbreuk maakt. DSM heeft erkend dat zij de proceskostenvergoeding die Novozymes aan haar heeft voldaan ter uitvoering van het bestreden vonnis moet terugbetalen. Als onbestreden staat vast dat DSM die vergoeding nog niet heeft terugbetaald. De terugbetalingsvordering moet dus worden toegewezen. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank.

Rectificatie
2.9. De gevorderde rectificatie moet worden toegewezen. Gelet op het feit dat DSM ervoor heeft gekozen het bij het vernietigde vonnis opgelegde bevel tot het versturen van recall brieven te executeren, heeft Novozymes c.s. een rechtmatig belang dat DSM de klanten van Novozymes c.s. bevestigt dat het vonnis is vernietigd en dat Novozymes c.s. geen inbreuk maakt. Anders dan DSM meent, brengt het feit dat Novozymes c.s. haar klanten al zelf heeft geïnformeerd over de beslissing van de TKB niet mee dat Novozymes c.s. geen belang heeft bij haar vordering. Een brief waarin de partij die zich presenteerde als octrooihouder bevestigt dat geen sprake is van octrooi-inbreuk biedt de klanten van Novozymes c.s. meer zekerheid dan de brief van Novozymes c.s.
2.10. DSM heeft wel terecht naar voren gebracht dat in de rectificatie de opmerking over de proceskosten moet worden verwijderd. Die opmerking draagt, anders dan Novozymes c.s. meent, niet bij aan het herstel van het beeld dat Novozymes c.s. zich schuldig heeft gemaakt aan octrooi-inbreuk. Een ander belang bij de opmerking over proceskosten is gesteld noch gebleken.

Terugbetaling proceskosten
2.11. DSM heeft erkend dat zij de proceskostenvergoeding die Novozymes c.s. aan haar heeft voldaan ter uitvoering van het bestreden vonnis moet terugbetalen. Als onbestreden staat vast dat DSM die vergoeding nog niet heeft terugbetaald. De terugbetalingsvordering moet dus worden toegewezen,

Proceskosten
2.12. DSM zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in beide instanties. Het hof is met partijen van oordeel dat artikel 1019h Rv van toepassing is op deze procedure en zal de kosten dus overeenkomstig die bepaling begroten.
2.13. Partijen zijn overeengekomen dat de proceskosten van de procedure in eerste aanleg kunnen worden begroot op € 300.000,-. Het hof ziet geen aanleiding om af te wijken van die begroting.