IEF 19794

Dienst Justitiële Inrichtingen maakt inbreuk op Auteurswet

Rechtbank Den Haag 18 november 2020, IEF 19794; ECLI:NL:RBDHA:2020:11950 (Gedaagde tegen de Staat) Gedaagde c.s. hebben in 2008 gezamenlijk een werkboek gepubliceerd waarin een methode is ontwikkeld om gedetineerden te helpen bij het opnieuw inrichten van hun leven en niet terug te vallen in de criminaliteit. In 2011 hebben gedaagde c.s. en de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, vallend onder de Staat, een overeenkomst gesloten over het gebruik van de intellectuele eigendomsrechten rustend op het werkboek. Gedaagde c.s. zijn van mening dat de Staat in strijd heeft gehandeld met deze overeenkomst en dat zij inbreuk heeft gemaakt op hun persoonlijkheidsrechten ex. artikel 25 lid 1 Auteurswet. De rechtbank oordeelt uiteindelijk dat de Staat alleen inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijkheidsrechten van gedaagde c.s.

4.23. Ten aanzien van het toegankelijk maken van (een digitale kopie van) het Werkboek op de intranetsite van DJI (zie 2.11.7), bestrijdt de Staat dat daarbij naamsvermelding vereist is omdat de titel van het werk is vermeld zodat duidelijk is om welk werk het gaat. De vermelding van de titel waarmee achterhaald kan worden wie de auteur is, vormt echter geen uitzondering op het recht op naamsvermelding. Ook hierbij is derhalve sprake van een niet nakoming van de Overeenkomst en een inbreuk op de persoonlijkheidsrechten van [gedaagde sub 1 c.s.]

4.38. Ten aanzien van de onder 1. van de subsidiaire vordering gevraagde verklaring voor recht (zie 3.1.1 en 3.1.10), overweegt de rechtbank als volgt. Artikel 25 lid 1 Aw betreffen de persoonlijkheidsrechten van [gedaagde sub 1 c.s.] , die onderdeel vormen van hun auteursrechten. De gevraagde verklaring heeft het echter over ‘auteursrechten ex artikel 25 lid 1 Aw alsmede persoonlijkheidsrechten’. De verklaring voor recht is daarom slechts toewijsbaar in de zin dat de Staat inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijkheidsrechten ex artikel 25 lid 1 Aw van [gedaagde sub 1 c.s.] en zal aldus worden geredigeerd.