IEF 19892

Debat onrechtmatigheid en royalty's nog niet voldoende gevoerd

Rechtbank Rotterdam 10 februari 2021, IEF 19892, LS&R 1934; ECLI:NL:RBROT:2021:3125 (Hoogleraar tegen Erasmus MC) Vonnis na tussenvonnis [IEF 18455]. Geschil tussen hoogleraar en werkgever/ziekenhuis. Octrooirechten vinding. Potentiële waarde royalty’s. Hoogleraar deed samen met andere wetenschappers onderzoek naar de ontwikkeling van lichaamseigen peptiden tot geneesmiddelen. Zij hebben daarbij verschillende peptiden gevonden die schadelijke fysiologische processen effectief kunnen bedwingen. Erasmus MC heeft voor tenminste drie bevindingen patenten aangevraagd en verkregen. Voor de uitvoering van verder onderzoek is o.a. Biotempt opgericht. Het sluiten van de overeenkomst met Biotempt, inclusief de hoogte van de vergoeding, was op zichzelf niet onrechtmatig jegens eiser. Voor de vraag of Erasmus MC onrechtmatig heeft gehandeld door afstand te doen van de royalty’s gaat het voorts om de te verwachten opbrengsten van de octrooien op het moment van het aangaan van de overeenkomst met Biotempt. Als Erasmus MC onrechtmatig heeft gehandeld jegens eiser, dan is voor de vraag naar de daardoor veroorzaakte schade van belang wat op dit moment te verwachten valt aangaande de opbrengsten van die octrooien. Het debat over deze twee vragen is nog niet voldoende gevoerd. De zaak wordt naar de rol verwezen.

4.11
In de brief van 10 augustus 2011 heeft Erasmus MC onder meer geschreven dat prof. [eiser] niet op de afdeling [naam 1] aanwezig mag zijn anders dan met voorafgaande toestemming van Erasmus MC of bij medische noodzaak. Het staat Erasmus MC in beginsel vrij om te bepalen wie er op de afdeling aanwezig mogen zijn en wie niet; nu prof. [eiser] met pensioen/emeritaat is, is, anders dan wellicht in 2011, geen bijzondere reden nodig om prof. [eiser] niet toe te laten. Prof. [eiser] heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die het niet geven van toestemming in dit geval onrechtmatig maken. Erasmus MC zal worden veroordeeld de verklaring zoals weergegeven in haar laatste akte onder 2.10 te doen uitgaan.

4.14
Er bestaat er op dit punt geen aanleiding om een uitzondering te aanvaarden op het beginsel van formele rechtskracht. Aan de door prof. [eiser] verzochte compensatie voor de gestelde reputatieschade heeft Erasmus MC geen overweging ten overvloede gewijd en niet gesteld is dat partijen hierover in gesprek zijn gebleven. Bovendien moet vanaf het begin voor prof. [eiser] duidelijk zijn geweest dat Erasmus MC zich op het standpunt stelde dat het onderzoek niet onrechtmatig was. Van prof. [eiser] mocht verwacht worden dat hij op dit punt bezwaar en/of beroep bij de rechtbank zou instellen. Voor zover de vordering mede is gegrond op het achterwege blijven van een publieke rehabilitatieverklaring stuit deze voor de periode voorafgaand aan de dagvaarding af op de formele rechtskracht van de besluiten van december 2014 en december 2015. Toen was immers van een opnieuw bezien en bespreken van deze kwestie geen sprake. Voor de periode daarna is de vordering onvoldoende onderbouwd. Dat prof. [eiser] concreet in de situatie dat hij al jaren met emeritaat was, inkomsten is misgelopen, is niet deugdelijk toegelicht of onderbouwd. Prof [eiser] heeft ook niet gesteld waar hij eventueel gesolliciteerd heeft. Het enkele ervaringsgegeven dat een onderzoek als het onderhavige tot reputatieschade kan leiden biedt onvoldoende basis voor de ingestelde vordering.

4.38
In dat verband wordt reeds het volgende opgemerkt. Beoordeeld dient te worden of Erasmus MC in de gegeven omstandigheden in redelijkheid de beslissing heeft kunnen nemen om afstand van haar recht op royalty’s te doen, waardoor ook prof. [eiser] zijn rechten verloor. In dat verband komt het aan op de aan alle zijden betrokken belangen, de beschikbare alternatieven en de op dat moment voor Erasmus MC en prof. [eiser] te verwachten opbrengsten van de octrooien alsmede de kosten waarmee zij rekening diende te houden bij een voortzetting van de samenwerking met Biotempt. Daarbij geldt dat weliswaar dat Erasmus MC zich mede diende te laten leiden door de belangen van prof. [eiser] doch dat zij ook haar eigen belang in het oog mocht houden. Toelichting behoeft ook of en zo ja waarom prof. [eiser] bij het maken van die afspraken niet betrokken is geweest. Eveneens kan van belang zijn in hoeverre het aan Erasmus MC en/of prof. [eiser] is te wijten dat tussen Erasmus MC en Biotempt een conflict is ontstaan. Mogelijk zal voor de verwachte opbrengsten een deskundige benoemd moeten worden.