IEF 338

De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

De verliezer wint

Hoge Raad, vrijdag 13 mei 2005, nr. C03/308HR, Octrooizaak tussen goede bekenden Cordis en  Medinol. Cordis wordt niet ontvankelijk verklaard, omdat Medinol zich in deze al volledig heeft overgegeven.

3.3 Uit het voorgaande blijkt dat Medinol zich herhaaldelijk en weloverwogen op het standpunt heeft gesteld dat Cordis c.s. belang bij het voortzetten van het cassatieberoep missen. Tegen de achtergrond van hetgeen Cordis c.s. hebben gesteld omtrent het belang bij voortzetten van het geding in cassatie, welke stelling erop neerkomt dat zodanig belang eerst ontbreekt indien Medinol tevens afstand doet van alle pretense aanspraken op verbeurde dwangsommen wegens niet nakomen van het bij het bestreden arrest opgelegde verbod, kan aan deze verklaring redelijkerwijze geen andere betekenis toekomen dan dat Medinol jegens Cordis c.s. onvoorwaardelijk en onherroepelijk afstand heeft gedaan van alle rechten die zij meent nog te kunnen ontlenen aan de bestreden uitspraak.

3.4 Mede in aanmerking genomen de door Medinol gedane toezeggingen ten aanzien van de proceskosten, brengt het in 3.3 overwogene mee dat Cordis c.s. geen belang meer hebben bij hun cassatieberoep, zodat zij daarin niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Lees arrest.