Gepubliceerd op woensdag 25 februari 2026
IEF 23300
Rechtbank Den Haag ||
31 dec 2025
Rechtbank Den Haag 31 dec 2025, IEF 23300; ECLI:NL:RBDHA:2025:27116 (STRETCHTENT PRO B.V. tegen THE NOMAD COMPANY), https://www.ie-forum.nl/artikelen/conservatoir-derdenbeslag-gedeeltelijk-opgeheven-in-kort-geding-tussen-stretchtent-pro-b-v-en-the-nomad-company

Conservatoir derdenbeslag gedeeltelijk opgeheven in kort geding tussen Stretchtent Pro B.V. en The Nomad Company

Rb Den Haag 31 december 2026, IEF 23300; ECLI:NL:RBDHA:2025:27116 (STRETCHTENT PRO B.V. tegen THE NOMAD COMPANY). De zaak is een kort geding tussen STRETCHTENT PRO B.V. en The Nomad Company. Nomad is groothandel in textielwaren (reis‑ en campingproducten) en houdster van diverse NOMAD‑merken. In een eerdere bodemprocedure tegen Nomadik heeft de rechtbank Den Haag op 3 september 2025 geoordeeld dat Nomadik met gebruik van het teken “Nomadik” inbreuk heeft gemaakt op de NOMAD‑merken, Nomadik verboden verdere inbreuk te maken, haar tot opgave van afzet- en winstgegevens veroordeeld en haar schadeplichtig verklaard jegens Nomad, waarbij de schade nader bij staat moet worden opgemaakt. Op basis van dat bodemvonnis heeft Nomad op 17 december 2025 conservatoir derdenbeslag laten leggen onder ING ten laste van Stretchtent Pro, nadat de voorzieningenrechter de (nog op te maken) schadevordering voorlopig had begroot op circa € 391.261,26. Stretchtent Pro vordert in dit kort geding opheffing van het beslag en voert onder meer aan dat zij zelf geen winst heeft gemaakt met de exploitatie van stretchtenten met het teken “Nomadik”, dat de door Nomad gestelde schade en onderliggende winstcijfers van Nomadik ondeugdelijk zijn onderbouwd, en dat daarom geen voldoende aannemelijk vorderingsrecht van Nomad bestaat dat een beslag van deze omvang rechtvaardigt.

De voorzieningenrechter beoordeelt of het door Nomad gestelde vorderingsrecht op Stretchtent Pro summierlijk ondeugdelijk is en of het beslag, gelet op de belangen van partijen, in stand kan blijven. Daarbij betrekt de rechter het bodemvonnis (waarin de merkinbreuk en schadeplichtigheid zijn vastgesteld) en de door Nomad gegeven toelichting op haar (nog te concretiseren) schade, tegenover de betwisting door Stretchtent Pro dat zij (of Nomadik) daadwerkelijk de door Nomad veronderstelde winsten heeft behaald. De kernvraag is of de voorlopige schadebegroting en het daarop gebaseerde beslag niet te verstrekkend zijn nu de schade nog bij staat moet worden opgemaakt en Stretchtent Pro gemotiveerd betwist dat sprake is van dergelijke schadeomvang. De rechtbank komt tot de conclusie dat het beslag gedeeltelijk moet worden opgeheven dan wel beperkt, omdat het in zoverre onvoldoende is gedragen door een voldoende aannemelijk vorderingsrecht en onevenredig zwaar op Stretchtent Pro drukt; voor het overige blijft het beslag in stand. De slotsom is dus dat Stretchtent Pro deels succes heeft: het conservatoir beslag wordt niet volledig maar wel in zekere mate teruggebracht, met een daarmee corresponderende beslissing over de proceskosten.

4.5. “STP heeft in deze kortgedingprocedure betoogd dat zij zich niet schuldig heeft gemaakt aan de door Nomad in het beslagverzoek gestelde inbreuk op de Nomad-Merken. Om die reden is volgens STP het door Nomad jegens haar ingeroepen vorderingsrecht ondeugdelijk en dient het ter verzekering van dit vorderingsrecht ten laste van haar gelegde conservatoire derdenbeslag te worden opgeheven. STP kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter ten dele in dit betoog worden gevolgd. STP stelt dat zij in haar hoedanigheid van distributeur van Nomadik ZA uitsluitend stretchtenten met het teken STRETCHTENT PRO verhandelt en niet – zoals Nomad stelt – stretchtenten voorzien van het Teken. Nomad heeft die stelling niet althans niet gemotiveerd weersproken. Zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat STP stretchtenten met het Teken verhandelt en het vonnis van 3 september 2025 biedt geen aanknopingspunten voor de conclusie dat met het verhandelen van stretchtenten voorzien van het teken STRETCHTENT PRO eveneens inbreuk wordt gemaakt op de Nomad-Merken. De vordering op die grondslag is daarmee summierlijk ondeugdelijk.”

4.6. “In haar beslagverzoek heeft Nomad eveneens aangevoerd dat STP inbreuk maakt op de Nomad-Merken door op haar website en social-media-kanalen gebruik te maken van het Teken. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de vermeldingen op haar website zoals hiervoor weergegeven onder 2.10. Volgens STP is van die gestelde inbreuk evenmin sprake, nu het hierbij slechts gaat om toegestane (feitelijke) vermeldingen van de (handels)naam van de Zuid-Afrikaanse producent van de tenten met het teken STRETCHTENT PRO. Nomad heeft ter zitting haar stelling dat zulks niet toelaatbaar is gehandhaafd. In het kader van het beperkte bestek van deze kortgedingprocedure, waarin de deugdelijkheid van de door Nomad gestelde vordering slechts summier kan worden onderzocht, valt voorshands niet uit te sluiten dat een bodemrechter vanwege de aanwezigheid van het woord NOMADIK in de betreffende vermeldingen tot het oordeel zal komen dat sprake is van verwarringsgevaar (zoals overwogen in het vonnis van 3 september 2025), en daarmee van een zelfstandige inbreuk door STP op de Nomad-Merken. Nu voorshands evenmin valt uit te sluiten dat Nomad als gevolg van die vermeldingen schade lijdt, is er geen grond voor volledige opheffing van het door Nomad ten laste van STP gelegde conservatoire derdenbeslag onder ING. Bij die stand van zaken kan in het kader van deze kortgedingprocedure in het midden blijven of – zoals Nomad in het beslagverzoek stelt en STP eveneens gemotiveerd heeft weersproken – STP door het gebruik van (onder meer) hashtags op haar social-media-kanalen met daarin het woord NOMADIK dan wel het gebruik van metadata en/of URL’s met dit woord (eveneens) inbreuk maakt op de Nomad-Merken.”