IEF 19110

Conclusie P-G: toewijzing voeging aan zijde Top Logistics

Parket bij de Hoge Raad 14 februari 2020, IEF 19110; ECLI:NL:PHR:2020:167 (Top Logistics tegen MHCS) Zie eerder [IEF 18636]. De hoofdzaak van deze procedure betreft een geschil tussen expediteur Top Logistics en merkenhoudster MHCS c.s. Het middel van Top Logistics keert zich onder meer tegen het oordeel van het hof dat de voorzieningenrechter in eerste aanleg (i) de exhibitievordering zoals deze in appel voorlag, terecht heeft toegewezen en (ii) het stakingsbevel terecht heeft uitgevaardigd. Het gaat in dit incident tot voeging om de vraag of LB11 voldoende belang heeft om zich in dit geding in cassatie te mogen voegen aan de zijde van Top Logistics. De P-G is van mening dat zo is, zodat de voeging kan worden toegewezen.

2.6  Gelet op het door haar gestelde belang, dat niet wordt bestreden (oorspronkelijke eiser en verweerders in het cassatieberoep hebben zich m.b.t. de voeging gerefereerd aan het oordeel van Uw Raad), heeft LB11 het voor voeging vereiste belang. Er is voldoende gesteld ter onderbouwing van feitelijke of juridische gevolgen die toe- of afwijzing van de vordering in de procedure kan hebben. Dit gaat verder dan het alleen stellen van een mogelijke precedentwerking, wat niet voldoende zou zijn. Met name het in 3.5 van de voegingsconclusie gestelde reële risico op nadeel in de vorm van aansprakelijkheidsstelling van LB11 door Top Logistics ten gevolge van deze procedure (vanwege een mogelijk oordeel dat Top Logistics onrechtmatig handelt door het faciliteren van merkinbreuken van derden). Dat lijkt mij aan de te stellen eisen voor voeging te voldoen. Gesteld noch gebleken is verder dat de eisen van een goede procesorde in dit geval aan toewijzing in de weg staan. De gevorderde voeging lijkt mij dan ook toewijsbaar.