IEF 20119

Conclusie P-G: eiser had op de hoogte kunnen zijn van eventuele wanprestatie

HR Conclusie P-G 18 juni 2021, IEF 20119; ECLI:NL:PHR:2021:726 (Roka tegen Silife c.s.)  Liquistone is rechthebbende van een octrooi van onder meer een octrooi dat de techniek voor het stabiliseren van siliciumzuur en de voortbrengselen van het stabiliseren van het siliciumzuur onder bescherming stelt. Liquistone en Silife Ltd. sloten op 29 mei 2010 een exclusieve licentieovereenkomst. Op 6 april 2013 sloten Liquistone en Roka een exclusieve licentieovereenkomst met betrekking tot hetzelfde octrooi. De P-G concludeert in deze uitgebreide conclusie dat geen van de klachten tot cassatie kunnen leiden, onder andere omdat Roka heeft nagelaten om bij Silife navraag te doen. Roka wist, of had moeten weten, dat Liquistone wanprestatie jegens Silife zou plegen, wanneer de tussen hen gesloten licentieovereenkomst niet rechtsgeldig zou worden ontbonden. 

3.27. Met betrekking tot de stellingen onder (ii) en (iii) geldt dat het hof deze wel degelijk in zijn beoordeling heeft meegenomen. Dit blijkt uit het tweede gedachtestreepje van rov. 5.16., waar het hof deze stellingen van Roka c.s. samengevat heeft weergegeven met de woorden “dat het voor Silife Ltd. bij gebreke aan financiële middelen, kennis en toegang tot de markt onmogelijk was om de Silife-Licentieovereenkomst daadwerkelijk tot bloei te brengen.” Het hof heeft Roka c.s. in deze stellingen niet gevolgd, omdat Silife Ltd. zich naar het oordeel van het hof wél voldoende inzette om het Octrooi te exploiteren. Het hof heeft in dit kader overwogen dat Silife Ltd. sublicenties had verstrekt aan partijen, die zich met de exploitatie van het Octrooi bezighielden of op korte termijn bezig zouden gaan houden, en Silife Ltd. daarnaast op zoek was naar externe investeerders. Voor zover het in grote mate feitelijke oordeel van het hof in cassatie kan worden getoetst, is het niet onbegrijpelijk. De SilifeLicentieovereenkomst bracht immers een inspanningsverplichting voor Silife Ltd. met zich om het Octrooi te exploiteren en geen resultaatsverplichting om, bijvoorbeeld, binnen bepaalde tijd toegang tot een of meer markten te verkrijgen of om voldoende financiële middelen beschikbaar te hebben. De inspanningsverplichting van Silife Ltd. blijkt uit artikel 2.6 van de Silife-Licentieovereenkomst.

5.46. Het hof is op grond van de hiervoor genoemde omstandigheden van oordeel dat [eiser 4] heeft gehandeld in strijd met de volgens maatschappelijke betamelijkheidsnormen door hem jegens Silife c.s. in acht te nemen zorgvuldigheid door te bevorderen dat Roka een exclusieve licentie op het Octrooi verwierf en door het Octrooi (mede) te exploiteren door middel van SI Tech. Grief 4 slaagt op dit punt. Alles wat [eiser 4] heeft aangevoerd met betrekking tot ontwikkelingen binnen Silife c.s. waar hij ontevreden over was (volgens [eiser 4] : het ontbreken van middelen, het ontbreken van een productregistratie, het gebrek aan enige actie, het verzoek om een stuk te antedateren, het ontbreken van een licentie, het gebrek aan oplossingen en onenigheid tussen de aandeelhouders), kan hier niet aan afdoen. Deze ontwikkelingen rechtvaardigen het handelen van [eiser 4] niet.