IEF 19299

Conclusie A-G Van Peursem in octrooicassatie Asetek/Cooler Master

HR conclusie A-G 26 juni 2020, IEF 19299; 19/03825 (Asetek tegen Cooler Master) Asetek is houdster van Europees octrooi EP 771 voor een vloeistofkoelsysteem voor computerprocessors. Zij heeft dit octrooi op 8 november 2004 aangevraagd met een beroep op prioriteit van de Amerikaanse octrooiaanvraag US 924 van 7 november 2003. Asetek vordert Cooler Master te verbieden inbreuk te maken op het Nederlandse deel van EP 771. Cooler Master vordert in reconventie vernietiging van dit octrooi. De rechtbank honoreert het betoog van Cooler Master dat Asetek geen prioriteit kan ontlenen aan US 924 en dat EP 771 niet nieuw is ten opzichte van het op 7 april 2004 gepubliceerde gebruiksmodel “Lin”, [IEF 17115] en [IEF 17312].

In hoger beroep betoogt Cooler Master voor het eerst dat ook het koelsysteem Silent Stream alle kenmerken van EP 771 bevat. De Silent Stream behoorde volgens haar op de prioriteitsdatum al tot de stand van de techniek, omdat deze op de computerbeurs Computex van september 2003 is getoond. Zij verwijst naar twee foto’s. Asetek voert als enige verweer dat de Silent Stream, anders dan het geclaimde koelsysteem, gebruik maakt van een extern vloeistofreservoir. Cooler Master stelt daar tegenover dat de slangen van de Silent Stream in een opstelling op de Computex alleen de radiator en de koeler verbinden en dat de Silent Stream in die opstelling niet is aangesloten op een extern reservoir. Het hof acht het verweer van Asetek onvoldoende onderbouwd en bekrachtigt op deze grond het vonnis. Hiertegen wordt in cassatie volgens A-G Van Peursem terecht opgekomen. Het hof heeft niet vastgesteld dat Cooler Master haar lezing van een feitelijke onderbouwing heeft voorzien. Asetek heeft wel toegelicht waarom zij meent dat de Silent Stream een extern reservoir nodig heeft. In dat licht gaat het volgens de A-G te ver om haar verweer als onvoldoende onderbouwd terzijde te schuiven.

3.26 De eerste klacht is gericht tegen de overweging dat gesteld noch gebleken is dat de Silent Stream op Computex 2003 was voorzien van een vulbuis. Het onderdeel betoogt dat dit, als dragende grond voor de beslissing, onbegrijpelijk is, nu Asetek gemotiveerd heeft betoogd dat de Silent Stream op de Computex was aangesloten op het aquarium van foto 143. De tweede klacht ziet op de overweging dat Cooler Master onweersproken heeft aangevoerd dat op foto 2 is te zien dat een afsluitdop in plaats van een vulbuis is aangebracht op de koeler. Asetek voert aan dat zij dit inderdaad niet heeft weersproken omdat dit afdoppen strookt met het gebruik van een ander reservoir dan de vulbuis, te weten het aquarium van foto 144. De derde klacht betreft de gevolgtrekking van het hof dat “deze uitvoering [op foto 2, A-G] dus in elk geval buiten de koeler en de radiator niet nog een element [bevat] dat eventueel als extern koelvloeistofreservoir zou kunnen worden aangemerkt. Het koelvloeistofreservoir is in deze uitvoering geheel geïntegreerd in de koeler.” Deze gevolgtrekking getuigt volgens Asetek van een onjuiste rechtsopvatting op de gronden die zijn genoemd in onderdeel 1.1-1.1.3. Verder zou deze gevolgtrekking  onbegrijpelijk zijn in het licht van de stellingen van Asetek. De omstandigheid dat op foto 2 te zien is dat een afsluitdop in  plaats van een vulbuis is aangebracht op de koeler, laat immers onverlet dat die opstelling een element kan bevatten dat als extern koelvloeistofreservoir zou kunnen worden aangemerkt. Naar Asetek gemotiveerd heeft gesteld45, bevat die opstelling nog een element dat als extern koelvloeistofreservoir kan worden aangemerkt, te weten het aquarium van foto 1.


3.27 Dit onderdeel lijkt mij ook grotendeels gegrond. Het onderdeel betoogt volgens mij terecht dat onbegrijpelijk is waarom de afsluitdop op foto 2 de conclusie rechtvaardigt dat het vloeistofreservoir in die opstelling volledig is geïntegreerd in de koeler. Dat is wel een feitelijk oordeel, maar het hof mocht het standpunt van Asetek dat de Silent Stream, zoals die is te zien op foto 2, via de buiten beeld lopende slangen is aangesloten op een extern reservoir (het aquarium), in mijn ogen niet als onvoldoende onderbouwd terzijde schuiven (zie hiervoor 3.19-3.23). Deze stelling brengt, indien juist, mee dat de Silent Stream op foto 2 ondanks de plaatsing van de afsluitdop toch (via de slangen) op een extern reservoir is aangesloten. Het onderdeel slaagt dan in zoverre in het kielzog van onderdeel 2. Het onderdeel faalt voor zover wordt voortgebouwd op onderdeel 1  (hiervoor 3.10-3.12).