IEF 20250

Conclusie A-G in zaak Kwantum tegen Vitra

HR Conclusie A-G 15 oktober 2021, IEF 20250, IEFbe 3296; ECLI:NL:PHR:2021:983 (Kwantum tegen Vitra) Het gaat in deze zaak om de vraag of in Nederland en België auteursrechtelijke bescherming toekomt aan de Dining Sidechair Wood (DSW), een Amerikaanse designstoel uit de jaren ‘40 van de vorige eeuw. Verweerster in cassatie (Vitra) is de beweerde auteursrechthebbende. Eiseressen tot cassatie (Kwantum) zijn de beweerde inbreukmakers. Zij zijn aanbieders van een vrijwel identieke nabootsing van de DSW in Nederland en België. De conclusie van A-G Drijber strekt tot vernietiging van het arrest [IEF 19323]. Hij concludeert onder meer dat uitgaande van het vaststaande feit dat de DSW in de Verenigde Staten geen auteursrechtelijke bescherming geniet of heeft genoten, niet aan de voorwaarden voor auteursrechtelijke bescherming op de voet van art. 2 lid 7 BC is voldaan.

6.1 Naar mijn mening slaagt onderdeel 1 van het principale cassatiemiddel (zie hiervoor, 4.22-4.33). Uitgaande van het vaststaande feit dat de DSW in de Verenigde Staten geen auteursrechtelijke bescherming geniet of heeft genoten, is niet aan de
voorwaarden voor auteursrechtelijke bescherming op de voet van art. 2 lid 7 BC voldaan. Dit betekent dat het  auteursrechtelijke gedeelte van het bestreden arrest, inclusief de proceskostenveroordeling, niet in stand kan blijven.

6.2 De overige onderdelen van het principale cassatiemiddel, inclusief de onderdelen 4 en 5 die opkomen tegen de toewijzing van Vitra’s vorderingen op de subsidiaire grondslag van slaafse nabootsing, acht ik ongegrond (met uitzondering van onderdeel 7, betreffende de proceskostenveroordeling in eerste aanleg). Dit betekent dat naar mijn mening als vaststaand kan worden aangenomen dat Kwantum in de periode na 8 augustus 2014 onrechtmatig jegens Vitra heeft gehandeld door slaafse nabootsing van de DSW en dat Kwantum op die grondslag aansprakelijk is jegens Vitra.