IEF 19937

Conclusie A-G in zaak billijke vergoeding fonogrammen

HR 23 april 2021, IEF 19937; 19/04192 (De Organistoren tegen Sena) Deze zaak gaat over de billijke vergoeding voor het openbaar maken van fonogrammen op dance evenementen. Het hof heeft de billijke vergoeding vastgesteld op een percentage van de recette, afhankelijk van de ticketprijs per dance evenement. In het twaalf onderdelen tellende cassatieberoep bestrijden de Organisatoren de vaststelling van een apart tarief voor dance evenementen, het gebruik van de recette als grondslag, het ontbreken van een correctie voor niet-muziekgerelateerde kosten, het tarief per bezoeker, het percentage Sena-repertoire en de gemiddelde ticketprijs. Naar het oordeel van A-G Van Peursem falen de eerst elf onderdelen. Onderdeel 12 betoogt echter volgens hem terecht dat het hof had moeten nagaan of de bijstelling van de gemiddelde ticketprijs ook gevolgen heeft voor het tarief per bezoeker.

4.133. Ik kom tot de slotsom dat alle klachten van de onderdelen 1 tot en met 11 falen, dat onderdeel 12 (subonderdelen 12.1-12.3) gegrond is en dat Uw Raad de zaak kan afdoen door de op grond van art. 7 lid 1 Wnr bedoelde billijke vergoeding voor het openbaar maken van commercieel uitgebrachte fonogrammen door de Organisatoren op de door hen georganiseerde dance evenementen bij gebruik van 60% of meer Sena-repertoire vanaf 1 januari 2014 vast te stellen als volgt:

- voor alle dance evenementen met een ticketprijs tot € 85,00: 1,3% van de recette;
- voor dance evenementen met een ticketprijs van € 85,00 en meer: 1,04% van de recette;
- voor gratis dance evenementen: € 0,075 per bezoeker met een minimum vergoeding van € 50,70 en een maximum vergoeding van € 2.028,09.

Eén en ander met instandhouding van de overige beslissingen in het dictum van het arrest