IEF 20129

Conclusie A-G HvJ: zichtbaar afgebakend deel kan als gemeenschapsmodel worden beschermd

HvJ Conclusie A-G 15 juli 2021, IEF 20129; ECLI:EU:C:2021:628 (Ferrari tegen Mansory Design)  Mansory Design produceert en verkoopt zogenaamde tuning-kits voor Ferrari's, waarmee ze het uiterlijk van de auto op andere Ferrari modellen kan laten lijken. Ferrari stelt dat hiermee inbreuk wordt gemaakt op meerdere niet ingeschreven gemeenschapsmodellen. De belangrijkste vraag in deze zaak is onder welke voorwaarden bepaalde niet als gemeenschapsmodel ingeschreven losse onderdelen van het voorbrengsel voor bescherming in aanmerking komen. Allereerst concludeert de A-G dat de beschikbaarstelling van het volledige model ook leidt tot de beschikbaarstelling van het model van een deel van dat voortbrengsel. Ten tweede concludeert hij dat een zichtbaar deel van het voortbrengsel, dat afgebakend is door bijvoorbeeld lijnen of kleur als gemeenschapsmodel kan worden beschermd. Het zelfstandigheidscriterium hoeft hier volgens de A-G geen rol bij te spelen. 

86. Mijns inziens kan evenwel aan de hand van een afbeelding waarop de verschijningsvorm van een voortbrengsel in zijn geheel is weergegeven, worden overgegaan tot een dergelijke vergelijking met betrekking tot het model van een deel van dat voortbrengsel wanneer, zoals ik heb aangegeven in de punten 64 tot en met 66 van de onderhavige conclusie, de kenmerken van dat model duidelijk zichtbaar zijn op die afbeelding. Een dergelijke reproductie maakt het mogelijk om dat model te vatten, eventuele esthetische verschillen of verschillen in versieringen ten opzichte van een ouder model te onderscheiden, en aldus de nieuwheid en het eigen karakter ervan te beoordelen. Dit is daarentegen niet het geval wanneer de reproductie te klein of van slechte kwaliteit is, of wanneer het model waarop aanspraak wordt gemaakt gedeeltelijk verborgen wordt door een ander element.

116. De oplossing voor dit soort pogingen is naar mijn mening echter niet gelegen in de vaststelling van aanvullende criteria, maar enkel in de strikte toepassing, door de onderzoeker of de rechter, van de criteria die voortvloeien uit de definitie van „model” in de zin van artikel 3, onder a), van verordening nr. 6/2002. Zoals ik heb opgemerkt in punt 107 van de onderhavige conclusie, moet het deel van een voortbrengsel met name worden afgebakend door zijn bijzondere verschijningsvorm: zijn lijnen, omtrek, kleur, enz.(53) Kortom, er moet sprake zijn van een model dat als zodanig herkenbaar is en dat op zichzelf geschikt is voor de beoordeling van de voorwaarden voor bescherming. Ik kan derhalve instemmen met de beoordeling van de verwijzende rechter dat de verschijningsvorm van het deel van het voortbrengsel op zichzelf in staat moet zijn om een „algemene indruk” te wekken en derhalve niet compleet in de volledige verschijningsvorm van het voortbrengsel mag opgaan. Een gemeenschapsmodel waarvan het voorwerp niet aan deze definitie voldoet, moet nietig worden verklaard (54) of, nauwkeuriger gezegd, als onbestaand worden beschouwd.