IEF 441

De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Brief van de staatsecretaris

"Ik onderschijf de mening van de commissie dat naar  huidig inzicht het onderscheid tussen in computers geïmplementeerde uitvindingen en software, dan wel computerprogramma’s steeds meer zal vervagen, en de mening dat er geen goede rechtvaardigingsgrond bestaat om software of computerprogramma’s uit te sluiten van octrooieerbaarheid. Maar evenals de commissie ben ik zeker geen voorstander van ongebreidelde octrooiering van software-uitvindingen.

Het is de commissie gebleken dat er te veel octrooien zijn verleend die geen of slechts een zeer beperkte bijdrage leveren aan de stand der techniek, dan wel op andere punten tekort schieten. Ik herken dat beeld. Er is, bij voor- en tegenstanders, kritiek op de verleningspraktijk rond softwareoctrooien. Gezien de fase waarin de concept-richtlijn zich momenteel bevindt (tweede lezing door het Europees Parlement), richt ik mij vooralsnog op de tweede optie uit het advies. (om in te zetten op de totstandkoming van een richtlijn die zo min mogelijk een eigenstandig octrooiregime introduceert voor in computers geïmplementeerde uitvindingen, computerprogramma’s en/of softwareuitvindingen.)

Daarbij zullen tevens de problemen ten aanzien van de verleningspraktijk aangepakt moeten worden. Ik deel het belang van het realiseren van flankerend beleid en een verbetering van de bestuurlijke inbedding van het octrooisysteem. Ik zal hiertoe nadere initiatieven ontwikkelen waarover ik u ter gelegener tijd zal informeren." Lees volledige brief + bijlage (richtlijn