Gepubliceerd op woensdag 23 september 2026
IEF 23860
Rechtbank Overijssel ||
15 sep 2026,
Rechtbank Overijssel 15 sep 2026,, IEF 23860; ECLI:NL:RBOVE:2026:5540 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/boetebeding-uit-onthoudingsverklaring-ziet-alleen-op-specifiek-genoemde-foto-s

Boetebeding uit onthoudingsverklaring ziet alleen op specifiek genoemde foto’s

Rb. Overijssel 15 september 2026, IEF 23860; ECLI:NL:RBOVE:2026:5540 ([eiser] tegen [gedaagde]). [eiser] en [gedaagde] zijn directe concurrenten op het gebied van elektrotechnische infrastructuur. Nadat [gedaagde] zonder toestemming twee foto’s van [eiser] op haar website had geplaatst, verstrekte zij een onthoudingsverklaring. Daarin erkende zij dat [eiser] rechthebbende was op de in de voorafgaande correspondentie bedoelde foto’s, erkende zij daarop inbreuk te hebben gemaakt, zegde zij toe ieder gebruik van die foto’s te staken en gestaakt te houden en verbond zij daaraan een boete van € 500 per dag met een maximum van € 10.000. Enkele maanden later verscheen een andere, derde foto van [eiser] op de website van [gedaagde]. [eiser] stelde dat daarmee de maximale boete uit de onthoudingsverklaring was verbeurd. De kantonrechter stelt voorop dat partijen het erover eens zijn dat de onthoudingsverklaring een eenzijdige rechtshandeling is. De uitleg daarvan vindt daarom plaats aan de hand van de wilsvertrouwensleer van art. 3:33 en 3:35 BW. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang en komt geen beslissend gewicht toe aan uitsluitend de taalkundige betekenis van de gebruikte bewoordingen.

De kantonrechter oordeelt dat het boetebeding uitsluitend betrekking heeft op de twee foto’s die in de eerdere correspondentie tussen partijen waren genoemd. De onthoudingsverklaring definieert “de Foto’s” door rechtstreeks naar die correspondentie te verwijzen. De verplichting om ieder gebruik van “de Foto’s” te staken en gestaakt te houden en het daaraan gekoppelde boetebeding hebben daarom hetzelfde beperkte bereik. Dat de advocaat van [gedaagde] daarnaast had geschreven dat in de toekomst geen inbreuken meer zouden plaatsvinden, kan volgens de kantonrechter wel het vertrouwen hebben gewekt dat een vergelijkbare situatie zich niet opnieuw zou voordoen. Daaruit mocht [eiser] echter niet gerechtvaardigd afleiden dat ook het boetebeding gold voor toekomstige overtredingen met andere foto’s. De plaatsing van de derde foto is daarom niet in strijd met de onthoudingsverklaring van 7 februari 2025 en heeft geen boete doen verbeuren. De gevorderde boete van € 10.000, rente en overige kosten worden afgewezen. [eiser] wordt veroordeeld in de proceskosten.

4.3.

Naar het oordeel van de kantonrechter is voor de uitleg van de onthoudingsverklaring met daarin de boetebepaling het volgende van belang. De advocaat van [eiser] wijst in zijn eerste brief van 27 januari 2025 de advocaat van [gedaagde] op het feit dat [gedaagde] met het plaatsen van twee foto’s op haar website inbreuk maakt op het auteurs- en persoonlijkheidsrecht van [eiser]. Dat is vervolgens voor de advocaat van [gedaagde] de aanleiding geweest om op 7 februari 2025 (onder andere) de onthoudingsverklaring te sturen, waarin allereerst wordt verwezen naar eerdere correspondentie tussen partijen. In die eerdere correspondentie hebben de advocaten het alleen over de twee foto’s die [gedaagde] op haar website heeft geplaatst. Dit wijst erop dat met “De Foto’s” in de onthoudingsverklaring onder sub a alleen de eerste twee door [gedaagde] geplaatste foto’s zijn bedoeld. Vervolgens staat in de onthoudingsverklaring onder c dat [gedaagde] ieder gebruik van ‘de Foto’s’ onmiddellijk zal worden gestaakt en gestaakt zal houden. Naar het oordeel van de kantonrechter volgt uit het voorgaande, dus zowel uit de correspondentie als uit de onthoudingsverklaring, dat ook onder sub c uitsluitend gesproken wordt over de eerste twee foto’s. En dit heeft tot gevolg dat de boetebepaling onder sub d van de verklaring, waarin wordt verwezen naar sub c, ook uitsluitend ziet op de eerst twee foto’s.

Wel heeft de advocaat van [gedaagde] in zijn brief van 7 februari 2025 en nogmaals in een e-mail 11 februari 2025 geschreven dat in de toekomst geen inbreuken (meer) plaats zullen vinden (zie rechtsoverweging 2.2 en 2.5). Het is naar het oordeel van de kantonrechter denkbaar dat dit bij [eiser] het vertrouwen heeft gewekt dat een vergelijkbare situatie zich in de toekomst niet meer voor zou doen. Dat brengt alleen nog niet mee dat [eiser] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat ook de boetebepaling, die zoals hiervoor werd overwogen heel expliciet verwees naar de eerste twee foto’s, ook van toepassing was op toekomstige overtredingen. Daar mocht [eiser] gezien al het voorgaande niet gerechtvaardigd op vertrouwen. Partijen hebben het daar ook niet over gehad. Het feit dat [gedaagde] later een ruimere onthoudingsverklaring heeft opgesteld de wel expliciet ziet op toekomstige foto’s/overtredingen, maakt dit niet anders. Integendeel zelfs.