Gepubliceerd op dinsdag 20 januari 2026
IEF 23219
Rechtbank Amsterdam ||
10 dec 2025
Rechtbank Amsterdam 10 dec 2025, IEF 23219; ECLI:NL:RBAMS:2025:9856 (ME tegen [gedaagden]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/bevoegdheid-en-voorlopige-voorzieningen-bij-geschil-over-naburige-rechten-en-reputatieschade

Bevoegdheid en voorlopige voorzieningen bij geschil over naburige rechten en reputatieschade

Rb. Amsterdam 10 december 2025, IEF 23219; ECLI:NL:RBAMS:2025:9856 (ME tegen [gedaagden]). In dit tussenvonnis in incidenten oordeelt de rechtbank over haar internationale bevoegdheid in een geschil tussen Modern Entertainment B.V. (ME) en twee in Noorwegen gevestigde gedaagden. ME stelt dat zij rechthebbende is op een muziekcatalogus en dat gedaagden inbreuk maken op haar naburige rechten door die catalogus bij digitale platforms te exploiteren en te laten verwijderen. Daarnaast verwijt ME gedaagden onrechtmatige uitlatingen die haar eer en goede naam schaden. Omdat gedaagden in Noorwegen zijn gevestigd, toetst de rechtbank haar rechtsmacht aan het Verdrag van Lugano. De rechtbank acht zich bevoegd voor de vorderingen wegens inbreuk op naburige rechten voor zover die zien op schade in Nederland, omdat de betreffende digitale platforms hier toegankelijk zijn. Die bevoegdheid is territoriaal beperkt tot Nederland. Voor verklaringen voor recht over wie rechthebbende is (art. 6 Wnr) verklaart de rechtbank zich onbevoegd; daarvoor is de Noorse rechter bevoegd. Ten aanzien van de gestelde onrechtmatige uitlatingen per e-mail is de rechtbank bevoegd om te oordelen over de in Nederland geleden schade, maar niet over schade daarbuiten.

Daarnaast beoordeelt de rechtbank een incident tot het treffen van een voorlopige voorziening, waarin ME een verbod vordert op verdere uitlatingen door gedaagden. De rechtbank wijst deze vordering af wegens gebrek aan voldoende belang: de gewraakte e-mails dateren uit mei 2024 en er is niet gebleken van recente of voortdurende uitlatingen. De proceskosten in het bevoegdheidsincident worden gecompenseerd, omdat partijen over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld. In het incident over de voorlopige voorziening wordt ME veroordeeld in de proceskosten volgens het liquidatietarief, nu geen sprake is van handhaving van IE-rechten in de zin van art. 1019h Rv. De hoofdzaak wordt aangehouden voor conclusie van antwoord.

4.5.

De uitlatingen waarvan ME stelt dat deze onrechtmatig zijn, zijn gedaan in e-mails uit mei 2024 van [gedaagde 2] aan derden (Universal Music en Virgin Music). In die berichten schrijft [gedaagde 2] dat ME niet de rechthebbende is op de [naam] -catalogus en wordt de bestuurder van ME beschuldigd van bedreiging. Volgens ME ten onrechte.

[gedaagden] stelt dat het aan de Noorse rechter is voorbehouden om te oordelen in hoeverre [gedaagde 2] / [gedaagde 1] een persoonlijke mening mag verkondigen en of een rectificatie is geboden. [gedaagden] betwist dat de uitlatingen zich hebben voorgedaan in het arrondissement Amsterdam. De rechtbank heeft geen rechtsmacht. Voor zover de rechtbank bevoegdheid aanneemt, is deze territoriaal beperkt.

Volgens ME komt aan de rechtbank rechtsmacht toe, omdat ME het centrum van haar belangen in Nederland (Amsterdam) heeft en ME de effecten van de onrechtmatige uitlatingen in Nederland voelt.

4.6.

Het Handlungsort is gelegen in Noorwegen. De vraag is of het Erfolgsort in Nederland ligt. In het arrest EDate-Martinez van het HvJEU3 is geoordeeld dat het Erfolgsort bij een vermeende schending van persoonlijkheidsrechten door op internet geplaatste content is gelegen in het land van de gebruiker waar die het centrum van zijn belangen heeft. Deze situatie doet zich hier niet voor. De gestelde onrechtmatige uitlatingen zijn gedaan in e-mails en niet is gesteld of gebleken dat de uitlatingen (ook) op het internet zijn geplaatst. ME stelt dat zij de effecten van de onrechtmatige uitlatingen (eveneens) voelt in Nederland. In het Shevill arrest4 heeft het HvJEU geoordeeld dat bij de rechter van iedere plaats waar de eiser stelt in zijn goede naam te zijn aangetast de in die plaats geleden schade kan worden gevorderd. De rechter is dus enkel bevoegd om over de aldaar geleden schade te oordelen. Dat betekent dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is om te oordelen over de in Nederland geleden schade. Voor daarbuiten geleden schade zal zij zich onbevoegd verklaren.

4.7.

Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.