IEF 19066

Bevel tot opgave omzetgegevens Vestival

Vestival

Rechtbank Den Haag 4 maart 2020, IEF 19066; ECLI:NL:RBDHA:2020:1827 (X tegen Havensluis) In maart 2018 is aan Havensluis c.s. onder meer een verbod opgelegd om het teken ‘Vestival’ te gebruiken voor muziekevenementen en als handelsnaam, zie [IEF 17545] en [IEF 17762]. X eist nu dat Havensluis elk gebruik in de Benelux van het teken ‘Vestival’ ter aanduiding van de door haar georganiseerde muziekevenementen of als (bestanddeel van een) handelsnaam staakt; sociale media accounts overdraagt, inclusief bezoekers/aanhangers, ongeacht of deze accounts inmiddels een andere naam dragen; Beneluxmerk-inschrijvingen van Havensluis overdraagt; en opgave doet van omzet- en winstgegevens van de evenementen die zij onder de naam ‘Vestival’ hebben georganiseerd. De vordering tot het doen van opgave wordt toewijsbaar geacht voor zover die opgave betrekking heeft op gegevens die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de schadebegroting. Niet wordt ingezien waarom de contactgegevens van de bij de evenementen betrokken artiesten en hun agenten relevant zijn. Havensluis moet binnen zes weken schriftelijke opgave doen van omzetgegevens.

4.4. x beroept zich op een overdracht van het Gele Merk en het Zwarte Merk aan  akte met die datum (zie 2.16). Met Havensluis c.s. is de rechtbank echter van oordeel dat de betreffende akte onvoldoende bewijs vormt van de titel waarop x zich beroept. Havensluis c.s. wijst er op dat Hurstad de gestelde overeenkomst buitengerechtelijk heeft vernietigd in haar brief van 20 april 2018 (zie 2.18). x heeft daar tegenin gebracht dat de kwestie met Hurstad inmiddels is afgedaan na betaling van een schuld, hetgeen weer wordt bestreden door Havensluis c.s. Wat daar ook van zij, de betaling van een schuld ontneemt
niet het effect aan de buitengerechtelijke ontbinding door Hurstad op 20 april 2018. x heeft niet gesteld dat z en/of hijzelf niet in de vernietiging hebben berust. Zolang niet in rechte is komen vast te staan dat de vernietiging door Hurstad geen effect heeft gehad, dient te worden aangenomen dat de overeenkomst tot overdracht van het Gele Merk en het Zwarte
Merk is vernietigd. Dat heeft tot gevolg dat er geen geldige titel voor overdracht van deze merken aan x is. De rechtbank kan dan ook niet als vaststaand aannemen dat x de rechthebbende is geworden op deze merken.

4.5. Uit het voorgaande volgt dat x niet gerechtigd is tot handhaving van het Gele Merk en het Zwarte Merk. Het door x op grond van de gestelde merkrechten gevorderde inbreukverbod is derhalve niet toewijsbaar.

4.24. De vordering tot het doen van opgave (zie 3.1.4) is toewijsbaar voor zover die opgave betrekking heeft op gegevens die redeljkerwijs van belang kunnen zijn voor de schadebegroting. De opgave zal worden beperkt tot het festival waarvoor het gebruik van het teken ‘Vestival’ is vastgesteld, te weten het festival in Amsterdam dat vervolgens onder de naam ‘Oh My! Music Festival’ is georganiseerd in 2018 (dat in het dictum zal worden aangeduid als ‘het Evenement’). Dat Havensluis c.s. in de periode waarvan is gesteld dat er inbreuk is gemaakt, oktober 2017 tot medio februari 2018, ook bij de Organisatie van andere evenementen inbreuk heeft gemaakt op het Gele Merk is gesteld noch gebleken. Voor de schadebegroting kunnen echter ook gegevens van belang zijn uit de periode tussen half februari 2018 en halfjuli 2018, omdat de omzet van Havensluis c.s. in die periode beïnvloed zou kunnen zijn door de inbreuk gemaakt in de periode daarvoor. De vordering tot gegevensverstrekking is derhalve toewjsbaar voor de periode 1 oktober 2017 tot en met 15 juli 2018. De rechtbank ziet niet in waarom de contactgegevens van de bij de evenementen van Havensluis c.s. betrokken artiesten en hun agenten voor de schadebegroting relevant zijn, zodat geen opgave van die gegevens zal worden bevolen. Ter voorkoming van executieproblemen zal de termijn voor het doen van opgave worden bepaald op zes weken.