IEF 14323

De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Beslag nadat niet tot FRAND-licentie UMTS-standaard is gekomen, blijft

Vzr. Rechtbank Den Haag 24 oktober 2014, IEF 14323 (ZTE tegen Vringo)
Nokia Corporation is houdster van aantal octrooien, waaronder EP 1 186 119 voor een "method for transmitting a sequence of symbols" en is bij ETSI aangemeld als essentieel voor de UMTS-standaard en bereid op FRAND-voorwaarden een licentie te verlenen. Vringo heeft octrooien van Nokia verworven. Partijen komen niet tot een FRAND-licentie en Vringo legt conservatoir bewijs beslag op de UMTS-goederen van ZTE. Van ZTE had mogen worden verwacht dat zij zou aangeven dat het aanbod van Vringo in strijd met FRAND-verplichtingen zou zijn, dat is niet gebeurd. Het is ZTE's goed recht om geen tegenaanbod te doen in de overtuiging dat het octrooi geen stand kan houden. Dat verweer slaagt echter niet en de vorderingen tot onder andere opheffing beslag worden afgewezen.

4.10. Dat het aanbod van Vringo van 28 maart 2013 in strijd met haar FRANDverplichting zou zijn, werpt geen ander licht op de zaak. Indien dat het geval is had van ZTE mogen worden verwacht dat zij Vringo dat met opgaaf van redenen zou hebben laten weten. Dat heeft zij voorafgaand aan de beslaglegging nooit gedaan. Het kan daarom geen reden zijn aan te nemen dat Vringo niet werkelijk bereid is geweest een licentie op FRANDvoorwaarden te verlenen7. Ook kan niet worden aangenomen dat de door Vringo genomen rechtsmaatregelen ZTE dwingen in te stemmen met het sluiten van een licentieovereenkomst op door Vringo eenzijdig vastgestelde voorwaarden. De maatregelen van Vringo zijn niet een reactie op een haar onwelgevallig aanbod van ZTE maar op het uitblijven van enig aanbod of tegenaanbod van de zijde van ZTE. Dat laatste is ZTE's goed recht en die opstelling is kennelijk ingegeven door de overtuiging dat het octrooi of de gestelde inbreuk geen stand kan houden, maar dan kan zij zich er vervolgens niet over beklagen dat Vringo haar octrooirecht tracht te handhaven.

4.26. Volgens Vringo heeft ZTE de onder EP 119 geoctrooieerde TSTD-functionaliteit toegepast in de ZTE-goederen. Zij heeft hiervoor verwezen naar productbeschrijvingen van ZTE waaruit volgens Vringo blijkt dat de ZTE-goederen transmission diversity ondersteunen.

4.42. Voor zover ZTE garanties wil hebben voor de toekomst (vorderingen II, III, IV en VII) moeten de vorderingen worden afgewezen voor zover zij zien op goederen soortgelijk aan de UMTS-goederen. Hetzelfde geldt voor zover de vorderingen zien op LTE-goederen. Nu de tegengehouden LTE-goederen na een verzoek daartoe van ZTE van 4 juni 2014 door Vringo al op 17 juni 2014 zijn vrijgegeven en nadien niet opnieuw LTE-goederen zijn tegengehouden, heeft ZTE onvoldoende belang bij verregaande voorzieningen als gevorderd onder II, III, IV en VII.