IEF 18377

Auteursrechtinbreuk door publiceren foto's ANP zonder naamsvermelding

Ktr. Rechtbank Den Haag 13 februari 2019, IEF 18377; ECLI:NL:RBDHA:2019:1044 (ANP tegen Stichting Bevordering Politieke Betrokkenheid). Auteursrecht. Gedaagde, Stichting Bevordering Politieke Betrokkenheid, heeft foto’s op haar website afgebeeld zonder naamsvermelding van de fotograaf of ANP en zonder toestemming van ANP. Daarmee heeft de stichting het auteursrecht van ANP geschonden. Op grond van artikel 27 Auteurswet is ANP bevoegd om een vordering tot schadevergoeding in te stellen. Dat heeft ANP ook gedaan. ANP heeft aangevoerd dat zij inkomsten kan genereren met het verlenen van haar toestemming voor het gebruik van de werken waarvan zij de auteursrechten bezit. Door gebruik zonder licentie derft zij dus een licentievergoeding. Zij behoeft daarbij geen genoegen te nemen met wat een inbreukmaker kan of bereid is te betalen. Het gaat erom wat zij naar redelijkheid had kunnen bedingen indien wel vooraf toestemming zou zijn gevraagd.

4.6 ANP vordert aan schadevergoeding een bedrag van € 645,00, zijnde 1,5 x de economische waarde per foto, waarbij zij uitgaat van de tarieven van Stichting Foto Anoniem, en voorts, onder overlegging van een specificatie, een bedrag van € 318,00 in verband met de door haar gemaakte kosten ter vaststelling en invordering van de schade. ANP meent dat de tarieven van Stichting Foto Anoniem hier tot uitgangspunt kunnen worden genomen omdat de Stichting voor publicatie geen onderzoek heeft gedaan naar de rechthebbende. Bij Stichting Foto Anoniem kunnen partijen die een rechthebbende niet hebben kunnen achterhalen om toestemming voor het gebruik van zijn werk te verkrijgen, tegen betaling van een vergoeding een licentie verwerven die vrijwaring biedt tegen aanspraken wegens inbreuk op auteursrechten.

4.7 De Stichting heeft zich hiertegen verweerd door erop te wijzen dat zij de schade niet kan betalen maar zich bereid heeft verklaard te betalen wat zij heeft (€ 230,00). De door ANP gevorderde bedragen zijn hoger dan de bedragen die ANP in eerste instantie heeft gevraagd. Ten onrechte gaat APN uit van een gemiddeld tarief terwijl Stichting Foto Anoniem drie verschillende categorieën kent. Daarbij wordt geen rekening gehouden met een korting van 25% voor foto’s die niet op een homepage staan. Voorts maakt de Stichting bezwaar tegen de gevorderde kosten; die zijn in haar ogen erg hoog en onduidelijk is waar zij betrekking op hebben.

4.8 De kantonrechter is van oordeel dat ANP voldoende heeft aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat zij inkomsten kan genereren met het verlenen van haar toestemming voor het gebruik van de werken waarvan zij de auteursrechten bezit. Door gebruik zonder licentie derft zij dus een licentievergoeding. Zij behoeft daarbij – zonder meer – geen genoegen te nemen met wat een inbreukmaker kan of bereid is te betalen. Het gaat erom wat zij naar redelijkheid had kunnen bedingen indien wel vooraf toestemming zou zijn gevraagd. Dat zij bij de begroting van deze schade kan aanknopen bij de tarieven van Stichting Foto Anoniem is door de Stichting onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat de kantonrechter ook van die tarieven zal uitgaan. Zonder meer valt echter niet in te zien dat uit moet worden gegaan van een gemiddelde van de voor gebruik op het internet beschikbare categorieën. Duidelijk is immers dat het hier gaat om een Nederlandstalige website met een .nl-domein. Aangezien de pixelmaat niet duidelijk is, is het gerechtvaardigd om daarbij wel van een gemiddelde uit te gaan. Uitgaande van gebruik tot één week, zoals ANP doet, leidt dat tot een vergoeding van (148 + 178 + 213 + 256) € 198,75 per foto. De Stichting heeft onvoldoende gesteld over de plaatsing van de foto’s op de website, zodat er geen aanleiding is om een korting toe te passen op dit bedrag. Er is ook geen plaats voor toepassing van een verhoging met 50% voor de inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht of ter ontmoediging van het plegen van inbreuk op auteursrechten, zoals ANP vordert. Toepassing van de tarieven van Stichting Foto Anoniem gaan er namelijk van uit dat de rechthebbende zelf niet om toestemming is gevraagd en in het Nederlandse recht geen plaats voor schadevergoeding bij wijze van straf. Deze schade zal daarom worden vastgesteld op € 397,50. Dit bedrag aan gederfde licentievergoeding komt de kantonrechter redelijk voor en zal daarom, met de niet betwiste wettelijke rente, worden toegewezen.

4.9 Ook de schade die verband houdt met de vaststelling en de invordering van de schade komt in aanmerking voor vergoeding. In de producties 3 en 6 zijn deze kosten gespecificeerd. Dat voorafgaand aan deze procedure door ANP een ander, lager bedrag bij de Stichting in rekening is gebracht, wil nog niet zeggen dat zij deze kosten niet zou kunnen verhalen op de Stichting. Zoals de Stichting heeft geconstateerd en uit productie 6 volgt zijn er meer kosten gemaakt door inschakeling van de deurwaarder. De gevorderde kosten zijn onvoldoende gemotiveerd betwist en zullen worden toegewezen.

4.10 De Stichting zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld. Gelet op het bepaalde in artikel 1019h Rv komen de werkelijk gemaakte kosten voor toewijzing in aanmerking. ANP heeft deze kosten onder overlegging van een specificatie als volgt begroot: salaris voor de gemachtigde (€ 180,00 voor het opstellen van de dagvaarding, € 144,00 voor het bestuderen van de stukken en overleg met ANP, € 75,00 aan reiskosten en € 180,00 voor het bijwonen van de comparitie na antwoord), € 476,00 aan griffierecht en € 92,00 aan de kosten voor de dagvaarding, aldus in totaal € 1.147,00. De Stichting heeft tegen deze kosten geen specifiek verweer gevoerd. De kantonrechter heeft zich aan de hand van de specificaties er van vergewist dat de hier opgevoerde proceskosten niet begrepen zijn onder de hiervoor bedoelde kosten en acht deze onder de gegeven omstandigheden redelijk, zodat deze zullen worden toegewezen.