IEF 18361

Auteursrechten komen toe aan producent, niet aan afnemer private label

Rechtbank Amsterdam 18 november 2018, IEF18361; ECLI:NL:RBAMS:2018:8424 (Esterel tegen X en Cobeco)  Auteursrecht. Gedaagde verkoopt producten van Esterel als groothandel. Cobeco produceert producten als 'private label', ook voor gedaagde. De auteursrechten op de verpakkingen komen toe aan Esterel. Deze zijn niet overgegaan op gedaagde omdat gedaagde een moederbedrijf is dat het bedrijf dat de verpakking zou hebben ontworpen heeft overgenomen. Er is geen daartoe bestemde akte voor auteursrechtoverdracht. Esterel heeft stukken overgelegd waaruit volgt dat bepaalde producten door derden zijn ontworpen en de auteursrechten aan haar zijn overgedragen. De overige producten zijn door eigen ontwerpers ontworpen en op grond van het werkgeversauteursrecht is Esterel is rechthebbende. Omdat de totaalindrukken van de verpakkingen met die van de Cobeco-producten overeenkomen, is er sprake van auteursrechtinbreuk . De rechtbank is onbevoegd voor wat betreft de inbreuk op de Uniemerken.

4.11. De rechtbank is van oordeel dat de auteursrechten op de (verpakkingen van de) [Producten] toekomen aan Esterel en dat de auteursrechten op de (verpakkingen van de) 2003-producten niet toekomen aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] . De stelling van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] dat acht 2003-producten zijn ontworpen door [het bedrijf] en dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] de auteursrechthebbende op (de verpakkingen van) die producten is omdat [het bedrijf] door [het moederbedrijf] is overgenomen, wordt niet gevolgd. Los van de vraag of [het bedrijf] (de verpakkingen van) die producten heeft ontworpen, geldt dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] de auteursrechten daarop niet kan verkrijgen enkel door de overname van [het bedrijf] door de (uiteindelijke) moeder van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] . Hiervoor is namelijk nodig dat de auteursrechten worden overgedragen aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] door middel van een daartoe bestemde akte. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] heeft niet gesteld, noch is gebleken, dat dit is gebeurd. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] kan daarom niet de auteursrechthebbende zijn geworden van voornoemde acht 2003-producten.

4.14. Esterel heeft op haar beurt stukken overgelegd waaruit volgt dat ‘ [type product 1] ’, ‘ [type product 5] ’ en ‘ [type product 9] ’ door derden zijn ontworpen en de auteursrechten aan haar zijn overgedragen. Ten aanzien van de overige [Producten] geldt dat Esterel heeft toegelicht dat deze door haar eigen ontwerpers zijn ontworpen en dus dat zij op grond van het werkgeversauteursrecht rechthebbende daarop is geworden. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat de auteursrechten op de [Producten] toekomen aan Esterel. Omdat de totaalindrukken van de (verpakkingen van de) Cobeco-producten overeenkomen met die van de [Producten] , betekent dit dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] en Cobeco met de productie en verkoop van de Cobeco-producten inbreuk hebben gemaakt op de auteursrechten van Esterel. Het standpunt van Cobeco dat de Cobeco-producten als ‘private label’ zijn geproduceerd voor [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 1] die verklaarde de rechten daarop te bezitten en die ook de vormgeving van de producten bepaalde, maakt dat niet anders. Cobeco voert – naar de rechtbank begrijpt – hiermee aan dat de inbreuk haar niet toe te rekenen valt. Uit de Auteurswet volgt echter niet dat de inbreuk alleen aan de opdrachtgever is toe te rekenen. De inbreuk hoeft volgens de wetsgeschiedenis 'slechts' volgens de normale maatstaven toerekenbaar te zijn aan de inbreukmaker. De normale maatstaven houden in dat de inbreuk moet zijn te wijten aan schuld of aan een oorzaak die volgens verkeersopvattingen voor rekening van de dader komt. Hier is in onderhavig geval sprake van omdat Cobeco als producent volgens verkeersopvattingen aansprakelijk is voor hetgeen zij produceert. Ook de stelling van Cobeco dat haar rol vergelijkbaar is met de fabrikant in de [partijnamen] zaak (arrest van de Hoge Raad van 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2057) wordt niet gevolgd. In tegenstelling tot onderhavige zaak, ging het in die zaak niet om een fabrikant die producten met de bijbehorende inbreukmakende verpakking produceerde, maar ging het om een fabrikant die reeds geproduceerde producten (blikjes inclusief merkaanduiding) aanvulde.