Gepubliceerd op maandag 16 maart 2026
IEF 23351
Overig ||
11 feb 2026
Overig 11 feb 2026, IEF 23351; UKSC/2024/0131 ([Emotional Perception AI Ltd tegen Comptroller General of Patents, Designs and Trade Marks]), https://www.ie-forum.nl/artikelen/artificial-neural-networks-in-het-octrooirecht-het-britse-supreme-court-wijzigt-de-toets-voor-software-uitvindingen

Uitspraak ingezonden door Lila Qribi

Artificial neural networks in het octrooirecht: het Britse Supreme Court wijzigt de toets voor software-uitvindingen

Het Britse Supreme Court heeft uitspraak gedaan in Emotional Perception AI Ltd v Comptroller General of Patents, Designs and Trade Marks. In deze zaak staat de vraag centraal of een artificial neural network (ANN) moet worden aangemerkt als een “computerprogramma” in de zin van artikel 1(2)(c) van de Patents Act 1977 en artikel 52(2) van het Europees Octrooiverdrag (EPC). Daarnaast bepaalt het Hof welke beoordelingsmethode moet worden toegepast bij computer-geïmplementeerde uitvindingen.

Het arrest is van belang voor de beoordeling van software- en AI-gerelateerde uitvindingen onder het Britse octrooirecht. Het Supreme Court spreekt zich voor het eerst expliciet uit over de positie van artificial neural networks binnen het octrooirecht en wijzigt daarbij de toets die in het Verenigd Koninkrijk bijna twintig jaar werd toegepast bij computer-geïmplementeerde uitvindingen.

Feiten en achtergrond
De zaak betreft een octrooiaanvraag van Emotional Perception AI Ltd voor een systeem dat mediabestanden kan analyseren en aanbevelen op basis van hun semantische en emotionele eigenschappen. Het systeem maakt gebruik van een artificial neural network dat mediabestanden – bijvoorbeeld muziekbestanden – analyseert aan de hand van hun fysieke kenmerken, zoals toonhoogte, tempo en klankstructuur.

Tijdens het trainingsproces wordt het netwerk blootgesteld aan paren van mediabestanden. Voor elk paar worden twee soorten afstanden bepaald. Enerzijds een semantische afstand, gebaseerd op tekstuele beschrijvingen van de emotionele of inhoudelijke kenmerken van de bestanden. Anderzijds een fysieke afstand, gebaseerd op meetbare eigenschappen van het bestand zelf. Het netwerk wordt vervolgens zo aangepast dat bestanden die semantisch vergelijkbaar zijn dichter bij elkaar komen te liggen in een zogenoemde “property space”.

Wanneer een gebruiker een mediabestand invoert, analyseert het systeem de eigenschappen van dat bestand en vergelijkt het deze met de vectoren van andere bestanden in de database. Op basis daarvan kan het systeem mediabestanden aanbevelen die volgens het model semantisch vergelijkbaar zijn.

Procedureverloop
De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen door het UK Intellectual Property Office (UKIPO). Volgens de examinator viel de uitvinding onder de uitsluiting voor computerprogramma’s als zodanig in artikel 1(2)(c) van de Patents Act 1977.

Emotional Perception AI stelde beroep in bij de High Court. De rechter oordeelde dat een artificial neural network niet zonder meer als een computerprogramma kon worden aangemerkt. Waar traditionele software bestaat uit expliciet geprogrammeerde instructies, ontstaat de werking van een neural network door een leerproces waarbij de parameters van het model worden aangepast. Volgens de High Court viel de uitvinding daarom niet onder de software-uitsluiting.

Het Court of Appeal vernietigde dit oordeel. Volgens het hof functioneert een neural network wel degelijk als een set instructies voor een computer. De getrainde parameters en de structuur van het netwerk bepalen immers hoe inputdata wordt verwerkt en welke output wordt geproduceerd. Daarmee kwalificeert een ANN als een computerprogramma in de zin van de wet. Het hof oordeelde daarnaast dat de bijdrage van de uitvinding voornamelijk bestond uit het genereren van aanbevelingen op basis van semantische overeenkomsten, wat geen technische bijdrage opleverde.

Het juridisch kader
Artikel 52 EPC bepaalt dat bepaalde categorieën uitvindingen niet als octrooieerbaar worden beschouwd, waaronder computerprogramma’s “als zodanig”. Tegelijk volgt uit de rechtspraak dat computer-geïmplementeerde uitvindingen wel octrooieerbaar kunnen zijn wanneer zij een technische bijdrage leveren.

In het Verenigd Koninkrijk werd deze beoordeling lange tijd uitgevoerd aan de hand van de vierstappentoets uit Aerotel Ltd v Telco Holdings Ltd. Deze toets bestond uit vier stappen: het correct interpreteren van de claim, het vaststellen van de daadwerkelijke bijdrage van de uitvinding, het beoordelen of die bijdrage uitsluitend binnen een uitgesloten categorie valt en het nagaan of de bijdrage technisch van aard is.

In de rechtspraak van het Europees Octrooibureau is een andere benadering ontwikkeld. Daar ligt de nadruk op de vraag welke kenmerken van de claim bijdragen aan het technische karakter van de uitvinding. Deze benadering is onder meer uitgewerkt in de beslissing G1/19 van de Enlarged Board of Appeal.

Beoordeling door het Supreme Court
Het Supreme Court komt tot twee belangrijke conclusies.

Ten eerste bevestigt het Hof dat een artificial neural network kan worden aangemerkt als een computerprogramma. Volgens het Hof is een ANN een model dat numerieke input verwerkt door middel van wiskundige operaties, zoals het toepassen van gewichten, biases en activatiefuncties. Daarmee bepaalt het model hoe een computer gegevens verwerkt. Dat de parameters van het model voortkomen uit een trainingsproces in plaats van expliciete programmeerinstructies, maakt volgens het Hof geen verschil.

Ten tweede oordeelt het Supreme Court dat de in Aerotel ontwikkelde benadering niet goed aansluit bij de uitleg van artikel 52 EPC in de rechtspraak van het Europees Octrooibureau. Het Hof sluit daarom aan bij de benadering van het Europees Octrooibureau en benadrukt het belang van een uniforme uitleg van het Europees Octrooiverdrag.

Volgens deze benadering wordt eerst vastgesteld of de claim een uitvinding vormt in de zin van artikel 52 EPC. Vervolgens wordt bepaald welke kenmerken bijdragen aan het technische karakter van de uitvinding. Alleen deze kenmerken worden daarna betrokken bij de beoordeling van nieuwheid en inventiviteit.

Betekenis voor AI-innovaties
Het Supreme Court oordeelt dat de claims van Emotional Perception AI niet zien op een computerprogramma “als zodanig”. De uitvinding beschrijft een systeem dat mediabestanden analyseert en verwerkt met behulp van een neural network. Daarmee gaat het om een computer-geïmplementeerde uitvinding en niet alleen om een programma op zichzelf. De uitvinding valt daarom niet onder de uitsluiting van artikel 52(2) EPC.

De uiteindelijke octrooieerbaarheid hangt af van de verdere beoordeling van de technische kenmerken van de uitvinding. De zaak wordt daarom terugverwezen naar het UKIPO voor verdere beoordeling. Voor ontwikkelaars van AI-systemen onderstreept het arrest dat AI-technologie niet buiten het bestaande octrooirecht staat. Doorslaggevend blijft of de uitvinding een technische bijdrage levert.

Afsluiting
Met dit arrest wijzigt het Supreme Court de benadering van computer-geïmplementeerde uitvindingen in het Britse octrooirecht. Door afstand te nemen van de Aerotel-test en aansluiting te zoeken bij de rechtspraak van het Europees Octrooibureau wordt de beoordeling van software- en AI-gerelateerde uitvindingen sterker geharmoniseerd met de Europese praktijk.

Daarmee brengt het Supreme Court het Britse recht dichter bij de benadering van het Europees Octrooibureau, dat al langer een kenmerkgerichte analyse hanteert bij computer-geïmplementeerde uitvindingen. Hoewel het arrest afkomstig is van het Britse Supreme Court, raakt het aan de uitleg van artikel 52 EPC en kan het daarom ook een rol spelen in bredere discussies over software- en AI-octrooien binnen het Europese octrooisysteem, waaronder procedures bij het Unified Patent Court.