Artikel geschreven door Dirk Visser.
Alle buitenlanders beschermd door de Nederlandse Auteurswet
De Nederlandse Auteurswet beschermt alle binnenlandse én alle buitenlandse ‘makers van werken van letterkunde, wetenschap of kunst, ongeacht de nationaliteit of de gewone verblijfplaats van de maker’. Dat blijkt binnenkort ook duidelijk uit artikel 47 Auteurswet, zodra dat is aangepast zoals wordt voorgesteld in een wetsvoorstel dat sinds 14 juli 2026 bij de Raad van State ligt.
Het voorstel voor een ‘Wet collectief rechtenbeheer en toezicht’ dient vooral ter vervanging van de huidige ‘Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten’ uit 2003, maar bevat ook een zeer wenselijk verduidelijking van de Auteurswet. Wie nu in de Auteurswet kijkt vindt in het huidige artikel 47 een ingewikkelde bepaling met allerlei voorwaarden die helemaal niet in overeenstemming is met het geldende recht. Discriminatie op grond van nationaliteit mocht binnen de EU al heel lang niet en sinds het Kwantum/Vitra arrest uit 2024 mag discriminatie van buitenlandse auteurs helemaal niet meer. Binnenkort blijkt dat dus ook duidelijk uit de wet.
Wel zijn er twee uitzonderingen:
- Het zogenaamde ‘volgrecht’, het recht op een heffing bij verkoop van originele kunstwerken’, geld alleen voor EU-onderdanen en onderdanen van ander landen die zelf ook een volgrecht kennen. Dat blijkt uit artikel 43g Auteurswet.
- Daarnaast blijft er sprake van ‘termijn-vergelijking’ van artikel 42 Auteurswet: buitenlandse auteurs zijn in Nederland niet meer beschermd als het auteursrecht in hun eigen land is verlopen.
Het is voor studenten en rechtszoekenden zeer wenselijk dat het geldende recht op dit punt gewoon duidelijk uit de wet blijkt en niet op basis van rechtspraak en literatuur bij elkaar gepuzzeld hoeft te worden. Het voorstel is in overeenstemming met het advies van de Commissie auteursrecht van 23 juni 2026.
Artikel 32 Wet op de Naburige Rechten dat ook absoluut geen weergave van het geldend recht over de toepasselijkheid op buitenlandse artiesten en producenten bevat wordt (nog) niet aangepast. De reden daarvoor is dat dat veel ingewikkelder is én dat er mogelijk op EU-niveau een zogenaamde ‘RAAP-fix’ aan zit te komen, waardoor de gevolgen van het RAAP-arrest mogelijk zullen worden terug gedraaid en het weer anders wordt dan het nu is.
Artikel 47 Auteurswet (voorgestelde tekst)
‘Onverminderd het bepaalde in artikel 43g is deze wet van toepassing op makers van werken van letterkunde, wetenschap of kunst, ongeacht de nationaliteit of de gewone verblijfplaats van de maker’.
Toelichting
‘Er is van de gelegenheid gebruik gemaakt om art. 47 Aw in overeenstemming te brengen met het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 24
oktober 2024 in zaak C-227/23, ECLI:EU:C:2024:914 (Kwantum/Vitra). In dat arrest is geoordeeld dat de in art. 2, zevende lid, van de Berner Conventie neergelegde reciprociteitsregel voor makers van werken van toegepaste kunst niet door individuele lidstaten (maar alleen door de Europese Unie als zodanig) kan worden toegepast, omdat het Europese recht daaraan bij de huidige stand in de weg staat. De voorgestelde bepaling stelt geheel in lijn met het arrest buiten twijfel dat makers van werken van letterkunde, wetenschap of kunst in Nederland op beschermingaanspraak kunnen maken ongeacht de nationaliteit of de gewone verblijfplaats van de maker. Art. 43g Aw wordt nadrukkelij onverlet gelaten. Die bepaling bevat een op Richtlijn 2001/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende het volgrecht ten behoeve van de auteur van een oorspronkelijk kunstwerk (PbEG 2001, L 272) gebaseerde wederkerigheidsregeling. De commissie auteursrecht kan zich vinden in de voorgestelde aanpassing. Overeenkomstig het advies van de adviescommissie is de zinsnede “ongeacht de plaats waar het werk is geschapen” geschrapt die in het voorontwerp nog voorkwam’.
Memorie van Toelichting, p. 92 - 93.