IEF 18010
  • Hoge Raad
    5 okt 2018
  • HP tegen Staat der Nederlanden en Stichting De Thuiskopie

AG concludeert tot verwerping cassatieberoep: hardware-AMvB's zijn niet onrechtmatig

Conclusie AG HR 5 oktober 2018, IEF 18010 (HP c.s. tegen Staat der Nederlanden en Stichting De Thuiskopie) Thuiskopie ex 16c lid 1 Auteurswet. Bij AMvB zijn er, overeenkomstig het SONT-advies, nieuwe voorwerpen aangewezen ex 16c Aw en nieuwe thuiskopievergoedingen vastgesteld. De rechtbank verklaart de hardware-AMvB's in strijd met verbod op willekeur [IEF 14552]. Het hof vernietigt dit vonnis voorzover de vorderingen van HP zijn toegewezen, de uitvaardiging door de Staat is niet onrechtmatig [IEF 16819]. Conclusie AG: verwerping van cassatieberoep.

HP c.s. beogen met deze procedure de voor Nederland vastgestelde thuiskopievergoedingsregeling die is uitgewerkt in een aantal AMvB's onverbindend verklaard te krijgen wegens strijd met de Auteursrechtrichtlijn (ARL of ARI)1 of het willekeurverbod. Volgens HP c.s. volgt uit rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) dat de "billijke compensatie" uit art. 5 lid 2 onder b ARL alleen ziet op thuiskopieën die ten koste gaan van de verkoop van een origineel. Alleen dan lijden rechthebbenden volgens HP c.s. schade. De billijke compensatie moet dan ook volgens het substitutiemodel worden bepaald en niet volgens het licentiemodel, terwijl dat laatste model in het zijdens de Staat gehanteerde Sman-rapport ter onderbouwing van de thuiskopieschade figureert, dat aan de basis ligt van de hofbeslissing, hetgeen zodoende onjuist is volgens HP c.s.

Die kernklacht uit onderdeel 2 zie ik niet tot cassatie leiden, omdat volgens de Luxemburgse rechtspraak al sprake is van nadeel dat voor thuiskopievergoeding in aanmerking komt als er zonder toestemming van de rechthebbende privé wordt gekopieerd2. Uit te bespreken rechtspraak van het HvJ EU volgt verder dat de lidstaten een grote mate van vrijheid hebben om vorm, modaliteiten en niveau van de billijke compensatie te bepalen en dat zij daarbij ook een ruime beoordelingsmarge hebben3.

De andere klachten gaan over "late filing" van dat Sman-rapport in de procedure en motiveringsklachten tegen de hofoordelen met betrekking tot dat rapport (onderdelen 1 en 3), richtlijnconformiteit van de AMvB's ondanks overcompensatie (onderdeel 4), de door het hof aangenomen doeltreffende teruggaveregeling (onderdeel 5) en onderdeel 6 kaart aan dat de Staat in redelijkheid niet tot de AMvB's had kunnen komen omdat het optreden van de Staat hier getuigt van willekeur. Ik zie ook deze andere klachten niet slagen.